Hansworst

What a time to be alive. Greenpeace start een campagne tegen marketing van ongezonde producten gericht op kinderen, met in de hoofdrol Maya de Bij, en plots zijn we nog maar even verwijderd van de #jesuissamsonworst. Liberale politici en andere telgen van het vrijheidsdenken struikelen over elkaar om duidelijk te maken dat het moet gedaan zijn met de betutteling. “Mag ik nog zelf kiezen wat ik in mijn mond steek?!” Tuurlijk, Gwendolyn. En de reactie van Studio 100 is ook begrijpelijk. Maar de herauten van het vrije woord zijn toch wel heel erg snel op de tenen getrapt.

Dat de campagne van Greenpeace vormelijk erover was, daar is nog wel iets voor te zeggen. Maar inhoudelijk is er wel een punt. Net zoals het massaal gebruik van auto’s problemen veroorzaakt, roken ongezond is, kachels vervuilend zijn, etc. etc. Wil dat zeggen dat er een klopjacht moet georganiseerd worden om automobilisten die roken met een kachel bij mekaar te vegen en op te sluiten? Natuurlijk niet. Maar vinden dat een sensibiliseringscampagne, waarbij gewezen wordt op de onwenselijke effecten van voeding of gedrag, de vrije mening en de vrijheid aantast, is ook van een triest niveau. (Maar iedereen is vrij om te overreageren, natuurlijk). Je kan nog altijd samsonworst kopen en zelfs eten zonder dat de Stasi aan je deur staat, hoor.

Los van het feit dat je het inhoudelijk niet eens kan zijn, is het op zich ook vreemd dat er zoveel spel wordt gemaakt over dit soort campagnes, onderzoeken en acties. Is het niet net de functie van een politiek en maatschappelijk debat om tot een consensus te komen over wat wenselijk en onwenselijk is? Zijn belastingen er niet net om zaken die we willen afraden onaantrekkelijker te maken? Zeker als daar ook nog eens gezondheidsvoordelen aan vasthangen. Want een partij die een afweging zou maken over welke senior nog een kunstheup verdient, vindt het blijkbaar betutteling als je op preventieve gezondheidszorg inzet. Het is een beter alternatief dan pakweg verzekeringen en sociale zekerheidsuitkeringen te gaan koppelen aan het gedrag van mensen, wat ettelijke keren onwenselijker, ingrijpender en minder vrijblijvend is.

Maar de samsonworstrel (“worst-rel”, niet “wortel”) legt vooral bloot hoezeer mensen zich graag geviseerd voelen. Bij de minste scheet hoor je wel dat onze vrijheid onder druk staat, vanuit een (politieke) hoek waar men graag uw energieverbruik meet, uw DNA zou hebben, uw sociale media screent om te zien of je als werkloze niet zit te lanterfanten en u in de gaten zou willen houden met camera’s met gezichtsherkenning. Uw vrijheid stopt waar psuedo-veiligheid begint. Het zijn vaak mensen die onder het mom van “Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen” dit soort zinloze en buitensporige maatregelen aanmoedigt, maar moord en brand schreeuwen als er eens gezegd wordt dat je beter wat kan opletten met chips en taartjes (aldus een chipsverslaafde).

Onze vrijheid staat wel degelijk onder druk, maar niet omdat een NGO een agenda wil doordrukken om ons het leven zuur te maken. Er bestaat zoiets als voortschrijdend inzicht. Als dingen ongezond zijn, dan mag dat gezegd worden. Als dingen ongezond zijn, dan mag een overheid ingrijpen om dat af te raden. Als dingen niet gevaarlijk zijn voor de algehele volksgezondheid, dan zal dat afgeraden worden maar niet verboden. Het valt dus wel mee met die beperking van vrijheid. Zeker als je geen werkloze of OCMW-cliënt bent. Maar iedereen is vrij om er het zijne van te denken.

Vrijheid is een relatief begrip, en voor wie zich aangevallen en onder druk gezet voelt, zijn dit soort fait divers (op de schaal der dingen) welgekomen om zich in een slachtofferrol te wentelen. Je kan dit koppelen aan een links complot waarbij men iedereen naar sovjetachtige eenheidsworst wil duwen, maar wie al eens naar de supermarkt gaat en gemiddeld 5 minuten in de haren krabt omdat er opnieuw een lekkere chipsvariant is toegevoegd aan de duizend bestaande soorten, weet dat we nog steeds naar hartenlust mogen ongezond zijn. Maar als er een vrijheid bestaat om als mens of organisatie te zeggen wat je onwenselijk vindt voor een kind of maatschappij, dan bestaat er ook een vrijheid om dat al te makkelijk weg te wuiven als een “moreel vingertje”. Zoals Sartre al wist: “Het morele vingertje, dat komt altijd van de ander.”

 

Advertenties
Geplaatst in Duurzaamheid en milieu, Over cultuur en maatschappij, Politiek | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Arctic Monkeys – Tranquility Base Hotel + Casino

Image result for tranquility base hotel and casino

Er zijn verschillende manieren om als band om te gaan met een hypersuccesvol album vol stadiumrock (wat een woord). Je kan verder gaan op dat elan en een stukje van je ziel verliezen door platte(re) muziek te maken (The Killers, Kings of Leon). Je kan proberen het over een andere boeg te gooien en hippe elektronische elementen toevoegen, met wisselend succes (Editors, Arcade Fire) of je kan denken “Ach ja, waarom niet? Deze wereld kan wel wat meer pseudo-Queen gebruiken” (Muse).

Voor Alex Turner was het aanvankelijk niet duidelijk welke weg hij wou bewandelen. Tot hij voor zijn dertigste verjaardag een piano kreeg van zijn manager, een Steinway. Hij schreef een resem songs waarbij de gitaar zo goed als afwezig was. De twijfel of dit wel een Arctic Monkeys-plaat kon worden werd weggenomen door gitarist Jamie Cook. Een opnamesessie in een chique Frans herenhuis later, met wat muzikale vrienden om te helpen, en Tranquility Base Hotel + Casino was geboren. Maar is het er goed vertoeven?

Het eerste punt van kritiek, dat dit geen Arctic Monkeys-album maar een veredeld soloalbum van Alex Turner zou zijn, kan makkelijk gepareerd worden.  Het is ridicuul om te zeggen dat muziek niet klinkt als iets wat de band zou maken, aangezien, uhm, de band het wel degelijk heeft gemaakt. De muziekgeschiedenis wordt trouwens gedomineerd door bands en artiesten die iets helemaal anders probeerden. Wat is een Pink Floyd-album? Of een Bowie-album? Of een Beatles-album? Niet op een, twee, drie te definiëren.

Dat het een kabbelende plaat is, tot daar aan toe. Maar dat alle nummers op mekaar lijken, wat ook wel eens werd gezegd door mensen die zeer teleurgesteld waren, is ook je reinste onzin. Het is een album met een sterke cohesie, maar elk nummer heeft een eigen sfeer, een eigen gevoel dat je wel degelijk alle facetten van de fictieve maanbasis en Alex Turners al dan niet wisselende alter ego toont. En dat alter ego zingt over vanalles en nog wat, van songschrijven, tot de keerzijde van succes, technologie, de staat van de aarde (waar hij dus vanaf de maan over mijmert) of het hotel zelf, waarbij zijn lyrics eerder naar het abstracte neigen, maar daarover later meer.

Muzikaal gezien klinkt het inderdaad anders dan de vorige platen. Het verschil met het eerdere werk is waarschijnlijk nog groter dan deze tussen Humbug en de eerste twee albums. Wie al eens een recensie leest, ziet steeds dezelfde namen verschijnen: David Bowie, Serge Gainsbourg, The Beatles, Beach Boys, etc. En dat klopt allemaal ongetwijfeld. Het is veel meer dan een The Last Shadow Puppets-album, wat vaak toch wat eclectischer is. De samenwerking met de heren van Mini Mansions (Tyler Parkford en Zachary Dawes werken ook mee aan TBH+C) en Belladonna of Sadness, dat Alex Turner met/voor Alexandra Savior schreef, zijn evidentere invloeden.

De eerste twee luisterbeurten zijn inderdaad wennen, hoewel het met het vooraf aangekondigde experimenteren wel meeviel. Het nummer dat voor de reguliere AM-luisteraar (zowel de groep als het album) het meeste houvast biedt is ongetwijfeld Four out of Five, al wordt al na enkele seconden, met Turners falsetto, duidelijk dat het verwijderd is van de testosteronrock van het vorige album. Ook One Point Perspective heeft het in zich om een single te zijn, met zijn simpele pianoklanken en het gecroon van Turner.

Het geluid van de jaren ’60 komt vooral terug op het Pet Sound-achtige Golden Trunks, waarbij wel een gitaar prominent aanwezig is. The World’s First Ever Monster Truck Front Flip is, anders dan z’n titel doet vermoeden, iets dat op de latere albums van The Beatles had kunnen staan, met z’n zwierige kermismuziekachtige bridge. Het hoogtepunt van het album is, volgens uw dienaar, wel de titeltrack, waar de baslijnen van Nick O’Malley de kale piano- en synthklanken perfect aanvullen. The Ultracheese, dat het album perfect afsluit, heeft dezelfde ingehouden grandeur als sommige Orbison of Presley-nummers. Deze nummers tonen ook hoezeer elk nummer met elke luisterbeurt meer en meer op z’n plaats valt.

Er werd vooraf ook veel gezegd over het feit dat het een conceptalbum betrof. In zekere mate is het dat ook. Turner gebruikt de vreemde locatie (een hotel op de maan) en de vreemde personages (er is al minstens sprake van de aan lager wal geraakte zanger en van Mark, de enigmatische receptionist van het hotel) om te reflecteren over het leven als mens, songschrijver en aardbewoner. Hij neemt daarbij ook moderne technologie, consumentisme en een bepaalde leader of the free world in het vizier, maar door de setting komt het nooit drammerig over.

De teksten zijn niet de blinkvangers, want dat zou de excellente muziek en productie oneer aandoen, maar het behoort wel tot Turners beste werk tot nog toe. Ik, en ik wik mijn woorden, moet af en toe denken aan het lyrische vernuft van Jarvis Cocker, zeker aangezien hij vorig jaar nog het album Room 29 uitbracht, over een hotel waar heel wat Hollywoodsterren en andere prominente mensen hebben vertoefd.

Met Tranquility Base Hotel & Casino breiden Arctic Monkeys hun sound opnieuw uit. Het kan een pivotaal album zijn, net zoals Humbug dat was. Het kan alle kanten uit. Dit kan zorgen voor een nieuwe golf van inspiratie, of Turner kan zichzelf terugtrekken, obscure poëzie schrijven en over tien jaar nog eens een plaat maken. Waarschijnlijk zal dat laatste niet duidelijk gebeuren, maar het is wel duidelijk dat Turner de lakens meer dan ooit uitdeelt, en met een Lennon zonder een McCartney, Harrison en Starr is het maar de vraag op welke vreemde planeten AM nog gaat terechtkomen.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De grootste/Roodste Duivel aller tijden

Het WK nadert met rasse schreden. Om nu al wat in de sfeer te komen, organiseer ik de “grootste/Roodste Duivel”-poll. Het opzet is eenvoudig. Stuur je top 3 door van Rode Duivels die het verdienen om in het Pantheon der Belgica te staan. De eerste krijgt 3 punten, de tweede 2 en de derde 1.

Ben je opgegroeid met de huidige successen en wens je Hazard, De Bruyne of Courtois te nomineren? Vind je deze lichting overroepen en zweer je bij de generatie ’86 met Gerets of Ceulemans? Ben je van de oudere stempel en wil je Van Himst, Mermans of Voorhoof in de lijst? Of kom je op voor de underdog en gaat jouw stem naar Olivier Doll, Jacky Peeters of Gaëtan Englebert?

Deelnemen kan op drie manieren. Via DM op Twitter (@jverhels of @deroodsteduivel), via onderstaand formulier (gewoon top 3 invullen) of door onder dit bericht te antwoorden. Indien er voldoende inzendingen zijn wordt de lijst gestaag (maar niet irritant traag) vrijgegeven vanaf 14 juni, de dag dat Rusland en Saudi-Arabië de degens kruisen. De top 3 inzenden kan dus tot 13 juni.

DISCLAIMER: Als de interesse te gering is, heeft de organisator het recht om deze blogpost en alle aanverwante informatie te deleten en te doen alsof dit nooit bestaan heeft.

Geplaatst in Hersenspinsels, Sport | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | 8 reacties

Boerenkinkels

“Van alle boerenkinkels zijn de religieuze boerenkinkels de ergsten”. Neen, het is geen citaat van Julius Caesar. Laat ons zeggen dat dat specifieke sentiment eerder sinds Karl Marx mainstream is geworden. En het werd nog eens bewezen tijdens de recentste aflevering van “De kolderbrigade: Antwerpen”. Kris Peeters dacht, in het kader van het gemeenschapsproject van guru Wouter Beke, dat het interessant kon zijn om iemand van de Joodse gemeenschap op de lijst te zetten. Op zich een nobel streven. Helaas werd er snel op gewezen dat de man “onze normen en waarden” niet deelde. Of beter gezegd, niet gewoon “normaal” wou doen.

Vreemd genoeg ging het debat niet over het feit dat hij er misschien niet zo’n orthodoxe moraal op nahield, aldus zijn link met de dievenstiel, en zelfs niet dat hij gezamenlijk onderwijs (zoals in onderwijs met jongens én meisjes, stel je voor) kindermishandeling noemde. Neen, het ergste wapenfeit was zijn weigerachtigheid/weigering om een vrouw de hand te schudden. Het was vooral dat laatste dat hem zijn plaats op de lijst kostte. Diverse politica’s konden niet wachten om hem de hand te reiken, puur uit principe.

Maar goed. Van alle religieuze boerenkinkels zijn de moslims dan weer de ergsten. Want ook al is er een grote overeenkomst tussen beide gemeenschappen, in hun meer orthodoxe uitingsvorm weliswaar, binnen de joods-orthodoxe gemeenschap vertrekt dat vanuit een zekere subtiliteit en finesse, een je ne sais qoui, aldus de burgervader van Antwerpen. Moslims daarentegen, die doen gewoon tegendraads omdat ze in het beste geval tegendraadse mensen zijn en in het slechtse geval onze rechtstaat en samenleving omver willen werpen. Consequentie is voor de paarden, aldus een Vlaams spreekwoord. (Of Voltaire, dat kan ook).

Vraag blijft natuurlijk of zo’n Aaron Berger niet gewoon op een lijst mag staan, of dat er een of andere malloot niet mag zeggen dat hij vindt dat er gescheiden bussen moeten komen. Natuurlijk vind ik dat als zelfverklaard weldenkend mens onwenselijk. En het lijkt aanlokkelijk om die stemmen te weren. Maar dat maakt nog niet dat ze gaan verdwijnen, integendeel. Een partij, of dat nu CD&V, ISLAM, PVDA of Vlaams Belang is, mag kiezen welke mensen ze op hun lijst zetten, ook al zijn het “boerenkinkels” van de zuiverste soort. Het is aan de partij om te beslissen vanuit welk gedeeld waardenkader ze opereren, het is aan de burger om daar een idee van te maken en aan de kiezer om die keuzes te belonen of te bestraffen. Hoewel ik het wereldbeeld van de heer Berger ook niet vind stroken met het maatschappijbeeld van een CD&V, zouden ze wel vrij mogen zijn om die stem te incorporeren, met alle (electorale) gevolgen van dien.

Eigenlijk is het meest problematische aan de hele discussie, en bij uitbreiding soortgelijke discussies uit het verleden en in de toekomst, dat men als “afwijkende” gemeenschap de boodschap krijgt dat men intern zo veel mag afwijken van de ideale gemeenschapsvorm en onze normen en waarden, zolang men zich maar afsluit van de rest van de maatschappij. “We hebben er geen last van”. Dat maakt de strijd voor onze “normen en waarden” passief en selectief en onze intentie om een gemeenschap te vormen met iedereen van goede wil een dooddoener. Uiteraard kan je gesloten gemeenschappen niet zomaar openbreken, maar het voorstellen als een ideaal waaraan andere gemeenschappen zich kunnen spiegelen, ook al gaan daarmee de zo gekoesterde idealen overboord, lijkt mij ook cynisch en dubbelzinnig. En haaks op het idee dat je een gemeenschap wilt vormen.

Je kan vinden dat iedereen die een publiek ambt wilt bekleden de waarden van de Res Publica moet delen (wat een mooie term), maar in deze uitingsvorm is dat een beetje zoals die burgemeester in Boom die een hoofddoek in de gemeenteraad wou verbieden, omdat de gemeenteraad neutraal moest zijn. Je kan ambtenaren in uniformen steken, maar politiek moet, samen met het publieke debat, nog wel een plek zijn waar ook de onwenselijke meningen aan bod komen. Anders krijg je gemeenschappen binnen gemeenschappen binnen gemeenschappen. En dat is misschien op de korte termijn de makkelijkste oplossing, maar je zit op middel- en lange termijn waarschijnlijk met een nog groter probleem.

PS: Het paste niet in bovenstaand stuk, maar ik was wel zo opgetogen met het bedenken van het woord “Icaruskinkel”, dat ik het hier toch kwijt wil. In Antwerpen zijn er alvast met Tom Meeuws en Kris Peeters twee magistrale Icaruskinkels aan het werk.

Geplaatst in Hersenspinsels, Over cultuur en maatschappij, Politiek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Albumaanraders Q1

Gwenno – Le Kov

Image result for gwenno le kov

Op een blauwe maandag scoorden The Pipettes een hitje met Pull Shapes, een vrolijk nummer dat qua muziek en esthetiek sterk aanleunde bij de popmuziek van de jaren ’60. Het was een klein golfje in de liefde voor retro waar ook Amy Winehouse dankbaar gebruik van maakte. Het liedje was echter snel uitgezongen. Een van die Pipettes, Gwenno Saunders, gooide het over een andere boeg. Gwenno, een Welshe, bracht in 2014 een debuutalbum genaamd Y Dydd Olaf uit, volledig in haar thuistal gezongen. Met Le Kov gaat ze nog een stap verder en kiest ze voor het Cornish. Dit wordt nog vloeiend gesproken door een 700-tal mensen, waaronder haar vader Tim Saunders, een dichter die ook het Cornish gebruikt, en de zangeres zelf. Gwenno kiest voor een elektronisch geluid, dat vanwege de productie een zweverige, haast psychedelische toets krijgt. Ideaal om de luisteraar mee te nemen voor deze moderne, intrigerende inkijk in een oude taal.

Ought – Room inside the world

Image result for ought room inside the world

De jongens van Ought worden wel eens de posterboys van de postpunk genoemd, een eretitel die als een tang op een varken staat. Op hun twee vorige albums pakten de halve Canadezen uit met hoekige, grillige nummers, energiek en vol pathos. Zanger Tim Darcy bracht vorig jaar het gesmaakte Saturday Night uit, waar hij het gaspedaal wat losliet en de sound wat wijder liet uitdijen. Op Room Inside The World heeft de band voor het eerst gekampeerd in de opnamestudio in plaats van het sturm und draggewijs op een paar dagen in mekaar te steken. De karakteristieke elementen zijn er nog steeds, maar het klinkt net iets melodieuzer en minder hak op tak. Darcy compenseert dit met vocale acrobatie, waarbij het soms lijkt alsof hij zijn inner Brian Ferry wilt channelen. Wie hier niet over struikelt, heeft met Room Inside The World wel een collectie interessante nummers die goed in mekaar zitten en allen wel ergens een verrassingselement hebben, met als centrale punt het schijnbaar rustig voortkabbelende Desire.

The Vaccines – Combat Sports

Image result for combat sports vaccines

In alle eerlijkheid is destijds de Vaccines-hype wat aan mij voorbijgegaan. Of toch niet, want toen ik de Britten in het voorprogramma van Franz Ferdinand zag, viel mij op hoeveel nummers ik kende. Dat heeft vooral te maken met het legertje singles dat op debuutalbum What Did You Expect From The Vaccines? stond. De tweede en derde plaat maakten minder indruk en dus kreeg je het gekende feit dat er van een vierde, waarop beloofd wordt terug naar de basis te gaan, weinig verwacht wordt. Combat Sports is geen complexe muziek, maar de nummers nestelen zich achteloos in de hersenpan. Vooruitgeschoven singles I Can’t Quit en Nightclub razen, maar combineren dit met een ongelofelijke meezingbaarheid, die eveneens terug te vinden is op pakweg Surfing the Sky of Out on the Street. Je moet er wel 2,5 “ballads” bijnemen, maar Combat Sports is deeen plaat die perfect past bij de nakende lente.

Erland Cooper – Solan Goose

Image result for solan goose island cooper

Met zijn gelegenheidsband The Magnetic North (met ook o.a. Hannah Peel) bracht Erland Cooper al eens een muzikaal bezoek aan zijn geboorteplek, de Orkneys. Dit doet hij nog eens over op het instrumentele Solan Goose, een ingetogen, melodisch album waarbij elk nummer de plaatselijke naam van een vogel draagt, zoals dus de Solan Goose, de Aak of de Tammie Norrie. Deze vogels, hun gedragingen en hun habitiat worden gebruikt om sferische muzikale beschouwingen op de natuur van de noordelijke eilandengroep te creëren, meestal opgebouwd rond een piano en van daaruit aangevuld met diverse instrumenten. Wie de ogen wilt sluiten en zich middenin de mooie, grillige natuur van het Schotse noorden wanen, zal zeker genieten van dit prachtige album.

Goat Girl – Goat Girl

Uit dezelfde Londense post-Brexitstal als Shame komt nu Goat Girl, een collectief van vier jonge vrouwen die de maatschappij, het andere geslacht en zichzelf met een bijtend ironische bril bekijken. Zangeres Clottie Cream  (de andere artiestennamen zijn Naima Jelly, L.E.D. en Rosy Bones) klinkt met haar diepe stem een beetje als PJ Harvey of Grace Slick, zangeres van Jefferson Airplane, soms ook qua melodramatiek. Muzikaal is Goat Girl moeilijk in een hoekje te stoppen. Soms is het punk, soms is het indierock, soms is het country of surfrock. Het debuutalbum bevat 19 nummers die samen 40 minuten duren. Het is misschien geen perfecte plaat, maar wel eentje die weet te boeien en intrigeren.

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 2 reacties

Marlon Williams – Make way for love

Image result for marlon williams

Af en toe passeert er een album, zo goed als uit het niets, waarbij het vanaf de eerste luisterbeurt duidelijk is dat een plek in de hoogste regionen van het eindejaarslijstje een certitude is. Make way for love van Marlon Williams is zo’n album. Reeds vanaf de eerste galmende zanglijn op opener Come to me wordt een sfeer van nostalgie opgewekt, wat enkel wordt versterkt door de al even galmende gitaartjes, het soort reverb dat ook de betere popmuziek van de jaren ’50 en ’60 definieert.

Marlon Williams grijpt terug naar een periode in de muziekgeschiedenis die niet onontgonnen is. Vorig jaar had je, eveneens vroeg op het jaar, de zelfverklaarde croonerplaat van Cameron Avery, bassist van Tame Impala. En ook pakweg The Last Shadow Puppets grijpen graag terug naar artiesten als Lee Hazlewood, The Walker Brothers of Roy Orbison. Maar waar Avery de diepte van zijn zangstem opzoekt en The Last Shadow Puppets op hun laatste plaat misschien een tikkeltje te veel viriliteit wouden tonen, vertrekt Williams vanuit een andere invalshoek.

Hij schreef deze plaat na de breuk met Aldous Harding, de singer-songwriter die net als de zanger uit Nieuw-Zeeland komt. Uiteengedreven door het leven van de reizende muzikant, doorbrak de breuk zijn writer’s block van twee jaar, waarna hij de nummers op Make way for love in een mum van tijd neerpende. En het resultaat staat verder van de country, nu ja, van zijn debuutplaat, maar doet vanwege de pathos en de klankkleuren eerder denken aan Roy Orbison, Elvis Presley, The Walker Brothers, Chris Isaak of recenter Richard Hawley of in mindere mate M. Ward.

Maar Williams’ stem klinkt nog net dat tikkeltje tijdlozer dan die twee laatsten, en weet de melancholie die een break-up plaat moet opwekken perfect te vatten. Niet dat alles beperkt blijft tot de (heerlijke) in reverb gedrenkte tristesse, zoals op de prachtige single What’s chasing you of het mijmerende Beautiful Dress. Zo klinkt Party Boy bitsiger en zweeft The Fire of love in een iets rijker instrumentarium, waardoor het klankenpallet op het album voldoende wordt uitgebreid om de hele tijd te boeien. I know a jeweller heeft van alle nummers dan weer de grootste country vibe.

Hoogtepunt van de plaat is misschien wel het duet Nobody gets what they want anymore, voortgestuwd door enkele gitaarakkoorden, en gezongen als duet met zijn ex Aldous Harding (die hem dus heeft geïnspireerd deze plaat te schrijven doordat hun relatie stuk is gegaan). Faut le faire, maar het zorgt wel voor oprechte en oprecht mooie muziek.

En het is deze oprechtheid, samen met de geweldige stem van Marlon Williams,  die ervoor zorgt dat Make way for love geen ode of pastiche is, maar ondanks de associatie met bovenstaande artiesten wel een eigen gelaat en gevoel heeft. Om die reden kan het vergeleken worden met Goon van Tobias Jesso Jr., die ook duidelijk geluisterd had naar Billy Joel, Randy Newman of John Lennon, maar toch een eigentijdse, eerlijke en consistente plaat wist te maken. Reden genoeg dus om plaats en vooral tijd te maken voor dit prachtige album.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , | 3 reacties

Franz Ferdinand – Always ascending

Franz Ferdinand is samen met Songs for the deaf en Turn on the Bright Lights de heilige drievuldigheid uit mijn prille muzikale ontwikkeling. Vanuit die drie albums, met hun eigen stijl en specifieke sound, vertrok de muzikale ontdekkingsreis. Het debuutalbum van de 4 montere, sarcastische Schotten gaf gitaarmuziek, en dan vooral in Groot-Brittannië een nieuwe impuls, een elan dat enigszins vergelijkbaar was met de Britpop van weleer.

De Franzen leenden ook duidelijk van groepen als Pulp, maar hadden eveneens duidelijk gekeken en geluisterd naar bands als The Kinks, Talking Heads, David Bowie of Roxy Music. Reeds een jaar na het debuut volgde You could have it so much better, misschien te snel en wat te gepolijst. In ieder geval werd elke achtereenvolgend album vergeleken met de mijlpaal die het eerste album vormde, waarbij vooral werd opgemerkt dat het allemaal wat minder fris was. Op Tonight werd voor het eerst gebouwd op een ietwat elektronische sound, en hoewel de dansbaarheid op Right Thoughts, Right Words, Right Actions niet moest onderdoen, leunde het toch weer eerder aan bij de gitaarmuziek van de vroegste jaren.

Na een zijuitstap met Sparks, onder de naam FFS, verliet Nick McCarthy, de vrolijke gitarist, de groep om zich volledig op het gezinsleven te storten. Hij werd vervangen door Dino Bardot (1990’s), als gitarist, en Julian Corrie (Miaoux Miaoux) als man achter de toetsen. Vooruitgeschoven single Always Ascending deed vermoeden dat de synths de bovenhand zouden nemen. En hoewel ze prominenter aanwezig zijn, is het vertrouwde gitaarspel nog steeds daar.

In feite is Always Ascending in zijn geheel een verderzetting van Tonight, waar al reeds met disco (Can’t Stop Feeling) en synths met weerhaken (Twilight Omens) werd geëxperimenteerd, om nog maar te zwijgen van het sonisch avontuurtje dat Lucid Dreams was. Ook op de vorige plaat had je met Stand on the horizon al een soortgelijke formule, discogitaarmuziek. Alleen is het hier een tikkeltje uitgesprokener en, niet onbelangrijk, is de productie door Philippe Zdar van Cassius ook beter en organischer dan de eerder plastieken sound vanop de derde.

Muzikaal zit het wel goed, met af en toe een uitschieter. Lazy Boy heeft eenzelfde hak- en takfunk als pakweg Talking Heads, net als Feel the love go, al leunt deze eerder aan bij een discosound, en ook Glimpse of love weet als Glasgow-meets-Donna Summer de juiste snaar te raken. Maar niet alles is dansbaar of zelfs ongegeneerd opgewekt. The academy award zit eerder in het rijtje met pakweg Eleanor put your boots on. Ook is het allemaal niet even memorabel, maar elke track heeft wel een bepaalde twist of een moment waarop het echt interessant wordt, zoals de passage over de “over 30’s single night” op Lois Lane of de brug op Huck & Jim.

Het is dus duidelijk dat Franz Ferdinand zichzelf ook na het vertrek van een van de originele leden weet vorm te geven, een vorm die voorlopig nog niet zoveel verschilt van het eerdere werk, en minder als zij en bepaalde perslui misschien beweren. Alex Kapranos toont zich ook nog steeds een goede, sarcastische observator en lyricist. Geen heruitvinding dus, maar dit kan wel fungeren als een blauwdruk voor een nieuwe muzikale weg.

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , | 1 reactie