Boerenkinkels

“Van alle boerenkinkels zijn de religieuze boerenkinkels de ergsten”. Neen, het is geen citaat van Julius Caesar. Laat ons zeggen dat dat specifieke sentiment eerder sinds Karl Marx mainstream is geworden. En het werd nog eens bewezen tijdens de recentste aflevering van “De kolderbrigade: Antwerpen”. Kris Peeters dacht, in het kader van het gemeenschapsproject van guru Wouter Beke, dat het interessant kon zijn om iemand van de Joodse gemeenschap op de lijst te zetten. Op zich een nobel streven. Helaas werd er snel op gewezen dat de man “onze normen en waarden” niet deelde. Of beter gezegd, niet gewoon “normaal” wou doen.

Vreemd genoeg ging het debat niet over het feit dat hij er misschien niet zo’n orthodoxe moraal op nahield, aldus zijn link met de dievenstiel, en zelfs niet dat hij gezamenlijk onderwijs (zoals in onderwijs met jongens én meisjes, stel je voor) kindermishandeling noemde. Neen, het ergste wapenfeit was zijn weigerachtigheid/weigering om een vrouw de hand te schudden. Het was vooral dat laatste dat hem zijn plaats op de lijst kostte. Diverse politica’s konden niet wachten om hem de hand te reiken, puur uit principe.

Maar goed. Van alle religieuze boerenkinkels zijn de moslims dan weer de ergsten. Want ook al is er een grote overeenkomst tussen beide gemeenschappen, in hun meer orthodoxe uitingsvorm weliswaar, binnen de joods-orthodoxe gemeenschap vertrekt dat vanuit een zekere subtiliteit en finesse, een je ne sais qoui, aldus de burgervader van Antwerpen. Moslims daarentegen, die doen gewoon tegendraads omdat ze in het beste geval tegendraadse mensen zijn en in het slechtse geval onze rechtstaat en samenleving omver willen werpen. Consequentie is voor de paarden, aldus een Vlaams spreekwoord. (Of Voltaire, dat kan ook).

Vraag blijft natuurlijk of zo’n Aaron Berger niet gewoon op een lijst mag staan, of dat er een of andere malloot niet mag zeggen dat hij vindt dat er gescheiden bussen moeten komen. Natuurlijk vind ik dat als zelfverklaard weldenkend mens onwenselijk. En het lijkt aanlokkelijk om die stemmen te weren. Maar dat maakt nog niet dat ze gaan verdwijnen, integendeel. Een partij, of dat nu CD&V, ISLAM, PVDA of Vlaams Belang is, mag kiezen welke mensen ze op hun lijst zetten, ook al zijn het “boerenkinkels” van de zuiverste soort. Het is aan de partij om te beslissen vanuit welk gedeeld waardenkader ze opereren, het is aan de burger om daar een idee van te maken en aan de kiezer om die keuzes te belonen of te bestraffen. Hoewel ik het wereldbeeld van de heer Berger ook niet vind stroken met het maatschappijbeeld van een CD&V, zouden ze wel vrij mogen zijn om die stem te incorporeren, met alle (electorale) gevolgen van dien.

Eigenlijk is het meest problematische aan de hele discussie, en bij uitbreiding soortgelijke discussies uit het verleden en in de toekomst, dat men als “afwijkende” gemeenschap de boodschap krijgt dat men intern zo veel mag afwijken van de ideale gemeenschapsvorm en onze normen en waarden, zolang men zich maar afsluit van de rest van de maatschappij. “We hebben er geen last van”. Dat maakt de strijd voor onze “normen en waarden” passief en selectief en onze intentie om een gemeenschap te vormen met iedereen van goede wil een dooddoener. Uiteraard kan je gesloten gemeenschappen niet zomaar openbreken, maar het voorstellen als een ideaal waaraan andere gemeenschappen zich kunnen spiegelen, ook al gaan daarmee de zo gekoesterde idealen overboord, lijkt mij ook cynisch en dubbelzinnig. En haaks op het idee dat je een gemeenschap wilt vormen.

Je kan vinden dat iedereen die een publiek ambt wilt bekleden de waarden van de Res Publica moet delen (wat een mooie term), maar in deze uitingsvorm is dat een beetje zoals die burgemeester in Boom die een hoofddoek in de gemeenteraad wou verbieden, omdat de gemeenteraad neutraal moest zijn. Je kan ambtenaren in uniformen steken, maar politiek moet, samen met het publieke debat, nog wel een plek zijn waar ook de onwenselijke meningen aan bod komen. Anders krijg je gemeenschappen binnen gemeenschappen binnen gemeenschappen. En dat is misschien op de korte termijn de makkelijkste oplossing, maar je zit op middel- en lange termijn waarschijnlijk met een nog groter probleem.

PS: Het paste niet in bovenstaand stuk, maar ik was wel zo opgetogen met het bedenken van het woord “Icaruskinkel”, dat ik het hier toch kwijt wil. In Antwerpen zijn er alvast met Tom Meeuws en Kris Peeters twee magistrale Icaruskinkels aan het werk.

Advertenties
Geplaatst in Hersenspinsels, Over cultuur en maatschappij, Politiek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Albumaanraders Q1

Gwenno – Le Kov

Image result for gwenno le kov

Op een blauwe maandag scoorden The Pipettes een hitje met Pull Shapes, een vrolijk nummer dat qua muziek en esthetiek sterk aanleunde bij de popmuziek van de jaren ’60. Het was een klein golfje in de liefde voor retro waar ook Amy Winehouse dankbaar gebruik van maakte. Het liedje was echter snel uitgezongen. Een van die Pipettes, Gwenno Saunders, gooide het over een andere boeg. Gwenno, een Welshe, bracht in 2014 een debuutalbum genaamd Y Dydd Olaf uit, volledig in haar thuistal gezongen. Met Le Kov gaat ze nog een stap verder en kiest ze voor het Cornish. Dit wordt nog vloeiend gesproken door een 700-tal mensen, waaronder haar vader Tim Saunders, een dichter die ook het Cornish gebruikt, en de zangeres zelf. Gwenno kiest voor een elektronisch geluid, dat vanwege de productie een zweverige, haast psychedelische toets krijgt. Ideaal om de luisteraar mee te nemen voor deze moderne, intrigerende inkijk in een oude taal.

Ought – Room inside the world

Image result for ought room inside the world

De jongens van Ought worden wel eens de posterboys van de postpunk genoemd, een eretitel die als een tang op een varken staat. Op hun twee vorige albums pakten de halve Canadezen uit met hoekige, grillige nummers, energiek en vol pathos. Zanger Tim Darcy bracht vorig jaar het gesmaakte Saturday Night uit, waar hij het gaspedaal wat losliet en de sound wat wijder liet uitdijen. Op Room Inside The World heeft de band voor het eerst gekampeerd in de opnamestudio in plaats van het sturm und draggewijs op een paar dagen in mekaar te steken. De karakteristieke elementen zijn er nog steeds, maar het klinkt net iets melodieuzer en minder hak op tak. Darcy compenseert dit met vocale acrobatie, waarbij het soms lijkt alsof hij zijn inner Brian Ferry wilt channelen. Wie hier niet over struikelt, heeft met Room Inside The World wel een collectie interessante nummers die goed in mekaar zitten en allen wel ergens een verrassingselement hebben, met als centrale punt het schijnbaar rustig voortkabbelende Desire.

The Vaccines – Combat Sports

Image result for combat sports vaccines

In alle eerlijkheid is destijds de Vaccines-hype wat aan mij voorbijgegaan. Of toch niet, want toen ik de Britten in het voorprogramma van Franz Ferdinand zag, viel mij op hoeveel nummers ik kende. Dat heeft vooral te maken met het legertje singles dat op debuutalbum What Did You Expect From The Vaccines? stond. De tweede en derde plaat maakten minder indruk en dus kreeg je het gekende feit dat er van een vierde, waarop beloofd wordt terug naar de basis te gaan, weinig verwacht wordt. Combat Sports is geen complexe muziek, maar de nummers nestelen zich achteloos in de hersenpan. Vooruitgeschoven singles I Can’t Quit en Nightclub razen, maar combineren dit met een ongelofelijke meezingbaarheid, die eveneens terug te vinden is op pakweg Surfing the Sky of Out on the Street. Je moet er wel 2,5 “ballads” bijnemen, maar Combat Sports is deeen plaat die perfect past bij de nakende lente.

Erland Cooper – Solan Goose

Image result for solan goose island cooper

Met zijn gelegenheidsband The Magnetic North (met ook o.a. Hannah Peel) bracht Erland Cooper al eens een muzikaal bezoek aan zijn geboorteplek, de Orkneys. Dit doet hij nog eens over op het instrumentele Solan Goose, een ingetogen, melodisch album waarbij elk nummer de plaatselijke naam van een vogel draagt, zoals dus de Solan Goose, de Aak of de Tammie Norrie. Deze vogels, hun gedragingen en hun habitiat worden gebruikt om sferische muzikale beschouwingen op de natuur van de noordelijke eilandengroep te creëren, meestal opgebouwd rond een piano en van daaruit aangevuld met diverse instrumenten. Wie de ogen wilt sluiten en zich middenin de mooie, grillige natuur van het Schotse noorden wanen, zal zeker genieten van dit prachtige album.

Goat Girl – Goat Girl

Uit dezelfde Londense post-Brexitstal als Shame komt nu Goat Girl, een collectief van vier jonge vrouwen die de maatschappij, het andere geslacht en zichzelf met een bijtend ironische bril bekijken. Zangeres Clottie Cream  (de andere artiestennamen zijn Naima Jelly, L.E.D. en Rosy Bones) klinkt met haar diepe stem een beetje als PJ Harvey of Grace Slick, zangeres van Jefferson Airplane, soms ook qua melodramatiek. Muzikaal is Goat Girl moeilijk in een hoekje te stoppen. Soms is het punk, soms is het indierock, soms is het country of surfrock. Het debuutalbum bevat 19 nummers die samen 40 minuten duren. Het is misschien geen perfecte plaat, maar wel eentje die weet te boeien en intrigeren.

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Marlon Williams – Make way for love

Image result for marlon williams

Af en toe passeert er een album, zo goed als uit het niets, waarbij het vanaf de eerste luisterbeurt duidelijk is dat een plek in de hoogste regionen van het eindejaarslijstje een certitude is. Make way for love van Marlon Williams is zo’n album. Reeds vanaf de eerste galmende zanglijn op opener Come to me wordt een sfeer van nostalgie opgewekt, wat enkel wordt versterkt door de al even galmende gitaartjes, het soort reverb dat ook de betere popmuziek van de jaren ’50 en ’60 definieert.

Marlon Williams grijpt terug naar een periode in de muziekgeschiedenis die niet onontgonnen is. Vorig jaar had je, eveneens vroeg op het jaar, de zelfverklaarde croonerplaat van Cameron Avery, bassist van Tame Impala. En ook pakweg The Last Shadow Puppets grijpen graag terug naar artiesten als Lee Hazlewood, The Walker Brothers of Roy Orbison. Maar waar Avery de diepte van zijn zangstem opzoekt en The Last Shadow Puppets op hun laatste plaat misschien een tikkeltje te veel viriliteit wouden tonen, vertrekt Williams vanuit een andere invalshoek.

Hij schreef deze plaat na de breuk met Aldous Harding, de singer-songwriter die net als de zanger uit Nieuw-Zeeland komt. Uiteengedreven door het leven van de reizende muzikant, doorbrak de breuk zijn writer’s block van twee jaar, waarna hij de nummers op Make way for love in een mum van tijd neerpende. En het resultaat staat verder van de country, nu ja, van zijn debuutplaat, maar doet vanwege de pathos en de klankkleuren eerder denken aan Roy Orbison, Elvis Presley, The Walker Brothers, Chris Isaak of recenter Richard Hawley of in mindere mate M. Ward.

Maar Williams’ stem klinkt nog net dat tikkeltje tijdlozer dan die twee laatsten, en weet de melancholie die een break-up plaat moet opwekken perfect te vatten. Niet dat alles beperkt blijft tot de (heerlijke) in reverb gedrenkte tristesse, zoals op de prachtige single What’s chasing you of het mijmerende Beautiful Dress. Zo klinkt Party Boy bitsiger en zweeft The Fire of love in een iets rijker instrumentarium, waardoor het klankenpallet op het album voldoende wordt uitgebreid om de hele tijd te boeien. I know a jeweller heeft van alle nummers dan weer de grootste country vibe.

Hoogtepunt van de plaat is misschien wel het duet Nobody gets what they want anymore, voortgestuwd door enkele gitaarakkoorden, en gezongen als duet met zijn ex Aldous Harding (die hem dus heeft geïnspireerd deze plaat te schrijven doordat hun relatie stuk is gegaan). Faut le faire, maar het zorgt wel voor oprechte en oprecht mooie muziek.

En het is deze oprechtheid, samen met de geweldige stem van Marlon Williams,  die ervoor zorgt dat Make way for love geen ode of pastiche is, maar ondanks de associatie met bovenstaande artiesten wel een eigen gelaat en gevoel heeft. Om die reden kan het vergeleken worden met Goon van Tobias Jesso Jr., die ook duidelijk geluisterd had naar Billy Joel, Randy Newman of John Lennon, maar toch een eigentijdse, eerlijke en consistente plaat wist te maken. Reden genoeg dus om plaats en vooral tijd te maken voor dit prachtige album.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Franz Ferdinand – Always ascending

Franz Ferdinand is samen met Songs for the deaf en Turn on the Bright Lights de heilige drievuldigheid uit mijn prille muzikale ontwikkeling. Vanuit die drie albums, met hun eigen stijl en specifieke sound, vertrok de muzikale ontdekkingsreis. Het debuutalbum van de 4 montere, sarcastische Schotten gaf gitaarmuziek, en dan vooral in Groot-Brittannië een nieuwe impuls, een elan dat enigszins vergelijkbaar was met de Britpop van weleer.

De Franzen leenden ook duidelijk van groepen als Pulp, maar hadden eveneens duidelijk gekeken en geluisterd naar bands als The Kinks, Talking Heads, David Bowie of Roxy Music. Reeds een jaar na het debuut volgde You could have it so much better, misschien te snel en wat te gepolijst. In ieder geval werd elke achtereenvolgend album vergeleken met de mijlpaal die het eerste album vormde, waarbij vooral werd opgemerkt dat het allemaal wat minder fris was. Op Tonight werd voor het eerst gebouwd op een ietwat elektronische sound, en hoewel de dansbaarheid op Right Thoughts, Right Words, Right Actions niet moest onderdoen, leunde het toch weer eerder aan bij de gitaarmuziek van de vroegste jaren.

Na een zijuitstap met Sparks, onder de naam FFS, verliet Nick McCarthy, de vrolijke gitarist, de groep om zich volledig op het gezinsleven te storten. Hij werd vervangen door Dino Bardot (1990’s), als gitarist, en Julian Corrie (Miaoux Miaoux) als man achter de toetsen. Vooruitgeschoven single Always Ascending deed vermoeden dat de synths de bovenhand zouden nemen. En hoewel ze prominenter aanwezig zijn, is het vertrouwde gitaarspel nog steeds daar.

In feite is Always Ascending in zijn geheel een verderzetting van Tonight, waar al reeds met disco (Can’t Stop Feeling) en synths met weerhaken (Twilight Omens) werd geëxperimenteerd, om nog maar te zwijgen van het sonisch avontuurtje dat Lucid Dreams was. Ook op de vorige plaat had je met Stand on the horizon al een soortgelijke formule, discogitaarmuziek. Alleen is het hier een tikkeltje uitgesprokener en, niet onbelangrijk, is de productie door Philippe Zdar van Cassius ook beter en organischer dan de eerder plastieken sound vanop de derde.

Muzikaal zit het wel goed, met af en toe een uitschieter. Lazy Boy heeft eenzelfde hak- en takfunk als pakweg Talking Heads, net als Feel the love go, al leunt deze eerder aan bij een discosound, en ook Glimpse of love weet als Glasgow-meets-Donna Summer de juiste snaar te raken. Maar niet alles is dansbaar of zelfs ongegeneerd opgewekt. The academy award zit eerder in het rijtje met pakweg Eleanor put your boots on. Ook is het allemaal niet even memorabel, maar elke track heeft wel een bepaalde twist of een moment waarop het echt interessant wordt, zoals de passage over de “over 30’s single night” op Lois Lane of de brug op Huck & Jim.

Het is dus duidelijk dat Franz Ferdinand zichzelf ook na het vertrek van een van de originele leden weet vorm te geven, een vorm die voorlopig nog niet zoveel verschilt van het eerdere werk, en minder als zij en bepaalde perslui misschien beweren. Alex Kapranos toont zich ook nog steeds een goede, sarcastische observator en lyricist. Geen heruitvinding dus, maar dit kan wel fungeren als een blauwdruk voor een nieuwe muzikale weg.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

MGMT – Little Dark Age

Wie de recensies van Little Dark Age, de nieuwe plaat van MGMT, leest, krijgt meestal dezelfde eerste paragraaf voorgeschoteld. Oracular Spectacular, hun debuutalbum (of toch onder de naam MGMT), was een perfecte popparel, Congratulations was te niche en MGMT was een muzikaal fiasco. En hoera, deze vierde toont dat ze het toch nog in zich hebben om deftige muziek te maken! Iedereen die mij kent weet dat ik bovenstaande nonsens vind. Congratulations is een meesterwerk dat, in mijn bescheiden mening, qua geheel beter werkt dan Oracular Spectacular, maar geen hippe singles heeft. Dat hun derde selftitled hit and miss was, ga ik echter niet ontkennen.

Maar uit de algemene consensus bleek dat quasi iedereen MGMT had opgegeven. Vooruitgeschoven single Little Dark Age, waarbij de synths prominent richting jaren 80 met mascara lonkten, deed het volk opnieuw hopen. Ook de andere drie nummers die op voorhand werden vrijgegeven toonden eenzelfde tendens. Gelukkig is de kern van wat MGMT zo leuk maakt gebleven, ook wanneer ze de jaren ’60 gedeeltelijk inruilen voor de jaren ’80.

Opener She works out too much toont meteen dat ze nog steeds over voldoende humor beschikken, met de catchphrase The only reason it never worked out was he didn’t work out enough. Het eerder vermeldde Little Dark Age zorgt voor de donkere, melancholische toon, maar voor de rest is het materiaal vooral geschikt om de ogen te sluiten en te zweven.

When you die bevat dezelfde humor als het openingsnummer, al is deze hier wat zwarter. Het is een formule die zich her en der herhaalt, zoals op het (vermeende) LSD-nummer James of de halve instrumental Days that got away. Soms wordt de springerigheid opzijgeschoven voor ingetogenere zeemzoetigheid, vooral op Me & Michael, When you’re small (Op Congratulations had dit nummer waarschijnlijk twee keer zo lang geduurd) en afsluiter Hand it over. De balans tussen deze gezapige nummers en de meer springerige variant zit echter soms wat verkeerd, vooral op de tweede helft van het album.

Little Dark Age is opnieuw een sonisch avontuur, waar VanWygaarden en Goldwasser zich nog steeds laten gaan met allerlei instrumentalistische avonturen. Alleen is het verpakt in het format van een meer traditionele popplaat en hebben ze de drang om ongebonden te experimenteren voorlopig gelaten voor wat het was. Misschien hadden ze zelf het gevoel dat dit hun laatste kans was. Wat er ook van aan is, Little Dark Age is genietbaar en biedt voldoende eigenaardigheden om er opnieuw een erg fijne MGMT-luisterervaring van te maken.

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

The Red-Headed League

De zaak

Dr. Watson springt opnieuw nietsvermoedend binnen bij Sherlock Holmes. Deze is in gesprek met ene mijnheer Jabez Wilson. Deze ging in op een krantenadvertentie voor de Red-Headed League, een organisatie die roodharigen betaalt om  klerkwerk te verrichten. Deze advertentie werd aan Wilson getoond door diens assistent in zijn pandjeszaak, ene Vincent Spaulding. De League werd opgericht door Ezekiah Hopkins, een rijke Amerikaan en zelf een roodharige. Wanneer Wilson aankomt aan het contactadres ziet hij een lange rij roodharigen voor hem wachten. De aanwezige, Duncan Ross, is meteen enthousiast en neemt Wilson aan. Die moet elke dag tussen tien en veertien uur naar het adres komen om daar de Encyclopaedia Britannica over te schrijven. Na 8 weken botst hij echter op een gesloten deur en leest hij het volgende bericht:

THE RED-HEADED LEAGUE

IS

DISSOLVED.

October 9, 1890.

Wanneer hij de buren en de eigenaar van het pand vragen stelt over de League en de mysterieuze Duncan Ross, blijkt dat niemand ooit van hem of hen gehoord heeft. Holmes ondervraagt de man nog even over zijn pand en zijn assistent en geeft zichzelf twee à drie dagen om het mysterie van de unie voor roodharigen op te lossen.

De oplossing

Holmes neemt Watson vervolgens mee naar een klassiek concert. Eerst bezoeken ze samen de pandjeszaak van Jabez Wilson. Daar vraagt Holmes de weg aan Spaulding, de assistent van de roodharige eigenaar. Hij blijkt vooral geïnteresseerd in diens knieën. Vervolgens overloopt hij alle gebouwen op het plein, waarna ze tevreden richting het concertgebouw trekken. Holmes spreekt ’s avonds opnieuw af met Watson. Zij worden vergezeld door Peter Jones van Scotland Yard en ene Mr. Merryweather, de bankdirecteur.

Het gezelschap gaat naar de bank, waar Holmes hen vraagt te zitten en te zwijgen. De bankdirecteur legt uit dat ze in het bezit zijn van Frans goud (30.000 Napoleons van de Franse nationale bank). Na een tijdje komen John Clay, een misdaadgenie, en zijn handlangers de bank binnen via een tunnel die ze zorgvuldig hebben gegraven vanuit de pandjeszaak. Uiteindelijk worden zij opgepakt door de politieagenten.

The art of deduction

Holmes deduceert een hele hoop over zijn cliënt. Zijn vroegere manuele arbeid leidt hij af uit het feit dat Wilsons ene hand meer ontwikkeld is als zijn andere. Het lidmaatschap van de vrijmetselarij komt eenvoudigweg door een borstspeld met passer en winkelhaak. Zijn recente schrijfwerk ziet hij aan de hand van slijtage aan zijn manchet en de stof aan de elleboog en de link met China aan de hand van een bepaalde techniek die in dat land wordt gebruikt om tatoeages te zetten.

De link met de bankroof legt hij door de knieën van de assistent (die duidelijk lange tijd heeft geknield tijdens het graven van de tunnel), het feit dat hij de assistent herkent als John Clay en door met zijn stok op het wegdek te tikken ziet hij dat de tunnel langs de achterkant moet lopen.

Dear Watson

Dr. Watson is zijn eigen ietwat trage zelve. Terwijl Holmes na de uitleg van Wilson al redelijk zeker lijkt van hoe de vork in de steel zit, is Watson compleet in de war.

De “dader”

John Clay is een van de meest gezochte misdadigers in Londen. Hij is van goede komaf, studeerde in Eton en Oxford, maar is nu een murderer, thief, smasher, and forger. Zijn misdaden zijn dan wel gekend, hijzelf ontglipt steeds aan de greep van Scotland Yard. Clay is pompeus. Wanneer hij gevat wordt staat hij er sterk op dat de politie hem aanspreekt met Sir en met twee woorden spreekt. Holmes zegt dat Clay al op twee eerdere gelegenheden in zijn vizier was gekomen. Dit wordt echter niet gespecifieerd.

Trivia

Wanneer hij op het Saxe-Coburg plein staat overloopt hij de verschillende panden op het plein. Daaruit blijkt dat er daar in 1890 reeds een vegetarische restaurant was.

Andere vermelde zaken

Het “simpele probleem” van Miss Mary Sutherland
Sholto murder (A Study in Scarlet)
Agra treasure (The Sign of Four)

Holmes, Watson & Doyle

“Beyond the obvious facts that he has at some time done manual labour, that he takes snuff, that he is a Freemason, that he has been in China, and that he has done a considerable amount of writing lately, I can deduce nothing else.”

“As a rule,” said Holmes, “the more bizarre a thing is the less mysterious it proves to be. It is your commonplace, featureless crimes which are really puzzling, just as a commonplace face is the most difficult to identify. But I must be prompt over this matter.
“What are you going to do, then?” I asked.

“To smoke,” he answered. “It is quite a three pipe problem, and I beg that you won’t speak to me for fifty minutes.”

I trust that I am not more dense than my neighbours, but I was always oppressed with a sense of my own stupidity in my dealings with Sherlock Holmes. Here I had heard what he had heard, I had seen what he had seen, and yet from his words it was evident that he saw clearly not only what had happened but what was about to happen, while to me the whole business was still confused and grotesque.

You reasoned it out beautifully,” I exclaimed in unfeigned admiration. “It is so long a chain, and yet every link rings true.”

“It saved me from ennui,” he answered, yawning. “Alas! I already feel it closing in upon me. My life is spent in one long effort to escape from the commonplaces of existence. These little problems help me to do so.”
“And you are a benefactor of the race,” said I.
He shrugged his shoulders. “Well, perhaps, after all, it is of some little use,” he remarked. “ ‘L’homme c’est rien—l’oeuvre c’est tout,’ as Gustave Flaubert wrote to George Sand.”

Geplaatst in Sherlock Holmes | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

A scandal in Bohemia

Image result for A scandal in Bohemia

De zaak

Dr. John H. Watson springt nog eens binnen bij zijn goede vriend Sherlock Holmes, op het bekende adres 221b Baker Street. Deze heeft een brief ontvangen van een mysterieuze man uit Centraal-Europa. Het blijkt om de koning van Bohemen te gaan, die tijdens zijn bezoek eerst het pseudoniem graaf Von Kramm gebruikt. De koning vertelt over zijn ontmoeting met ene Irene Adler, een Amerikaanse operazangeres. Ze chanteert hem met enkele compromitterende brieven die hij naar haar heeft geschreven en enkele foto’s van hen getweeën. Ze wil de foto naar zijn toekomstige verloofde, een ander gekroond hoofd uit een grote adellijke familie, sturen om zo het huwelijk te ondermijnen. Eerdere pogingen om het materiaal te stelen, mislukten.  Holmes heeft drie dagen, tot het huwelijk wordt aangekondigd en Irene de brieven en foto’s zal vrijgeven, om deze te stelen.

De oplossing

Holmes vermomt zich als paardenverzorger en volgt Irene Adler naar een kerk, waar hij als getuige voor haar huwelijk met een zekere Godfrey Norton wordt opgetrommeld. Later beslist hij haar een bezoek te brengen. Watson krijgt de opdracht om Holmes bij dit bezoek in de gaten te houden en op zijn commando een rookbom in het huis te gooien en “Fire” te roepen. Verkleed als geestelijke komt hij tussen in een gevecht dat uitbreekt (tussen acteurs die hij heeft ingehuurd). Hij geraakt zogezegd gewond en Irene neemt hem mee naar binnen. Door de rookontwikkeling van Watsons projectiel loopt Irene vanzelf naar de plek waar ze de foto verbergt.

Holmes is zelfzeker dat hij de foto nu eenvoudig kan stelen. Wanneer hij aan haar huis aankomt, ontmoeten ze echter een oude vrouw die hem (en Watson en de koning van Bohemen) vertelt dat Irene en haar echtgenoot die ochtend een trein naar het Europese vasteland hebben genomen. Wanneer hij zich een weg naar het huis baant, vindt hij een enveloppe die aan hem is gericht. Daar vertelt ze hoe ze na de brand doorhad dat Holmes haar in deze zaak schaduwde en dat ze niets met de foto’s gaat doen. Holmes is zo aangenaam verrast door het feit dat ze hem doorziet, dat hij haar foto bijhoudt als aandenken. Vanaf die dag is zij altijd The Woman.

The art of deduction

Holmes deduceert dat Watson naar het platteland is getrokken en dat hij een onhandige meid heeft, omwille van het feit dat zijn schoen zes krassen bevat, het bewijs dat Watsons schoenen vuil zijn geworden en zijn meid niet wist hoe deze deftig te poetsen.

Aan de hand van de textuur van het papier en de monogram van de auteur achterhaalt hij dat het geschreven is door iemand uit Egria, het Duitstalig gebied in Bohemen.

Holmes heeft al enkele keren de truc met de schijnbare brand toegepast, vanuit het idee dat hij iemand steeds naar het meest waardevolle zal rennen wanneer er een brand uitbreekt in zijn of haar woonst.

Dear Watson

Watson boert goed. Hij is getrouwd en heeft opnieuw een eigen praktijk als arts.

De “dader”

Irene “The woman” Adler. Een beeldschone operazangeres die het hoofd van menig man gek maakt. Ook Sherlock Holmes geraakt gefascineerd door haar. Watson beschrijft aan het begin van het verhaal dat er geen sprake is van verliefdheid, aangezien dat niet past in Holmes’ rationele bestaan, maar hij bewondert haar omwille van haar intellect, een zeldzame eer die slechts weinigen te beurt valt. Het feit dat zij hem op het einde doorziet, hem zelf vermomd opwacht en hem zo misleidt, zorgt ervoor dat hij haar op dezelfde hoogte als zichzelf zet. De slotwoorden van Watson spreken boekdelen:

And that was how a great scandal threatened to affect the kingdom of Bohemia, and how the best plans of Mr. Sherlock Holmes were beaten by a woman’s wit. He used to make merry over the cleverness of women, but I have not heard him do it of late. And when he speaks of Irene Adler, or when he refers to her photograph, it is always under the honourable title of “the woman”.

Trivia

Holmes’ huisbazin is in dit verhaal niet de gekende Mrs. Hudson, maar wel een Mrs. Turner.

In 1888, het jaar waar dit verhaal zich afspeelt, was Bohemen al lang geen apart koninkrijk meer. De koning van Bohemen was keizer Frans Jozef  van Habsburg.

Andere vermelde zaken

  • De Trepoff-moord in Odessa
  • De gebroeders Atkinson in Trincomalee
  • Missie voor de Nederlandse koninklijke familie
  • Darlington Substitution Scandal
  • Arnsworth Castle business

Holmes, Watson & Doyle

“You see, but you do not observe. The distinction is clear. For example, you have frequently seen the steps which lead up from the hall to this room.”
“Frequently.”
“How often?”
“Well, some hundreds of times.”
“Then how many are there?”
“How many? I don’t know.”
“Quite so! You have not observed. And yet you have seen. That is just my point.”

“Then I fail to follow your Majesty. If this young person should produce her letters for blackmailing or other purposes, how is she to prove their authenticity?”
“There is the writing.”
“Pooh, pooh! Forgery.”
“My private note-paper.”
“Stolen.”
“My own seal.”
“Imitated.”
“My photograph.”
“Bought.”
“We were both in the photograph.”
“Oh, dear! That is very bad! Your Majesty has indeed committed an indiscretion.”

“By the way, Doctor, I shall want your co-operation.”
“I shall be delighted.”
“You don’t mind breaking the law?”
“Not in the least.”
“Nor running a chance of arrest?”
“Not in a good cause.”
“Oh, the cause is excellent!”

The stage lost a fine actor, even as science lost an acute reasoner, when he became a specialist in crime.

Geplaatst in Sherlock Holmes | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen