Wandelmijmeringen: Water

Sommige settings lenen zich beter tot het wandelmijmeren dan andere. Een drukke steenweg waar de auto’s zorgen voor het nodige lawaai, met af en toe het nodige net niet-contact, zal al minder ruimte laten voor de totstandkoming van (zelf)reflectie. Een veldweg met enkel wat vogels in de buurt is al wat beter. Ikzelf merk de aantrekkingskracht van het water.

Water is overal en overal is water gevarieerd. Je hebt kleine, kabbelende beken. Deze kunnen soms mini-riviertjes zijn. Omgekeerd zijn sommige rivieren dan weer eerder veredelde beken. Een rivier kan kronkelen en meanderen door het landschap of kan een dorp of stad in twee splitsen en zo plaatsen en identiteiten doorklieven.

Maar het kan ook grootser. In overstijgende trap. Je hebt vijvers en meren, stilstaand water dat voor mij baat heeft bij stilte, rust, een beetje mist en mistroostigheid zelfs. Maar waarschijnlijk moet water vooral kunnen gaan en stromen. Zo ook voor het optimale wandelmijmeren. En dan komt men al snel bij de zee, die steeds weggaat en terugkeert, soms zacht glijdend, soms hard bonkend. En soms worden zeeën immense oceanen.

Waarschijnlijk is dat de ouderwetse, Romantische ziel in mij, het bestofte ideaalbeeld dat ik vroeger al eens durfde te cultiveren. Op het potsierlijke af. Maar het is vooral het rusteloze, bonkende water dat mij aan het denken zet. Romantische schrijvers en dichters waren vaak pompeus en dramatisch, maar het was niet toevallig dat de zogenaamde Lake Poets zich het concept van de correspondentie van de ziel eigen maakten. Water speelde hier zeker een rol in.

Een mistig meer zorgt voor een melancholie. Een ruwe, wispelturige zee, waarvan de golven klotsen en beuken, voor de ideale setting om te denken en te voelen. De eigen rusteloosheid, het gewoel in hart en hoofd zien wij terug in de zee die zich niet laat temmen en grillig en griezelig op ons af kan stevenen.Water vertelt de aandachtige wandelaar vaak iets over de innerlijke staat, en schept een kader om deze verder te verkennen.

Maar men hoeft de natuur niet in te trekken om dit te ervaren. Een nachtelijke wandeling langs het water doet ook wonderen. Zeker wanneer de straatverlichting weerkaatst wordt in de donkere massa en wanneer een bekende terug staart, een reflectie die vaak vervormd wordt door de continue beweging. Het water weerspiegelt de passant en wie onder het oppervlak duikt, en zo zijn gedachten de vrije loop laat, kan ook zijn zielenroerselen weerspiegelt zien.

 Ja, het klinkt allemaal bombastisch en een tikkeltje pathetisch. De meeste mensen zullen gewoon zien wat er te zien valt. Een stinkende beek, een saaie rivier, een roerloos meer, golven. Uiteindelijk is alles in the eye of the beholder en kan je alles opsmukken met wat pseudo-filosofisch gewauwel. Dat is ook niet erg, want waarschijnlijk is pseudo-filosofisch gewauwel ook gewoon deel van het instrumentarium van de wandelmijmeraar.

Maar wie de blik graag naar binnen richt, vindt in het water wel een bondgenoot. Of je nu aan de oever of kade wandelt of even pauzeert om in de verte of in het hier en het daar te staren, water doet ons vanbinnen stilstaan. Stil wegzinken door de stilte of net de confrontatie aangaan door de rusteloosheid. Water is overal en overal is water gevarieerd. Net als onze gedachten.

Geplaatst in Wandelmijmeringen | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

#COVI22: The Force Awakens

COVI22, het jaar van de steile opmars van het Italiaanse wielertalent Alessandro Covi, werd op boude wijze aangekondigd door onderstaande. Dat was niet enkel gebaseerd op de arbitraire lotsverbondenheid die was ontstaan door zijn UCI-ranking en mijn TdA-ranking, maar ook gewoon op intrinsieke kwaliteiten die ik (en menig ander wielerobservator!) hem toedicht. Vlak voor de grote ronde in zijn thuisland is het goed om een tussentijdse balans op te maken van zijn voorjaar.

Een al iets duurdere vogel

Alessandro Covi begon het pronojaar met twee sterren. Echte kenners wisten toen al dat dit een koopje was. Maar door enkele goede resultaten, waarover later meer, werd hij plots wat duurder. En ja, ik herhaal, twee sterren zijn een koopje, maar langs de andere kant zijn drie sterren misschien net wat pittig. Zeker als je hebt gezegd hem in elke koers waar hij start te selecteren. Maar belofte maakt schuld en onversaagd bleef (en blijf) ik achter mijn belofte staan.

Schitteren onder de Spaanse zon

Het seizoen begon wat weifelend in Mallorca. Covi is Tim Wellens niet. En ook in de Ster van Bessèges fonkelde Covi nog niet echt. Pas in de eendagskoers GP Marseillaise toonde hij hoopvolle tekenen, met een knappe 9de plaats. De herkansing op Spaanse bodem greep hij echter wel met twee handen. En hoe!

(c): Tim de Waele/Getty Images

Het begon met een prachtige zege in de Vuelta Ciclista a la Region de Murcia Costa Calida (ademt uit), waar hij het ploegenspel van U.A.E. knap afrondde en Matteo Trentin voorbleef. De kop was eraf. De eerste profzege was binnen. Er ontstond een spontaan volksfeest in Borgomanero en een iets kleiner doch daarom niet minder gemeend totaalspektakel van gejuich en gejubel in Halle. Omicron mocht COVID19 dan wel in het middelpunt van de aandacht houden, COVI22 was eindelijk daar!

(c): Cor Vos

Want in de Ruta del Sol, de koers naar de zon, zette de Italiaan zijn goede vorm verder. In etappe 1 was hij al 7de, maar in etappe 2,  op de steile slothelling naar Alcalá la Real, anticipeerde hij als de beste, bleef hij het peloton voor en pakte hij de gele trui. Die zou hij twee keer dragen. In de slotrit naar Chiclana de Segura werd hij nog eens derde. Naast een 14de plek in het algemeen klassement, een overwinning, een podium en twee dagen gele trui ging hij ook het klassieke voorjaar in met de puntentrui.

Een niet zo prima primavera

1-2-3 (c) Claudio Bergamaschi

De verwachtingen lagen dan ook (relatief) hoog voor de klassiekers. Zeker aangezien hij vorig jaar in de Giro tweede werd in de Strade Bianche-rit. Maar de echte klappers waren toch een tikkeltje net niet. Opgave in Omloop Het Nieuwsblad, 53ste in Kuurne-Brussel-Kuurne, 50ste in de Waalse Pijl. Maar vooral, in eigen habitat 28ste in de Strade Bianche, 59ste in Milaan-Turijn en 72ste in Milaan-San Remo. Enkel in de Trofeo Laigueglia werd hij derde, waar hij samen met ploeggenoten Polanc en Ayuso een 1-2-3tje deed voor Jumbo-Visma het hip maakte. Tussendoor werd ook nog gereden in het uitputtende Baskenland. Een keer werd hij 11de, maar uiteindelijk gooide hij redelijke anoniem de handdoek in de ring.

De tweede ronde!

Maar laat ons mild en deemoedig naar de capriolen van onze 23-jarige tweewielerartiest kijken. De eerste twee profzeges zijn binnen, een aantal keren werd het podium gehaald en algemeen gezien mag hij qua UCI-punten ook niet klagen. In 2021 eindigde hij met 513 punten. Nu zit hij al aan 233. Het zijn enkel de pessimisten die twijfelen dat het gewoon wachten is op het breken van de magische 514-grens.

Schitteren onder de Spaanse zon is leuk, maar voor een Italiaan staat de Giro d’Italia natuurlijk nog een trapje hoger. Zeker aangezien hij vorig jaar bijna op het hoogste schavot mocht staan. Nu hij echt weet hoe fijn het vertoeven is op het podium, zal hij ongetwijfeld voor eigen publiek de kracht vinden om die extra soepele pedaaltred te vinden om op vals plat, lichte glooiing, pittigere muur of, wie weet een bergpas, zijn kunnen te tonen.

Geplaatst in Sport | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Anne Keyaert: the (not so) subtle art of not giving a f*ck

Dit is een gastbijdrage van Selin Bakistanli. Zij heeft met heel veel passie en enthousiasme onderstaand relaas gereconstrueerd. Ze lanceerde recent het instagramaccount @zij.was.eens over de boeiende maar vaak vergeten vrouwen uit de Belgische geschiedenis.

Gisteren werd Chayenne Van Aarle verkozen als Miss België 2022. Of dergelijke schoonheidswedstrijden nog van deze tijd zijn is een legitieme vraag. Mettertijd begint ook de persaandacht die er is voor deze verkiezing te verminderen. Toch was dit ooit anders. De allereerste editie vond plaats in 1928 en zorgde toch voor de nodige heisa in ons land.

De geschiedenis van missverkiezingen gaat door de menselijke fixatie op schoonheid al erg ver terug. Hoewel we er daarvoor al verschillende kleinere – en lokale – verkiezingen hebben bestaan, wordt algemeen aangenomen dat de eerste missverkiezing ter wereld in 1888 in Spa heeft plaatsgevonden. Deze verkiezing trok verschillende internationale kandidates en is de eerste moderne missverkiezing in de vorm die we nu nog kennen; denk aan défilés en verschillende rondes. Hoewel ons land dus al erg vroeg kennis maakte met dit soort wedstrijden, is het wachten tot 1928 voor de eerste echte Miss Belgiëverkiezing.

Miss Universe

De directe aanleiding voor de organisatie van Miss België 1928 is overzees te vinden. In Galveston (Texas, Verenigde Staten) organiseert men sinds 1920 schoonheidswedstrijden om het toerisme in de stad op te krikken en het zomerseizoen in te luiden. De organisatie van deze wedstrijden krijgt een boost in 1926, wanneer men beslist men om hier een serieus internationaal evenement van te maken onder de naam ‘International Pageant of Pulchritude’ (ook bekend als Miss Universe). Verkozen ‘missen’ uit verschillende landen, maar ook verschillende staten van de Verenigde Staten zelf, nemen hieraan deel, maar ons land ontbreekt op het toneel. Voor de derde editie, van 2 tot 5 juni 1928, nemen de organisatoren contact op met de Belgische krant Le Soir. Ze vragen de krant om een oproep te lanceren en een Miss België te selecteren die zal kunnen deelnemen aan de internationale wedstrijd in Galveston

Le Soir gaat in op deze vraag. Op 28 februari 1928 prijkt op de voorpagina van de krant een oproep, samen met het wedstrijdreglement. Kandidaten kunnen zich tot 15 maart inschrijven voor de missverkiezing en de oproep wordt dan ook tot 14 maart elke dag herhaald in de krant. Deelnemen aan de wedstrijd is gratis. Vrouwen ouder dan 25 jaar zijn uitgesloten. Deze maximumleeftijd geldt overigens nog steeds in het huidige Miss België-wedstrijdreglement, al is er tegenwoordig ook een minimumleeftijd van 17 jaar opgenomen in de regels. Ook vrouwen die ervaring hebben met theater of film kunnen niet deelnemen.

In een eerste ronde moeten de kandidaten zich begeven naar de redactie van Le Soir met hun identiteitskaart, een foto en een attest van goed gedrag en zeden. Dit attest is een verplichting vanuit de organisatie in Galveston. De jury, uiteraard een all male panel, bestaat uit 12 prominenten uit de mode-, kunst- en entertainmentwereld. Op 20 maart moeten de kandidaten defileren voor deze jury, waarna een eerste selectie gemaakt wordt van negen vrouwen. Deze vrouwen worden vervolgens gefilmd. De filmpjes zullen gedurende één week vertoond worden in een select aantal cinema’s. Elke bezoeker zal een stem kunnen uitbrengen voor de kandidaat die hun voorkeur draagt. De vrouw met de meeste stemmen mag zich kronen tot Miss België en mag ons land vertegenwoordigen in de V.S. Zowel haar reiskosten als die van haar chaperonne worden volledig vergoed. Ze krijgt ook kleren en accessoires van enkele bekende Belgische modehuizen..

Op 3 april maakt de krant bekend dat ‘mademoiselle Constance’ de meeste stemmen kon behalen. Het wedstrijdreglement liet kandidaten toe om onder een pseudoniem deel te nemen. Constance’ echte naam zal tot de bekendmaking van de resultaten van Miss Universe uit de pers gehouden worden op vraag van haar gezin.

Constance

Haar echte naam? Anne Keyaert. Jezelf Miss België mogen noemen lijkt iets waar iemand haar leven lang verhalen mee kan vullen, deze titel lijkt echter slechts een kanttekening wanneer we een duik nemen in het turbulente leven van deze vrouw.

Anne is geboren op 23 december 1905 in Brussel. Haar ouders zijn Frederic Keyaert en Marie-Louise De Laet. Ze is een buitenechtelijk kind; haar ouders trouwden pas op 10 oktober 1907, waarna zij gewettigd werd. Dit huwelijk is overigens het tweede huwelijk van Frederic, die in 1904 zijn eerste vrouw verliest. Hij is 50 op het moment van zijn tweede huwelijk, zijn echtgenote amper 21. Frederic is een slager, die in 1907 een carrièreswitch doet en herbergier wordt. Marie-Louise is kleermaakster. Het hoeft dus geen betoog dat Anne tot de lage middenklasse behoort. Een leven dat ze al van jongs af aan wil ontvluchten. Wanneer ze zich op 23-jarige leeftijd opgeeft voor Miss België 1928 is ze dan ook niet bijzonder geïnteresseerd in de titel zelf; ze wil de wereld zien en het ticket naar de V.S. dat de titel met zich meebrengt spreekt haar meer aan. Zonder toestemming van haar ouders, die in 1925 scheiden, schrijft Anne zich stiekem in voor de wedstrijd.

Door Miss France 1928, Raymonde Allain, wordt Anne beschreven als ‘très flamande’. Haar Brussels ‘mademoiselle Beulemans’-accent heeft Vlaamse invloeden. De eerste Miss België heeft dan ook stevige Vlaamse roots: de familie van haar vader komt uit Hoeilaart, haar moeder is van Willebroek. ‘C’est la Flandre fertile et le Bruxelles tumultueux qui nous ont envoyé cette pimpante Miss Belgium, plus fraîche qu’une cerise et dont les grands yeux luisent plus victorieusement qu’un kilo de radium’ klinkt het in een fangedicht.Haar eerder simpele Vlaamse afkomst deert haar niet. Anne mengt zich moeiteloos met de chiquere Brusselse milieus. Ze is dan ook een zelfzekere vrouw mét modellenervaring bij verschillende Brusselse modehuizen.

Op de boot naar de V.S. weet ze de andere Europese missen dan ook te imponeren met haar verhalen over het glamoureuze leven in de Brusselse Anspachlaan. Haar wild leventje in België brengt haar in de problemen in de V.S. Zo wordt ze gespot terwijl ze een sigaret aan het roken is: ‘ce qui, à Galveston, n’est pas beaucoup mieux vu que dans le Paradis le fait de manger une pomme’. Daarnaast valt haar geflirt met andere jonge mannen in slechte aarde bij de eerder conservatieve organisatoren in Texas. Ook wordt gezegd dat ze er een cocktail heeft gedronken, een absoluut schandaal aangezien de drooglegging op dat moment nog van kracht is in de V.S. Er wordt geklaagd over haar gedrag en men wil haar diskwalificeren, wat finaal niet gebeurt uit respect voor het land dat ze vertegenwoordigt. De kandidates krijgen meermaals te horen dat het niet de bedoeling is dat ze zonder chaperonne naar buiten gaan, dat ze niet met jonge mannen mogen praten en dat ze niet naar de hall van het hotel mogen gaan buiten de afgesproken uren. Een onhoudbare situatie, aldus Anne.

Texas

Vooraleer de Europese vrouwen met de boot richting Cuba, waar de Latijns-Amerikaanse kandidaten worden opgepikt, vertrekken, tekenen ze aanwezig op een etentje in Parijs. Dit etentje is georganiseerd door Maurice De Waleffe. een Belgische journalist die, eenmaal verhuisd naar Frankrijk, hoofdredacteur wordt van Paris-Midi en in die hoedanigheid ook de eerste Miss France-verkiezing leven in blaast. Dit etentje is ongemakkelijk. Niet alleen is er een taalbarrière tussen de vrouwen, de rivaliteit tussen hen zorgt voor een gespannen sfeer. Ook is het duidelijk dat, hoewel de vrouwen allemaal kandidaten zijn voor dezelfde Miss Universe-verkiezing, hun achtergronden erg uiteenlopend zijn. Sommigen zijn van rijke komaf, anderen juist niet. Sommigen hebben een erg traditioneel leven, inclusief verloofde, en anderen juist niet. Ook op vlak van chaperonnes blijken deze verschillen: Anne heeft ervoor gekozen om een vriendin, Marie Deneffe, mee te nemen, twee andere vrouwen laten zich vergezellen door journalisten (waaronder – schandaal! – een man) en de rest van de vrouwen worden begeleid door hun moeders.

Van 2 tot 5 juni vindt de zoektocht naar Miss Universe 1928 plaats. Een eerste ronde bestaat uit het badpakkendéfilé op het strand van Galveston. Op de foto hierboven staat een deel van de kandidaten, de voorlaatste van rechts is Anne. Het badpakkendéfilé trekt erg veel bekijks en wordt in de namiddag herhaald in jurk. Op het avondfeest voor de theatershow komt naar boven dat de winnares van de editie al vastligt: het moest en zou een Amerikaanse zijn, en aangezien Miss New York het jaar daarvoor al heeft gewonnen kijkt men naar de tweede belangrijkste Amerikaanse stad op dat moment, Miss Chicago. De kandidaten zijn zich hier erg bewust van, waardoor ze ook geen belang hechten aan het theaterpubliek dat andere voorkeuren laat zien. De vrouwen, uiteraard weer in badpak, krijgen allemaal een nummer. Wanneer de gordijnen opengaan is het publiek wild, het gefluit zorgt voor een ongemakkelijk gevoel bij enkele kandidaten. Ze worden één voor één voorgesteld en lopen vervolgens, in chique avondjurken, een rondje op het podium. Hierna begint de afvalrace: van de 49 vrouwen zullen er slechts 10 in de prijzen vallen. Miss België zit hier niet bij, alhoewel ze veel aandacht kreeg tijdens de show en een van de publiekslievelingen was. Het lijkt haar niet te deren. Miss France, die zelf tweede werd, merkt op dat Anne tijdens de terugreis een pak aangenamer is.

Nasleep

Terug in België herneemt Anne haar oude leventje. Ze wordt gevraagd om te poseren voor diverse fotoreportages, waaronder een shoot voor de eerste editie van Variétés (zie foto). Dit maandblad is opgericht door Paul-Gustave Van Hecke, geen onbekende naam in de Belgische cultuurwereld. Voor deze shoot wordt Anne gekleed door Norine, het modehuis dat Van Hecke samen met zijn echtgenoot Honorine Deschrijver leidt.

De jonge Andre Lansel

In deze periode leert ze ook F.W. kennen, een rijke maar getrouwde zakenman die bovendien ook een pak ouder is dan zij. Wanneer ze in 1931 zwanger raakt van hem, laat hij haar in de steek. Ze besluit dan om met Andre Lansel (zie foto’s) te trouwen, een man die al langer een oogje op haar had. Andre is een Zwitserse bankier, telg van de Zwitserse Lansel en Secretan families, die in 1924 emigreert naar België. Wanneer hij Anne leert kennen is hij smoorverliefd op haar. De interesse is niet wederzijds, maar haar zwangerschap drijft haar in zijn armen. Hun huwelijk vindt plaats eind 1931 in Engeland, maar het echtpaar strijkt al snel neer in de Defacqzstraat in Sint-Gillis. Op 21 juni 1932 wordt haar zoon Pierre geboren. Of Andre op de hoogte was dat hij niet de vader was van Pierre is niet geweten, maar hij erkent het kind wel als de zijne en Pierre draagt dan ook zijn familienaam.

Anne staat bekend als een vrouw met temperament. Wanneer iets haar niet aanstaat, zal zij dit laten merken. Zo herinnert het dienstmeisje Marie Goossens zich dat Anne zich voor de ogen van enkele genodigden zodanig kwaad heeft gemaakt, dat ze tegen een pot schopte die hard tegen de enkel van Marie is beland. Ook een van haar kleinzonen getuigt over haar koppig karakter: ‘She was not a very nice person’. Hoewel zijn band met haar erg goed is, en Anne de laatste jaren van haar leven bij hem in L.A. doorbrengt, weet hij te vertellen dat Anne het contact met zijn vader Pierre verbroken had door onenigheden die nooit meer bijgelegd zijn.

Toch schuilt er diep vanbinnen wel een goed persoon in haar. Tijdens de Tweede Wereldoorlog weet ze samen met haar eigen zoon en het dochtertje van de conciërge in haar gebouw het land te ontvluchten. Germaine Debuyst is geboren op 27 april 1928, haar ouders werken in het gebouw waar de Lansels wonen. Door hun joodse roots is het voor hen niet meer veilig in Brussel en besluiten ze hun dochter mee te sturen naar Zuid-Frankrijk. Nadat Germaines ouders overlijden in een concentratiekamp, adopteren Andre en Anne haar. Anne zal de rest van haar leven haar haat voor nazi’s blijven uitroepen.

Andre Lansel (Oudere leeftijd)

Haar huwelijk met Andre brengt haar vervolgens enkele jaren in Portugal, waar hij heen moet voor zijn werk. Ondertussen trouwt dochter Germaine in Florida met luitenant Buren Blackwelder, met wie ze later twee kinderen zal krijgen. Haar adoptie-ouders zijn niet aanwezig op dit huwelijk. Tot minstens 1952 zitten zij in Portugal, waarna Andre – eveneens voor zijn werk – verhuist naar Brazilië. Het is onduidelijk of Anne hem achterna is gereisd, er zijn voor haar geen inreisgegevens te vinden. Andre, een hevige drinker, sterft in Brazilië aan een zonnesteek op 4 februari 1953. Hij is op dat moment 52 jaar oud.

Na zijn overlijden verhuist ze samen met haar zoon Pierre naar Zwitserland, waar haar overleden echtgenoot vandaan komt. Ze gaat aan de slag in een parfumerie in Vevey, maar bekostigt haar rijke levensstijl voornamelijk met diamanten die ze in haar beha had meegesmokkeld uit Antwerpen, waar haar stiefvader aan de slag was als diamantair. In september 1959 trouwt haar zoon met Martha Sue Anderson, een Amerikaanse vrouw, in Genève. Ook Anne zal nog eens in het huwelijksbootje treden wanneer ze de rijke Zwitser Carl Schneider leert kennen. Dit huwelijk is een echt verstandshuwelijk: het is duidelijk dat zij iemand met geld wilde om haar te onderhouden, hij was op zoek naar een charmante vrouw die gasten kan entertainen. Ze spreken af dat ze buiten hun huwelijk mogen doen wat ze willen. Wanneer Carl sterft, erft Anne een substantiële som geld van hem.

Anne, die zelf nog bruist van leven, besluit op een gegeven moment om te verhuizen naar de V.S. Op dat moment wonen zowel haar zoon Pierre, die inmiddels gescheiden is van Martha Sue, haar dochter Germaine en haar vier kleinkinderen daar, verspreid over het hele land. Ze verblijft een tijdje bij Germaine in Virginia, maar al gauw wordt deze locatie haar te saai. Aankloppen bij Pierre is geen optie door de langdurige ruzie die ze met hem heeft. Anne komt wel goed overeen met een van zijn zonen, die fotograaf is in L.A. Wanneer ze hem opbelt is hij een beetje terughoudend, maar zijn vriendin weet hem te overtuigen zijn grootmoeder, die op dat moment meer dan 80 jaar oud is, in huis te nemen. Hij maakt Anne wel duidelijk dat hij niet van plan is om zijn leven on hold te zetten voor haar. Dit is voor haar geen probleem, integendeel.

Wanneer ze merkt dat hij wel erg vaak naar feestjes gaat en laat thuis komt, maakt ze zich boos. Ze wil niet langer alleen thuis blijven en eist dat ze mee mag naar de clubs en discotheken waar haar kleinzoon en zijn vriendin vertoeven. Dit is goed, maar haar kleinzoon stelt zelf ook een tegeneis. Hij wil haar meenemen op voorwaarde dat ze niet al heel vroeg terug naar huis wil. Dit blijkt geen enkel probleem te zijn voor haar. Als slechtziende, bijna blinde, bejaarde vrouw beleeft ze de tijd van haar leven in L.A. en zelfs nu nog moeten de mensen met wie ze toen feestte glimlachen wanneer ze de naam Anne Schneider horen. Ze besteedt bijna haar volledige erfenis aan dit luxeleven in L.A. Haar kleinzoon zal haar dan ook herinneren als de vrouw die tot het einde van haar leven gefeest heeft: ‘Anne Schneider loved to party. I told my friends you were writing this piece about her and they all agreed that she would have loved it. She enjoyed every bit of attention she got.

Ze overlijdt op 31 december 1993 in het ziekenhuis in L.A., maar niet zonder dit ziekenhuis eerst op stelten te zetten. Anne, een verstokte roker, moet er door het ziekenhuispersoneel meermaals op gewezen worden dat ze niet mag roken in het ziekenhuis. Ook tijdens haar laatste dagen blijft haar kleinzoon aan haar zijde. ‘She was terrified of death. Anne Schneider just loved life too much.

Geplaatst in Gekke geschiedenis, Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Mikalojus Konstantinas Čiurlionis – Verhaal van koningen

Kings (Fairy Tale Kings ), 1909 - Mikalojus Konstantinas Ciurlionis

Wat: Mikalojus Konstantinas Čiurlionis – Verhaal van koningen (1909)
Materiaal: Olieverf op doek
Waar: M.K. Čiurlionis museum, Kaunas

Er bestaat mijns inziens niet zoiets als een teveel aan surrealistisch aandoende schilderijen/droomtaferelen, en deze keer heb ik een speciaal exemplaar in de aanbieding. Reizen is vaak kennismaken, zeker als je de geijkte paden verlaat. Toen ik in 2010 met vrienden naar Litouwen trok, was dat best wel een ervaring, qua architectuur, taal, eten, geschiedenis, maar ook qua kunst.

Want in Kaunas is het M.K. Čiurlionis kunstmuseum gevestigd. Het zei ons op voorhand niet veel, maar de keuze tussen dit en het militair museum was snel gemaakt. En uiteindelijk was het een artistieke voltreffer. Ook toen al was ik gefascineerd door het surrealisme en de geheel eigen beeldtaal van de Litouwse schilder sprak mij aan.

Voor ons is M.K. Čiurlionis misschien een ongekend figuur, maar in Litouwen is hij een ware volksheld, misschien nog eerder door zijn nationalistisch geïnspireerde muzikale composities dan zijn schilderijen, hoewel hij duidelijk voldoende gelauwerd wordt om ook hier een eigen museum te hebben. Čiurlionis stierf als onderdaan van Tsaristisch Rusland, maar toch werd hij gezien als een exponent van de Litouwse identiteit.

Hem volledig bij de surrealisten plaatsen doet hem geen eer. Sommige van zijn schilderijen zijn eerder impressionistisch, anderen dan weer abstract. Maar vaak doet zijn keuze van kleuren en onderwerpen wel aan alsof het droombeelden zijn. Zo ook in zijn schilderijencyclus geïnspireerd op Litouwse folklore en sprookjes, waar De Koningen deel van uitmaakt.

We zien twee gekroonde mannen met een glazen bol waarin een landschap te zien is dat typisch is voor de Litouwse schilder. Het paar bevindt zich in een amper verlicht bos met op de achtergrond enkele dreigende bomen. De sterrenhemel op de achtergrond komt tussen de takken piepen als ogen die het tafereel mee gadeslaan.

Net als bij Het Domein van Arnheim van Magritte speelt ook hier de verhouding mee om een soort subliem effect te creëren. De koningen zijn vermoedelijk niet groter of kleiner dan mij en het bos een gewoon bos, maar het landschap geeft de indruk of de illusie dat het reuzen zijn, die een klein koninkrijk observeren, met onderdanen zo groot als mieren.

Hoewel er in zijn oeuvre vanuit kunsthistorisch perspectief ongetwijfeld interessantere schilderijen zijn, waarin hij muziektaal en schilderkunst probeert samen te brengen, is dit het schilderij dat mij 12 jaar geleden het meest bijbleef. En een schilder die mikt op het aantrekken en veruitwendigen van gevoel kan er niets op tegen hebben dat ik net dat laat spreken. Maar ik raad ten zeerste aan om ook zijn ander werk eens te bekijken.

Geplaatst in Kunst | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Black Country, New Road – Ants From Up There

Black Country, New Road Release New Album 'Ants From Up There'

Vorig jaar wist de jonge Britse band Black Country, New Road mij zodanig te charmeren met hun debuutalbum For the First Time dat ik ze prompt op de eerste plaats parkeerde in mijn eindlijstje. Het was dan ook met veel plezier dat ik uitkeek naar het tweede album, dat welgeteld 364 dagen na hun eerste zou uitkomen. Het zevental was op dat moment al volop bezig met de opvolger. Hun debuut zagen ze zelf als een portfolio van wat ze als band konden zijn, hun tweede moest hun eigenlijke eerste volwaardige plaat worden.

En dan kwam maandag, vier dagen voor de release, het nieuws dat de frontman en gitarist Isaac Wood, met zijn unieke stem, presence en teksten, de band verlaat. In een korte maar veelzeggende Instagrampost schreef hij dat hij te veel last had van verdriet en angst. Interviews met de bandleden maakten inmiddels duidelijk dat hij als frontman van een groep met enige hype inderdaad te veel druk ervoer. De zes anderen beslisten om verder te gaan maar de nummers met Wood te beschouwen als voltooid verleden tijd, uit respect voor zijn bijdrage.

Het maakt dit album heel speciaal. Een eerste echte worp op volle kracht van het zevental en (voorlopig) meteen ook het allerlaatste met deze bezetting, een collectie fantastische nummers die nooit live zullen gehoord worden nadat ze zijn uitgebracht. Het is een magere troost dat ze weliswaar al het grootste deel van de set uitmaakten toen ik ze in oktober in de Botanique zag. Maar dat gegeven, samen met het vertrek van Wood; geven dit album een bijzondere context, eentje die vreemd genoeg misschien wel in het voordeel kan spelen.

Maar goed, de muziek dus. Met drie van de vier releases in het begin van het album is het vertrouwd binnenkomen. Na het frivole, nerveuze Intro komt meteen het meest toegankelijk nummer Chaos Space Marine, gevolgd door het eerste hoogtepunt Concorde, het blauwdruk van dit album, waarbij de 7 leden elk de kans krijgen om individueel te schitteren, maar nog vaker een fantastisch geheel vormen, waarbij de som de individuele delen meer dan overstijgt. Dat is ook het geval op Bread Song, waar het eerste deel meandert op gevoel om dan naar een crescendo te werken.

Reviews zullen het wel eens hebben over Arcade Fire en dan zeker over debuutalbum Funeral. Dat is vaak niet meer dan een raakvlak, maar op het pop-achtige Good Will Hunting zijn de parallellen zeker te trekken. Maar dan komt weer het ingetogen donkere Haldern en Mark’s Theme, steunend op de saxofoon van Lewis Evans, een ode aan diens nonkel die enkele dagen voor de release van hun debuutalbum overleed aan COVID.

En dan moet het absoluut magnifieke afsluitend trio nog komen. The Place Where He Inserted the Blade is een vroege kandidaat voor song van het jaar, met een geweldige mix van ingetogen angst en iets meer uitgesproken melancholie, met een sprankeltje hoop. Dan komt het meanderende Snow Globes waar de drums van Charlie Wayne op een gegeven moment als een sneeuwstorm de stem van Isaac Wood naar de achtergrond dwingen. En dan, als afsluiter, is er de 12-minuten durende zwanenzang van Basketball Shoes, een nummer bestaande uit enkele nummers. Van zacht kabbelend, tot springerige postpunk en van een apocalyptisch koortje tot de oerkreten van Wood, die in de laatste anderhalve minuut bij wijze van onbedoeld afscheid nog eens alles uit zijn longen perst.

Zelfs zonder het vertrek van Wood zou ik dit beschouwen als een absoluut magnifiek album, een dat mijn belachelijk hoge verwachtingen nog weet te overstijgen. Door de manier waarop zeven bandleden zo’n mooi aanvullend geheel kunnen vormen, door de productie die dit mogelijk maakt, door de zeven leden die elk op hun manier tonen wat voor talent en creativiteit ze bezitten. Maar zeker ook over de teksten over angst, verlangen en eenzaamheid en de breekbare passie waarmee Wood ze declameert.

De zes overige leden gaan verder met een totaal nieuw repertoire en waarschijnlijk met bassiste Tyler Hyde als de zangeres, al hebben ze naar aanleiding van Woods worstelingen besloten om zeker te zijn dat het middelpunt van de aandacht beter verdeeld wordt, zodat de druk niet te veel wordt. Het is atypisch, want dit album zal afgaande op de reacties van fans, muziekliefhebbers en recensenten wel een blijver zijn. Maar het is ook een einde. En hoewel het balen is dat deze nummers live voorlopig geen toekomst hebben, is het ergens ook wel typisch voor deze atypische band.

Bedankt, Isaac. En het ga je goed.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Alessandro Covi – De Coureur d’Ambiance 2022

“Tour d’Ambiance is de belangrijkste bijzaak in het leven” – Winston Churchill

“Beter verliezen met willekeur dan verliezen met kennis” – Dalai Lama

“Ja ja.” – José De Cauwer

Alessandro Covi - UAE team Emirates

Volgende week is het zover. Dan begint Tour d’Ambiance weer. Dit is de Twitterwielerpronostiek, met een insteek richting goede doel. Dit jaar gaat de opbrengst naar Het Balanske (meer info en mogelijkheid tot ondersteuning vind je hier) en de Intensieve Zorgen pediatrie van het UZ Gent. Deze prono wordt sinds (zeer recente) mensenheugenis georganiseerd door Grote Organisator @FilipAertsDigi en is een bron van online (en ongetwijfeld in bepaalde specifieke gevallen ook offline) vertier. Ik ben zelden een trendsetter, maar in deze kan ik wel stellen dat ik bij de oorspronkelijke bezetting zat, ten tijde van Belgium2017. Maar dat terzijde, want eigen lof stinkt. (En hiermee is het toch gezegd)

Vorig jaar slaagde ik erin om een 106de plek in het totaalklassement uit de brand te slepen. Dat is niet goed, maar ook niet echt slecht. Toen nam ik de beslissing om dit jaar met een spirit animal te werken, een renner die ook al trapt hij geen deuk in een pakje boter altijd op mijn loyaliteit mag rekenen. Mijn Coureur d’Ambiance als het ware. Dat was, logischerwijs, de 106de op de UCI-ranking. En daar was de 23-jarige Italiaan Alessandro Covi te vinden.

En er zijn slechtere renners om kunstmatig en op totaal arbitraire wijze lotsverbondenheid mee te kweken! Covi is, om te beginnen, geboren en getogen in het Piëmontese Borgomanero, genoemd naar een of andere lokale hogere ambtenaar uit de 12de eeuw die verantwoordelijk was voor de vestingwerken en daarom Sint-Leonardus wist te vervangen in de plaatsnaam (dank u, Wikipedia). De plaatsnaam Borgomanero is ontegensprekelijk robuust, maar ook overduidelijk esthetisch verantwoord, vanwege z’n welgeplaatste opvolging van o’tjes. Als wielrenner kan je maar beter uit Borgomanero komen dan uit pakweg Denderwindeke.

De jonge Covi deed het zeker niet slecht. Om te beginnen reed hij voor prachtige teams als S.C. Cadrezzate, C.C. Cremonese Gruppo Arvedi en Team Giorgi. Vanaf 2017 gaat het naar Team Colpack, en kan hij als stagiair bij U.A.E. Team Emirates al eens proeven van de top. In deze vormende jaren haalt hij af en toe wat zeges binnen, zoals de Tour du Pays de Vaud en een rit in de Ronde van de Toekomst. Uiteindelijk tekent hij in 2020 voor U.A.E Team Emirates waar hij ploegmaat wordt van onder andere Formolo, McNulty, Ulissi & niemand minder dan Tadej Pogacar. Dat team is van Chinese (staats)handen naar de oliegreep van de Emiraten gegaan, dus het is misschien niet zo koosjer, maar met principes win je geen prijzen!

Alessandro Covi shines to take 3rd on the Zoncolan - UAE team Emirates

Hoe deed onze jonge wolf het dan vorig jaar? Zeker niet slecht! Het voorjaar begon aarzelend, maar hij werd wel knap 38ste in de Giro, zijn eerste grote ronde. Daar werd hij 2de in de memorabele mini-Strade Bianche-rit naar Montalcino en derde op de mythische Monte Zoncolan. Dat geeft de burger hoop! Toevalstreffer hoor ik u denken? Niets is minder waar. Want in het najaar was het zeker ook niet slecht.

Zo scoorde hij een 5de plaats in de Classica San Sebastian en werd hij 2de in de Coppa Bernocchi, achter Evenepoel maar voor Masnada. Hij pakte ook nog de eindzege en het jongerenklassement (duh) in de Ronde van Sicilië, met ook nog een 2de en een 3de plaats in de twee laatste ritten. Hij won ook nog de Trittico Lombardo, een prijs die gegeven wordt aan de renner die het meest constant presreert in drie eendagsritten, met name de Coppa Bernocchi (2de), Tre Valli Varesine (9de) en de Coppa Agostoni (3de).

Met zijn 23 primaveras is er dus nog zeker groeimarge. En ik ben dan ook overtuigd dat hij zijn 106de plek op de UCI-ranking dit jaar zal verpulveren. Wat staat er de komende maanden zoal op het programma? O.a. de echte Strade Bianche, Milaan San-Remo, de Ronde van Vlaanderen, de Amstel Gold Race en de Giro. Maar eerst enkele koersen op Mallorca, de GP Marseillaise en de eerste echte certified Tour d’Ambiance-koers Etoile de Bessèges-Tour du Gard. Een prachtige streek en veel koershonger, dat kan de dartele jongeling uit Borgomanero enkel maar inspireren.

Na het vermaledijde Covid-19 is het nu tijd voor het vreugdevolle Covi-22!

Wordt vervolgd!

Geplaatst in Hersenspinsels, Sport | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Album top 30 2021 – 5 – 1

5. Sylvie Kreusch – Montbray

Sylvie Kreusch - Montbray (): Warm gebroken hart

Ondertussen is het verhaal gekend. Sylvie Kreusch was jaren de partner en de muze van Maarten Devolderde van Balthazar, tot hij, de details zijn niet gekend maar vanuit de lyrics is er wel het een en ander te distilleren, haar hart brak. Nadat ze de backing vocals verzorgde op de twee albums van Devolderes zijproject Warhaus stapt ze nu zelf in de spotlights en zingt ze de breuk van zich af. En dat doet ze op een magistrale manier, met ongelofelijke eigenheid en een muzikale zin voor avontuur, een rijk instrumentarium en af en toe Twin Peaksachtige achterwaartse vocals (of zo klinkt het toch). Elk nummer baadt in een eigen sfeer. Wild Love is sierlijk, Walk Walk aanstekelijk poppy, Haunting Melody is dreigend en verleidelijk en in Let It Burn roept Kreusch alle frustraties van zich af. Op de afsluiter zingt ze “Love’s a stranger forever”, een verwijzing naar het gelijkname nummer op het laatste album van Warhaus. Symbolischer kan het haast niet zijn. De breuk met Devoldere mag dan wel de aanleiding zijn van het album, maar Montbray toont vooral dat het hoog tijd was dat Sylvie Kreusch op eigen kracht haar muzikale kunnen toonde.

4. Lana Del Rey – Blue Banisters

Lana Del Rey - Blue Banisters | Monster Music & Movies

Na de release van Chemtrails over the Country Club beloofde Lana Del Rey snel een nieuw album uit te brengen. Op 4th of July zou haar White Hot Forever uitkomen. Dat werd even later Blue Banisters en de releasedatum werd verschoven naar ergens in november. Het risico met twee albums te releasen is 1 jaar is dat de kritische luisteraars vaak denkt dat er een echt heel goed album had ingezeten. Del Reys twee worpen mogen echter in hun volledigheid naast elkaar bestaan, met Blue Banisters als de duidelijk beste van de twee. Opener Text Book presenteert opnieuw de meer vertrouwde sound en leunt meer aan bij Honeymoon en Norman Fucking Rockwell! dan COTCC. Het is echter meer dan een herhalingsoefening. Een andere productie en meer variatie in de nummers zorgen ervoor dat het album een eigenheid heeft. Af en toe is er ook een grote verrassing zoals de Morricone-meets-trap interlude, de ragtime outro van If You Lie Down With Me of het als gitaar verhuld gehuil op Living Legend. Blue Banisters volgt something old, something new, something borrowed, something blue. Kortom, hoe we Lana Del Rey graag hebben.

3. Lord Huron – Long Lost

Long Lost, Lord Huron | LP (album) | Muziek | bol.com

Het vierde album van Lord Huron, de band rond Ben Schneider, werd opgenomen in hun eigen studio in Whispering Pines en is deels een conceptalbum waarbij hun opnamestudio een poort is naar een parallel universum. De conciërge van de studio speelt op de plaat een bescheiden rol en is te horen als “presentator”, fictieve bands passeren de revue. De show zelf duikt op tijdens verschillende interludes en een opgenomen publiek juicht en jubelt. Het is ook een conceptalbum over ongedane zaken die geen keer nemen, de verloren liefde en de herinneringen aan dit alles. Kortom het verleden en al wat ermee te maken heeft. De retro folkrock van Lord Huron is dan ook een perfect muzikaal kader. Long Lost staat vol nummers die niet zouden misstaan in het universum van David Lynch. Ze baden in eenzelfde warme, nostalgische gloed, met enkel Not Dead Yet dat de uptempo de hoogte injaagt. Lord Huron is een veelheid aan bands op dit album, met als kern een liefde voor galmende gitaren, spaghettiwesternsriffs en orkestrale melancholie. Afgesloten wordt met een dromerige instrumental van 14 minuten, waardoor het album eindigt zoals het begint. Wie zich graag wentelt in de warmte van galmende 50’s gitaren zal zich goed voelen in de wereld die Lord Huron creëert op Long Lost.

2. Coco – Coco

ALBUM REVIEW: COCO – COCO – Joyzine

Vorig jaar was Empty Beach van Coco mijn meest gedraaide nummer. Coco was toen nog een band waarvan niet bekend was wie de leden waren, omdat zij wilden dat het over muziek, eerder dan over de muzikanten ging. Drie singles later kwamen ze toch naar voren. Het bleek over Maia Friedman (Dirty Projectors), Dan Molad (Lucius) en Oliver Hill (Pavo Pavo). En prompt kondigden ze aan dat ze samen een volledig album hadden geschreven. Ook nu geweten is wie achter Coco zit, is er geen risico dat het over iets anders gaat dan de muziek, want het selftitled album is een grote ode aan de muziek. Empty Beach wordt gevolgd door het al even mooie Knots. Elk nummer op het album is minutieus tot stand gekomen door het drietal, die duidelijk beschikken over een natuurlijke harmonie. Come Along is een brok sfeer, Over the Houses nostalgisch, Sage lijkt telkens te ontploffen om vervolgens toch weer rustig neer te dalen. Elk individueel nummer is vakkundig gesmeed, maar als geheel vormt het een meesterwerk, onderbelicht en ondergewaardeerd. Laat ons hopen dat Coco meer is dan een gelegenheidsensemble, want zoveel liefde voor muziek, dat smaakt naar meer.

1. Black Country, New Road – For The First Time

Black Country, New Road: For the first time Album Review | Pitchfork

Ja, ik heb er dit jaar al zo vaak over geëmmerd dat het geen verrassing zou mogen zijn. For The First Time, het debuutalbum van het Britse zevental Black Country, New Road is mijn album van het jaar. En ondanks dat de vorige albums stuk voor stuk geweldig zijn, eigenlijk zonder al te veel concurrentie. Het is lang geleden dat een nieuwe band mij nog zo kon intrigeren, verrassen, prikkelen, hunkeren en raken. Al vanaf opener instrumental, een instrumental (ha), wordt je aandacht langs alle kanten getrokken. Twee gitaristen, een toetseniste, een violiste, een bassiste, een saxofonist en een drummer. Samen maken ze al jaren muziek en het hele album is duidelijk hoezeer ze op mekaar zijn ingespeeld. Wie na de klezmer op de openingstrack denkt een jazzalbum te krijgen, wordt meteen op een ander spoor gezet door Athens, France. Black Country, New Road heeft geen genre. En dat is hun sterkte. Er zijn nummers binnen nummers. Science Fair begint met gitaargerammel en halfweg veranderen de nerveuze gitaren in donkere synths. Op Sunglasses demonstreert zanger Isaac Wood dan weer de charme van zijn half gesproken zang, wat uitbarst in een colèrige rant waar ook Kanye West passeert. Ook dat typeert Black Country, New Road. Wood combineert high brow en bizarre referenties met verwijzingen naar populaire cultuur. Op Track X gaat het schijnbaar even zachter, hoewel ook hier elke muzikant zijn eigenheid kwijt kan. Op Opus is de klezmer daar weer en zijn er een tiental genres gepasseerd. Black Country, New Road doet zijn eigen ding. Ze worden vaak vernoemd in een adem met andere Britse bands zoals Black Midi en Squid. Voor mij steken ze er met kop en schouders bovenuit. De jonge muzikanten weten perfect welke weg ze uit willen en doen dit zonder muzikale compromissen. For The First Time is een memorabel debuut zonder compromissen en met tonnen bravoure. Zoals Isaac Wood op Sunglasses zingt: The absolute pinnacle of British engineering!

Ik verzamel al mijn 30 favoriete albums in deze handige en overzichtelijke Spotify-playlist

Geplaatst in Album top 10, muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Album top 30 2021 – 10 – 6

10. Meggie Lennon – Sounds from Your Lips

Sounds From Your Lips, Meggie Lennon | Le Devoir

Afgaande op de cover zou je kunnen denken dat Sounds From Your Lips een verdoken album uit de 60’s of 70’s is. Als je het album zelf opzet, zou die gedachte nog wat meer kunnen versterkt worden. Het debuutalbum van de Canadese baadt in een zomerse, warme, sensuele gloed. Lennon omschrijft het zelf als make-out dream-pop, met heel wat teksten die refereren naar liefde maar vooral naar ongebreidelde lust. De muziek doet de rest. Hoogtepunt van het album is het betoverende Jardin, gezongen in het Frans. Het album zelf duurt maar net een half uurtje en bestaat uit 8 nummers, de perfecte lengte voor de sfeer die het album wil oproepen. Sounds From Your Lips zal vermoedelijk onder de radar blijven maar wie zin heeft in wat zwoele chamber indie-pop kan de ogen sluiten en genieten van muzikale en andere sensaties.

9. Faye Webster – I Know I’m Funny, Haha

Faye Webster: I Know I'm Funny haha Album Review | Pitchfork

Faye Webster kreeg in aanloop naar haar vierde album, en opvolger van haar gesmaakte Atlanta Millionaires Club, een extra duwtje in de rug toen ex-president Barack Obama haar Better Distractions, de openingstrack van dit album, op zijn lijstje met favoriete nummers van 2020 zette. Als Lana Del Rey met Chemtrails over the Country Club haar melancholische, dromerige sound naar country wilde overzetten, doet Faye Webster ergens hetzelfde. Haar ietwat lethargische indie krijgt ook her en der wat steel guitar. Maar anders dan bij Lana Del Rey is het hier overgoten in een hip en gelaten sausje. Of ze nu totaal intonatieloos haha zegt of zachtjes “You make me wanna cry in a good way”, Webster weet schijnbaar moeiteloos te beklijven, mede dankzij haar clevere, witty lyrics. Hoogtepunt is de op een distorte riff gebouwde Cheers. Webster mag dan

8. Sam Fender – Seventeen Going Under

Sam Fender - Seventeen Going Under | Rock | Written in Music

Na het grote succes van Hypersonic Missiles is Sam Fender terug met Seventeen Going Under, meer introspectief over zichzelf en zijn leven, deels gedwongen door de lockdown. Ook hier is de invloed van Bruce Springsteen en de E Street Band duidelijk aanwezig, niet in het minst op de geweldige openingstrack en titelnummer. Dat tempo wordt aangehouden op nummers als Getting Started, Get You Down of The Leveller. Soms gaat het tekstuele introspectieve ook gepaard met muzikale ingetogenheid, zoals op Spit of You, wat gaat over Fenders vader. Fender weet de afwisseling tussen de gaspedaal en rem goed te vinden. En hoe groots het album opent, hoe mooi het eindigt, met het opzwepende Dying Light. Sam Fender baant zich muzikaal nog steeds een weg naar de grote podia en de stadia, maar doet dat op een authentieke en eigen manier, en toont dat de gitaarplaat ook anno 2021 meer kan zijn dan rechttoe rechtaan muzikaal entertainment zonder boodschap of ziel.

7. Gruff Rhys – Seeking New Gods

Gruff Rhys: Seeking New Gods Album Review | Pitchfork

Gruff Rhys, de voormalige frontman van The Super Furry Animals, is inmiddels Welsh muzikaal erfgoed. Op zijn zevende solo album laat hij het Welsh wel opnieuw achter zich en kiest hij voor een conceptalbum in het Engels over Mount Paektu, een vulkaan in Oost-Azië. Rhys gebruikt het als metafoor voor tijd, ruimte, vergankelijkheid en de menselijke conditie en het bestaan op zich. Tekstueel is het zoals steeds tiptop in orde, soms diep en contemplerend, soms luchtig en grappig, zoals op Hiking in Lightning. Maar Rhys pakt vooral uit met 9 ijzersterke songs met een rijke productie en dito instrumentalisatie, tegelijk poppy, dromerig en psychedelisch. Vaak transformeren de nummers halfweg, zoals op het mooie Holiest of the Holy Men. Gruff Rhys is een ervaren songschrijver met oog voor detail en muzikale eigenzinnigheid, wat hij hier samenbrengt op wat misschien wel zijn beste solo-album is.

6. Clairo – Sling

Clairo: Sling Album Review | Pitchfork

2 jaar geleden bracht Clairo, de artiestennaam van Claire Cottrill, Immunity uit. Hoewel het toen een welgesmaakt debuut was, is het mij volledig ontgaan, dit terzijde. Voor de opvolger, Sling, tapt ze uit een ander vaatje. Opener Bambi zet meteen de toon qua sound. Sling is een verzameling van ingetogen indie en leunt qua sfeer aan bij 70’s singersongwriters. Het is niet toevallig dat dit album vol chamber pop geproducet werd door Jack Antonoff (ja, daar is hij weer). De nummers zijn vaak ingetogen, maar niet eentonig. Amoeba bouwt op een enorm catchy refrein, op nummers als Patridge of instrumental Joanie zit er dan weer een licht psychedelische filter. Ook de minimalistische nummers zoals Blouse krijgen prouctiegewijs altijd een extra, in dit geval een subtiele steun van strijkers. Zoals zo vaak het geval is met beginnende artiesten was Clairo overdonderd door het succes van haar debuutalbum. Tekstueel zoekt ze dan ook thema’s als stabiliteit, zelfzorg, huiselijkheid en verantwoordelijkheid. Hoewel nog maar 23-jaar getuigt ze in de lyrics maar ook muzikaal van een grote maturiteit. Aangezien Immunity mij eerlijk gezegd volledig ontgaan was, kwam Sling des te meer als een aangename verrassing.

Ik verzamel al mijn 30 favoriete albums in deze handige en overzichtelijke Spotify-playlist

Geplaatst in Album top 10, muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Album top 30 2021 – 15 – 11

15. Meskerem Mees – Julius

Julius, Meskerem Mees – LP – Music Mania Records – Ghent

Na ervaren rot Novastar is nieuwkomer Meskerem Mees de tweede vaderlandse artieste die mijn album top van 2021 haalt. Hoewel, nieuwkomer is relatief. Vorig jaar had ze met Joe al een veel gedraaide single en daar kwam in het voorjaar Seasons Shift bij. Meskerem Mees doet het met niet meer dan haar akoestische gitaar, een cello, af en toe een piano en haar stem. 13 nummers en een dikke 38 minuten lang volstaat dat om de luisteraar mee te nemen in een eigen muzikale wereld, die van de verteller-singersongwriter. Het zijn stuk voor stuk pure verhalen, zonder te veel opsmuk of trucjes. Dat wijst op een groot vertrouwen in het materiaal, maar ook in een flinke dosis zelfkennis. Meskerem Mees kan het gewoon met puurheid. Ze gaf zelf aan na dit album iets anders te doen. Of ze daarmee de muziek voorgoed achter zich laat is niet duidelijk, maar in dat geval laat ze toch dit mooi album na.

14. Bess Atwell, Already, Always

Bess Atwell: Already, Always. Vinyl & CD. Norman Records UK

Je kan ervoor kiezen om interesse te wekken met een 17de eeuws schilderij met een pelikaan en ander gevogelte of je kan gaan voor de sympathy vote en poseren met je kat. Op haar tweede album trekt de Britse volledig de introspectieve kant en verkent ze haar eigen tekortkomingen, dromen en mislukkingen. Opener Co-Op zet meteen de toon, zowel qua tekst als muzikaal. Atwell luisterde tijdens het schrijven van de nummers veel naar onder andere The National & Beach House. En hoewel dat doorsijpelt in de muziek, overheerst toch vooral een warme, melancholische indie folk, met hoogtepunten Love Is Not Enough en Time Comes in Roses, waar het misschien eerder klinkt als een Britse variatie op Lana Del Rey. Maar genoeg mooie vergelijkingen om dit prachtige album aan te prijzen dus!

13. Ada Lea – one hand on the steering wheel the other sewing a garden

Ada Lea - one hand on the steering wheel the other sewing a garden ():  Bitterzoete herfstwandeling

Na mijn favoriete cover (zie 19.) volgt nu het album met de langste titel (Ja, nog net ietsje langer als deze van Damon Albarn). En dat zonder hoofdletters ook nog eens. Dat kan tellen qua in het oog springen. De nummers daarentegen zijn meestal kort, behalve halfweg eentje dat kan concurreren met de titel. Maar goed, genoeg over de bijzaken. Ada Lea, de artiestennaam van de Canadese Alexandra Levy, brengt met one hand etc. haar tweede album uit. Gebouwd rond echte en fictieve verhalen in haar thuisstad Montreal schotelt Ada Lea 11 folkrock/indienummers voor, daarbij geholpen door Marshall Vore, de producer en drummer van Phoebe Bridgers. Er is een zekere overlap met de muziek van Bridges, maar toch vooral een eigen sfeer, ietwat gloomy en melancholisch. Opener damn met een geweldig refrein zet meteen de toon. Het album zit vol met kleine elementen die het album een spannende muzikale tocht maken, zoals het gitaarrifje op oranges, die kleine explosie op my love 4 u is real of die mooie violen op afsluiter hurt.

12. Dijon – Absolutely

Dijon: Absolutely Album Review | Pitchfork

Je moet nog maar naar openingstrack Big Mike’s luisteren om te weten dat deze plaat iets speciaals heeft. Dijon mengt R&B, soul en folk en giet dat in een experimenteel sausje. Doorheen de hele plaat lijkt het wel alsof je met de muzikanten in de studio zit. Het zorgt voor een debuutalbum dat verre van perfect is, maar wel intrigerend. Soms is het rechttoe rechtaan soul zoals op The Dress, maar vaker zijn het kortere, rammelende en gammele snippets van jams, waar galmende vocals omringd worden door instrumenten die vanuit alle hoeken lijken te komen. De nummers op zich zijn niet baanbrekend of wereldschokkend, maar de presentatie is intrigerend en gedurfd. Genres worden door mekaar gemixt en krijgen een DIY-bedroom pop productie waar Jack Antonoff jaloers op zou zijn. Een artiest om verder in de gaten te houden! En aangezien hij volgend jaar gaat touren in het voorprogramma van Bon Iver zou dat in de gaten houden wel eens heel makkelijk kunnen maken.

11. Balthazar – Sand

Sand, Balthazar | CD (album) | Muziek | bol.com

Van een nieuwe artiest die uitpakt met een eigenzinnige productie naar een band die ondertussen perfect weet hoe hun sound vorm te geven. Op hun vijfde album, Sand, gaat Balthazar verder op het elan van Fever, hetzij in een iets meer verdunde versie. Het spelplezier is wel duidelijk terug, de strakheid en de gekende elementen (die baslijntjes, de percussie, de afwisseling tussen de warme stem van Jinte Deprez en de lijzige maar charismatische Maarten Devoldere) zijn ook weer van de partij. Sand is een collectie van boeiende nummers. Net als op Fever wordt die herkenbaarheid wel gespreid dankzij wat muzikale diversiteit. Van het funky Losers tot het jazzy I Want You en van het dansbare Linger On tot het zwoele Leaving Antwerp. Fever was een zekere stijlbreuk ten opzichte van de eerste drie platen. Dat is Sand minder, maar Balthazar doet nu eenmaal perfect waar je als fan van Balthazar op hoopt.

Ik verzamel al mijn 30 favoriete albums in deze handige en overzichtelijke Spotify-playlist

Geplaatst in Album top 10, muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Album top 30 2021 – 20 – 16

20. Lucy Dacus – Home Video

Lucy Dacus: Home Video Album Review | Pitchfork

Vorig jaar ging Phoebe Bridgers en haar album Punisher met de eer lopen om mijn album van het jaar genoemd te mogen worden. Dit jaar konden haar twee collega’s bij Boygenius ook een poging wagen. Little Oblivions van Julien Baker was een heel oprecht en tekstueel intiem album, maar kon mij niet overtuigen. Lucy Dacus had dan weer een lastige opdracht om het geweldige Historian op te volgen. Dat lukt half. Muzikaal is het misschien soms net ietsje te veel middle of the road, zeker op de iets stevigere nummers. Maar Dacus heeft een geweldig mooie stem en het vermogen om pure, intelligente teksten neer te pennen. Zeker op de rustigere nummers als Christine of Thumbs weet ze daarmee opnieuw magie te creëren. Dit album was bijna gediskwalificeerd op basis van de gruwelijke en vooral totaal onnodige autotune op Partner in Crime, maar mijn boon voor Lucy Dacus bleek uiteindelijk te groot. Geen even groot succes als Historian, maar Dacus blijft een oprechte singersongwriter met een bloedmooie stem.

19. William Doyle – Great Spans of Muddy Time

William Doyle – Great Spans of Muddy Time (): Wisselvallig assortiment

William Doyle (aanvankelijk gekend onder het pseudoniem East India Youth) botste op het schilderij “Een pelikaan en ander gevolgte bij een waterbassin” van de Amsterdammer Melchior d’Hondecoeter en koos het als albumcover. Die albumcover trok mijn aandacht en de rest is geschiedenis. Het verschil tussen het schilderij en de vaak experimentele elektronische muziek van Doyle kan niet groter zijn. De titel, Great Spans of Muddy Time, verwijst dan weer naar de beschrijving van een BBC-presentator Monty Don over zijn depressie. (Ja, opnieuw, maar geen zorgen, met mij gaat alles goed). Doyle puzzelde aan het album, dat zeker op vlak van de instrumentals zeer divers en daardoor misschien soms wat onsamenhangend klinkt. Door een probleem met zijn hard drive was hij gebonden aan de versies op tape. De perfectionist in Doyle moest aanvaarden dat hij niet langer eindeloos aan de nummers kon prutsen. Great Spans of Muddy Time is het tegendeel van druilerige lethargie, waar alles hetzelfde lijkt, een album dat even intrigerend is als z’n cover.

18. Lana Del Rey – Chemtrails Over the Country Club

Lana Del Rey: Chemtrails Over the Country Club Album Review | Pitchfork

Mijn muzikale liefde voor Lana Del Rey is geen geheim, zeker niet na het fantastische Norman Fucking Rockwell! Ze ging opnieuw met Jack Antonoff in zee en maakte met Chemtrails Over the Country Club een korter en meer to the point album, en, zoals de titel doet vermijden, een beetje van een countryalbum. Dat werkt soms, zeker op de eerste twee nummers. Op White Dress hijgfluistert ze op zeer indrukwekkende wijze en het titelnummer kan zo in haar canon. Maar op de meer zuivere countrynummers zoals Wild at Heart of Breaking Up Slowly, een duet met Nikki Lane, gaat het misschien net iets de verkeerde kant van het genre op. De productie is wel weer goed en Lana Del Rey wordt als zangeres steeds beter. Als kers op de taart krijgen we nog For Free, een cover van Joni Mitchell met Zella Day en Weyes Blood. Lana Del Rey stelt met haar eerste van twee albums in 2021 zeker niet teleur, maar de zijstap naar haar versie van country valt soms net ietsje te vlak. Maar een vlakke Lana Del Rey is nog steeds klasse.

17. Barbara Pravi – On N’Enferme Pas Les Oiseaux

Barbara Pravi - On n'enferme pas les oiseaux (): Waar traditie en heden  elkaar ontmoeten

Hoewel ik de kelk van Eurosong dit jaar aan mij liet passeren, bleef een nummer hangen. Neen, niet de zielloze rockpersiflage van Måneskin (don’t @ me), maar wel de prachtige chanson Voilà van Barbara Pravi, de Frans-Iraanse die zich vol overgave de ziel uit het lijf zong. Dat nummer eindigde uiteindelijk als openingstrack op On N’Enferme Pas Les Oiseaux. Heel wat nummers putten uit de rijke geschiedenis van het Franse chanson. Naast Voilà is er ook het bloedmooie Le jour se lève, het sprankelende je l’aime, je l’aime, je l’aime en het half gesproken La ritournelle. De blik naar vroeger wordt ook afgewisseld met het hier en het nu. Vooral op Saute, met Oosterse klanken en het opzwepende La Femme. Barbara Pravi doet met haar tijdloos, fris album wat denken aan onze eigenste Stromae, misschien met iets meer traditie en iets minder experiment. Pravi mag dan wel tweede geworden zijn op het Eurovisie Song festival, met haar debuutalbum overstijgt de liedjeswedstrijd.

16. Old Sea Brigade – Motivational Speaking

Old Sea Brigade - Motivational Speaking | daMusic

Met Lucy Dacus passeerde al een artieste die op basis van haar stem een streepje voor heeft bij mij. Old Sea Brigade, de artiestennaam van de Amerikaan Ben Cramer, is een beetje de mannelijke variant. Op zijn debuutplaat Ode to a Friend, geschreven naar aanleiding van de zelfmoord van een goede vriend toonde hij al een vermogen om te beklijven. Vorig jaar maakte hij een al even gesmaakte EP met Luke Sital-Singh. Met Motivational Speaking zet hij de volgende stap. Los van uptempo Day by Day schipperen de nummers tussen een beetje ingetogen en zeer ingetogen. Zelfs op de nummers die quasi enkel gedragen worden door zijn stem, zoals het mooie Nothing Clever, blijft hij beklijven. Het is misschien een eigenaardigheid die niet veel mensen delen, maar Cramer gewoon al horen zingen vult mij met een warme gloed. Als de nummers dan ook nog eens zo mooi zijn, dan is dat een winnende combinatie.

Ik verzamel al mijn 30 favoriete albums in deze handige en overzichtelijke Spotify-playlist

Geplaatst in Album top 10, muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen