Muzikale manie

Het is niet eenvoudig om een wereldplaat uit te brengen. Maar het is nog minder evident om na die wereldplaat de juiste beslissing te maken over welke weg je als groep moet inslaan. Sommige bands kiezen ervoor om te cashen en zo dicht mogelijk bij de succesformule te blijven, bij andere ligt het net iets moeilijker. En dat levert soms vreemde verhalen op.

Pink Floyd en de potten en pannen

Image result for dark side of the moon sessions

Pink Floyd ten tijde van The Dark Side of the Moon

In 1973 bracht Pink Floyd een van de meest verkochte en iconische albums aller tijden uit. The Dark Side of the Moon was een muzikaal en commercieel succes en pivoteerde de Londense band naar de absolute top van de grote rockbands. Hoewel het album nog steeds volstond met uitgesponnen en experimentele nummers, was het wel toegankelijker dan de psychedelica die de band uitbracht in de periode dat Syd Barrett de creatieve bakens uitzette. Barrett was een excentriek genie. Maar door een combinatie van drugs en mentale problemen, zou hij uiteindelijk de band in 1968 verlaten.

In de albums die na het vertrek van Barrett kwamen, met onder andere Atom Heart Mother en Meddle, bleef Pink Floyd de vroegere psychedelische sound nog trouw. De nummers werden echter weidser. Atom Heart Mother Suite was een instrumental van 23 minuten, ondersteund door onder andere een koperblazersectie en een 16-koppig koor. Echoes is een ander voorbeeld van een mastodont uit die periode. Ondertussen hadden ze met More en Obscured by Clouds ook enkele soundtracks geschreven.

En dan was daar plots The Dark Side of the Moon. Het album, uitgegeven in 1973, was met zijn 42 minuten en 10 nummers relatief kort, geconcentreerd en toegankelijk voor een groot publiek. Op het album worden thema’s als dood, liefde, hebzucht en tijd verkend. Hoewel het in de VS  maar 1 week op nummer  1 stond, bleef het wel maar liefst 741 weken onafgebroken aanwezig. Vandaag de dag duikt het steevast op in de lijstjes van de beste en meest invloedrijke albums uit de muziekgeschiedenis. De leden van de groep zagen zichzelf plots in het centrum van de aandacht. Maar wat was muzikaal de volgende stap na een album als The Dark Side of the Moon?

Want na het succes van Dark Side hadden de leden geen enkel idee hoe het nu verder moest. De band besliste een oud idee vanonder het stof te halen. Reeds in 1969 hadden ze geëxperimenteerd met muziek geproduceerd door alledaagse voorwerpen. Work bestond uit een combinatie van een kokende waterketel en een stuk hout dat in tweeën werd gezaagd, en werd live uitgevoerd. Ook op Atom Heart Mother stond al een nummer dat dit principe (gedeeltelijk) in de praktijk bracht. Op Alan’s Psychedelic Breakfast kan je horen hoe een roadie een ei met spek in een pan bakt. Het nummer eindigt met het vervormde geluid van een druppende kraan.

Related image

Household Objects, het Pink Floyd-album dat nooit werd uitgegeven

Toen ze aan het einde van ’73, met torenhoge verwachtingen van het publiek, de platenbazen en zichzelf terug de studio in moesten, werd met veel goede moed begonnen aan een album zonder muziekinstrumenten. Roger Waters was binnen de groep meer en meer de creatieve beslissingen naar zich toe aan het trekken. Zijn mission statement was duidelijk.

“I’ve always felt that the differentiation between a sound effect and music is all a load of shit. Whether you make a sound on a guitar or a water tap is irrelevant.”

En dus trok de groep met Alan Parsons, die ook al de opnames van The Dark Side of the Moon voor zijn rekening had genomen, naar de befaamde Abbey Road Studios. De percussie bestond uit het schrapen van een bezem, het kappen van hout en het slaan op potten en pannen. Roger Waters probeerde zijn baslijnen te produceren met potloden en elastieken. Ondanks de goede intenties moesten ze na een periode van hard labeur en veel geklooi vaststellen dat ze weinig tot niets hadden geproduceerd. Uiteindelijk kwamen de echte instrumenten terug naar boven en begon Pink Floyd aan een album over afscheid en verlies, wat uiteindelijk Wish You Were Here zou worden.

Van Household Objects zijn uiteindelijk maar twee nummers overgebleven. De bas op Household ways is indrukwekkend, rekening houdend met het feit dat het om een potlood en rubberen elastieken gaat. Maar Wine Glasses, geproduceerd met (verrassing verrassing) wijnglazen, kreeg wel een prominente plek in het canon van de band. Het fungeerde als basis voor de eerste minuten van Shine on You Crazy Diamond, een van Pink Floyds meest geliefde nummers en verwijzend naar Syd Barrett.

The Smile Sessions

Image result for Beach Boys Pet Sounds

The Beach Boys amuseren zich met geitjes voor de cover van Pet Sounds

Ook in het decennium daarvoor waren bands bezig de rock- en popmuziek in nieuwe, boeiende richtingen te stuwen. In Engeland was er een valselijke opgeklopte rivaliteit tussen The Beatles en The Rolling Stones. Aan de andere kant van de oceaan was er echter ook een groep die de Fab Four in de gaten hield. The Beach Boys waren begonnen als een surfrockband met vrolijke en zonnige nummers, maar waren steeds vernieuwender geworden onder impuls van Brian Wilson. In 1966 hadden ze met Pet Sounds hun meesterwerk uitgebracht, in een jaar dat ook al Sounds of Silence van Simon & Garfunkel, Blonde on Blonde van Bob Dylan en Revolver van The Beatles had voortgebracht.

Wilson was, net als Barrett, een getroebleerd muzikaal genie. Als opvolger van Pet Sounds stelde hij aan zijn medebandleden een muzikaal lappendeken voor, een symfonie in 12 delen, dat onder andere psychedelische en spirituele muziek moest verzoenen met R&B, sound effects, poëzie en, jawel, muziek geproduceerd door alledaagse objecten. Deze eclectische sound en maximale variatie moest preferabel binnen elk nummer terugkomen, naar het voorbeeld van Good Vibrations. Net als vele muzikanten in die tijd was ook Wilson zowel in de ban van het spirituele en van drugs, van marinhuana tot LSD.

Related image

Brian Wilson en co tijdens de Smile Sessions

 

Na Pet Sounds waren de verwachtingen hooggespannen, en de band werkte hier zelf aan mee. Er werd openlijk en zelfzeker gecommuniceerd over de intensies achter de Smile sessies. Er kwamen spanningen tussen de bandleden, vanwege het feit dat Wilson de band verder richting een nieuwe, meer experimentele sound duwde en hij vaak met alle aandacht ging lopen. Die nam zelf steeds meer drugs, wat zijn mentale problemen, die reeds aanwezig waren en er voor hadden gezorgd dat The Beach Boys niet meer optraden, nog verder versterkten. Hij begon linken te zien tussen een nummer dat hij had geschreven, Fire, en branden die in de buurt uitbraken, kreeg te maken met hallucinaties en kwam met verschillende gekke theorieën af, waaronder eentje waarbij hij was overtuigd dat producer Phil Spector het op hem had gemunt.

Ondertussen miste de band deadline na deadline, deels door een rechtszaak dat ze tegen hun label, Capitol, hadden aangespannen, deels door het perfectionisme van Brian Wilson, die verschillende nummers en onderdelen in zoveel versies had opgenomen, dat hij door het bos de bomen niet meer zag. Zijn perfectionisme botste op z’n limieten. Wilson kreeg meer en meer tegenstand vanuit zijn eigen band. Ondertussen hadden The Beatles met Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band een album gemaakt dat qua vernieuwingsdrang en innovatie aansloot bij wat Wilson voor ogen had met Smile. Toen hij Strawberry Fields Forever, dat op het eerder verschenen Magical Mystery Tour stond, hoorde, zei hij volgens een bepaalde bron ‘They did it already—what I wanted to do with Smile. Maybe it’s too late’.

Nadat ook nog de eerste single Heroes & Villains niet zo succesvol was als gehoopt, was het schip finaal gezonken. De muzikale ambities van Brian Wilson waren te hoog gegrepen voor zijn eigen bandleden, maar ook voor zijn publiek, dat de evolutie van vrolijke surfrock naar het meer pastorale Pet Sounds nog wel kon appreciëren, maar die de grilligheid van Heroes & Villains een brug te ver vonden. Dit terwijl The Beatles wel artistiek en commercieel weg geraakten met hun muzikale ontdekkingsreis. Wilson stortte in en wou decennia lang niets meer te maken hebben met het project. Hij weigerde er zelfs in interviews al te veel over te praten. Uiteindelijk werd een versie van het album, The Smile Sessions, in 2011 toch uitgegeven. Het won een grammy award. Wie weet waar de Beach Boys en de popmuziek waren geëindigd als het oorspronkelijke album in 1967 het daglicht had gezien.

Een album vol gekibbel

Related image

The Troggs in harmonieuzere tijden

Maar bands die geen inspiratie hebben of waar de onderlinge verstandhouding compleet zoek is, kunnen hier ook creatief mee omgaan. The Troggs hadden met hun vuile garagerock in de jaren ’60 een zekere bekendheid verworven. Vooral hun nummer Wild Thing werd een hit, tot op de dag van vandaag. Maar tegen het einde van het decennium waren ze al over hun hoogtepunt heen.

In 1970 zat de band in een studio in Londen, werkend aan een nummer genaamd Tranquility. Tijdens de opnamesessie kwam het echter tot een serieuze discussie, dat uitmondde in een wereldrecordpoging vloeken en schelden. Aanvankelijk gaat het er nog redelijk inhoudelijk aan toe. De bandleden hebben het vooral over de noodzaak van een producer die het proces zou vergemakkelijken. Maar wanneer ze toch aangewezen zijn op zichzelf om het nummer opgenomen te krijgen, vliegen de verwijten in het rond.

Ronnie: “Yeah – well just shut your fuckin’ mouth for five minutes and give me a fuckin’ chance to do it. Don’t keep fuckin’, right into that fuckin’ microphone. Duh duh derh duh duh derh. Fuck me, Reg. Just fuck off, in there, and just keep going, fuckin’ do it, don’t just …”

Reg: “Well, just fuckin’ think, then.”

Ronnie: “Don’t just keep saying they’re not loud enough. Oi know they’re fuckin’ right. Oi can hear it ain’t right. Weeell, fuck me.”

Reg: “You can hear it’s fuckin’ not right, too.”

Ronnie: “Oi fuckin’ can, and Oi’m the one that’s playing it so Oi don’t want to hear … fuck … fuck … in me fuckin’ head, that’s what Oi gotta fuckin’ do, then Oi’ll do it. Yer big pranny.”

Op zich zijn dit soort discussies in de opnamestudio niet uitzonderlijk. Maar de discussie van de band, die kort nadien tijdelijk splitte, werd wel uitgegeven op enkele bootlegs, waardoor het begon te circuleren bij fans en collega-muzikanten. Daardoor kregen zowel The Troggs als de zogenaamde Trogss Tapes een cultstatus. De legendarische woordwisseling, vereeuwigd in de opnamestudio, werd ook gebruikt als inspiratie voor een soortgelijke ruzie in This is Spinal Tap. The Troggs hebben Tranquility nooit afgewerkt, maar hun mond van frustratie en gebrek aan inspiratie blies de band wel een tweede leven in.

 

Hier vind je nog meer historisch verantwoorde pret

 

Advertenties
Geplaatst in Gekke geschiedenis, muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Het beest van de Gévaudan

De menselijke geschiedenis is doorspekt van mythen en sagen. Heel wat verhalen hebben zich doorheen de eeuwen in de populaire cultuur genesteld. Soms is er een waargebeurde kern die mettertijd is uitgebreid met fantastische en fictieve elementen. Af en toe voedde het eveneens het idee van het bestaan van monsters. De Transsylvanische graaf Vlad Dracula werd mettertijd het archetype voor de vampier. De weerwolf heeft ook zo zijn origin stories. Een daarvan is zonder twijfel het beest van de Gévaudan.

Het begin van de terreur

Beast Of Gevaudan

Is het een wolf? Is het een weerwolf?

In 1764 zit Frankrijk al even in verval. Lodewijk XV wordt steeds meer gecontesteerd. Het leven voor de boerenpopulatie in de Gévaudan, het huidige departement Lozère, is net zoals voor vele landgenoten allesbehalve eenvoudig. En dan duikt er plots een dreiging op die de inwoners van de kleine dorpjes nog meer kopzorgen oplevert. In juni van dat jaar wordt de 14-jarige Jeanne Boulet verscheurd teruggevonden. Niet veel later vallen er twee slachtoffers, met een soortgelijke kwaadaardigheid toegetakeld.

Al snel wordt er gekeken naar de wolf. Wolven waren in de 18de eeuw uiteraard nog talrijker aanwezig en waren een absolute bron van angst. Aanvallen op mensen kwamen wel degelijk geregeld voor. De lokale kasteelheren stuurden hun beste jagers op pad. Zelfs een regiment van het Franse leger, onder leiding van kapitein Jean-Baptiste Boulanger, heer van Duhamel, opende de jacht. Zonder succes. Ze probeerden het dier in een hinderlaag te krijgen, lieten de lijken liggen om het beest te lokken en zouden zich zelfs verkleed hebben als vrouw, omdat het beest nu eenmaal een voorkeur had qua geslacht, maar het beest ontsnapte keer op keer, hoewel er heel wat wolven werden gedood.

Na een korte aanwezigheid sloeg het beest terug toe. In november 1764 werd een veehoedster met afgerukt hoofd teruggevonden, in december zes kinderen. In januari werden er zelfs 11 slachtoffers geteld. Ondertussen stroomden de getuigenissen ook binnen. De mensen waren er steeds meer en meer van overtuigd dat het niet om een wolf ging. Het gezicht was te lang, het beest te groot, zijn staart langer en zijn pels dikker. En het beest had verschillende kogels overleefd. Al snel deed het gerucht de ronde dat de duivel er mee gemoeid was, of dat het een weerwolf betrof, half man-half wolf.

Koninklijke kopzorgen en burgerlijk verzet

Related image

Een standbeeld in Auvers herdenkt de dappere Marie-Jeanne Valet, die het beest kon verjagen

Het beest was ondertussen nationaal nieuws geworden. Het bereikte ook de koning, die hierin een kans zag om zijn tanende populariteit om te keren. Hij stuurde een van de meest befaamde jagers, Jean-Charles Marc Antoine Vaumesle d’Enneval, uit Normandië, naar het Zuiden van Frankrijk. De ijdele en praalzieke d’Enneval organiseerde ware klopjachten, en kwam hierdoor in conflict met de heer van Duhamel, die door de plaatselijke bevolking zelf werd beticht van ontuchten. Zijn regiment maakte het leven van de angstige boeren niet makkelijker.

Die namen zelf meer en meer het heft in handen. Maar de weerstand kwam soms uit onverwachte hoek. Een groepje kinderen kon het beest wegjagen, en ook een moeder slaagde er in haar drie kinderen te redden. d’Enneval probeerde, net als zijn voorgangers, alles om het beest te lokken en te treffen. Maar geen hindernis of aanval leek het te deren. En als het dan al bijna gepakt werd, kon het steeds vliegensvlug verdwijnen. De jager zag zijn reputatie beschadigd. In een poging om zijn gezicht te redden verklaarde hij dat het onmogelijk om een gewoon dier kon gaan.

De wanhoop nabij

Wolf of Chazes, shot by M. François Antoine de Beauterne, displayed at the court of Louis XV.

De wolf van Chazes aan het hof van Lodewijk XV

De koning stuurde opnieuw een van zijn beste jagers. Robert François Antoine (die zichzelf na zijn huwelijk de naam de Beauterne schonk) was de opperjachtmeester van Lodewijk XV, en zijn ego was minstens even groot als deze van d’Enneval. Hij liet de Normandiër terug naar het Noorden roepen, maar helaas voor de koning was zijn opvolger al even succesvol. De Beauterne ontdekte al snel dat je in de Gévaudan niet enkel te maken hebt met gevaarlijke beesten, maar ook met een moeilijk begaanbaar en verraderlijk landschap. Drie maanden na zijn aankomst, in de zomer van 1765, had hij nog steeds geen enkele wolf kunnen doden.

Het dier bleef toeslaan en ondertussen was de plaatselijke bevolking ook in opstand gekomen tegen de Beauterne. Op 22 september liet deze echter triomfantelijk weten dat het dier was geveld, door hemzelf. Hij liet het dier opzetten en presenteerde het aan de koning, zo niet enkel de eer maar ook 9400 Livres opstrijkend. Maar op 2 december werden er opnieuw twee lijken gevonden, verscheurd en verminkt. Blijkbaar was het toch nog op vrije voeten.

Het beest 2.0 en de eindstrijd

In de eerste maanden van 1766 is het Beest terug met een ongekende honger. Onthoofde lichamen, opengereten lijken, stukken ledematen… Het was overduidelijk dat dat de Beauterne de verkeerde wolf had neergeschoten. In juli van dat jaar werd er nog een kandidaat-beest doodgeschoten. De beschrijving doet denken aan een baviaan. Gekker moet het niet worden, maar helaas stopte het moorden ook nu niet. De geruchten dat het een weerwolf betreft dikten aan.

Het duurde nog een jaar tot een klopjacht van de markies Jean-Joseph d’Apcherz nog eens iets opleverde. Jean Chastel, een lokale jager, zou een beest geveld hebben met enkele gouden kogels. Het lijkt inderdaad dat Chastel de pluim op zijn hoed mag steken. Na juni 1767, drie jaar na de eerste moord, is het terreurbewind van het Beest van de Gévaudan beëindigd.

Wat was het beest?

Image result for the beast of the gevaudan

Was het een hyena? Een hybride? Of een afgerichte hond?

De verhalen over de moorden, slachtoffers en de getuigenissen over het beest zijn ongetwijfeld reeds door contemporaine bronnen aangedikt. Soms gebeurde het uit angst of bijgeloof, soms ook uit ijdelheid. Gerenommeerde jagers moesten hun reputatie redden, en dus is het niet onlogisch dat ze het beest zelf afgrijselijker maakten dan het in feite was. Doorheen de eeuwen zijn er verschillende theorieën ontstaan over wat er in de Gévaudan echt aan de hand was.

De wolfhypothese lijkt logisch, maar werd niet enkel weerlegd op basis van de ooggetuigen, die het beest als groter en grilliger beschreven, maar ook door 20ste eeuwse historici, met kennis van het gedrag van wolven. Het patroon, de manier van aanvallen en doden en de onbezonnen razernij zouden niet in overeenstemming zijn met het natuurlijk gedrag van wolven. Anderen zeggen dan weer dat het perfect mogelijk is dat het een roedel wolven betrof. Verschillende contemporaine bronnen spreken echter over een gelijkenis met een opgezet dier dat in de buurt kan bewonderd worden, een hyena. Ontsnapt uit een menagerie?

Een derde hypothese komt tegemoet aan de verhalen dat de moorden getuigden van een menselijke intuïtie en dat de slachtoffers soms ook ontkleed werden gevonden. Wat als deze hyena of uit de kluiten gewassen hond was afgericht? Zelfs in die tijd dook het gerucht op dat Jean Chastel, samen met zijn zoon Antoine, verantwoordelijk zou geweest zijn voor het africhten van het beest, om het te gebruiken om hun moorddadige honger te stillen. Ook toen vond men het vreemd dat Chastel het dier heel precies enkele keren tussen de ogen had kunnen schieten. Maar misschien was dat net omdat het dier naar zijn baasje luisterde? Wie weet was het beest zo wel een handlanger van een seriemoordenaar.

De seriemoordenaar als weerwolf

Image result for Peter Stubbe

De jacht op de “weerwolf” is geopend.

Aanvankelijk was er weinig geloof in weerwolven en heksen. Sint-Ambrosius noemde de transformatie van een mens in een dier al nonsens. Karel De Grote noemde het geloof in heksen bijgeloof en heksenverbranding een heidense bezigheid. En ook de kerkelijke doctrine anno 1000 wees het bestaan van heksen, tovenaars en weerwolven af. In die periode geloofde men namelijk dat enkel God de kracht had om mens te transformeren. Maar de weerwolf werd ook een “slachtoffer” van de heksenjacht. Weerwolven werden specifiek omschreven in de Malleus Maleficarum, de heksenhamer van Heinrich Kramer. Tussen 1450 en 1650 kwamen ook zij, net als zogenaamde heksen, voor de rechter. Maar in feite ging het hier over wat wij vandaag een seriemoordenaar zouden noemen.

Er zijn verschillende bronnen die dit soort rechtszaken beschrijven. Zo is er de zaak van Peter Stubbe (of Stumpf), een gerespecteerde bewoner van het Duitse Bedburg, die in 1589 werd ter door veroordeeld nadat hij 18 slachtoffers had verkracht, vermoord en opgegeten. Andere zogenaamde wolven waren Gilles Garnier in 1574 en Jean Grenier in 1603. Opvallend was dat het bij die laatste om een jongen van dertien ging, die zelf meende in een wolf te transformeren bij het moorden en het eten van zijn slachtoffers.

Nog bijzonder is dat in deze zaak al werd gepleit dat de jongen niet zichzelf was, maar ontoerekeningsvatbaar, omdat het bewijs toonde dat de jurk van een van de slachtoffers niet was gescheurd. Het was dus geen weerwolf maar een krankzinnige. De gelijkenis met strafpleiters in hedendaagse strafzaken van seriemoordenaars is opvallend, al kende men toen de hedendaagse legale termen en het gegeven van de psychopathie nog niet. In dit geval ging de rechter er niet in mee, omdat deze vond dat de weerwolf niet letterlijk moest transformeren in een wolf om bezeten te worden door het duivelse en dat hij tegelijk als mens nog steeds verantwoordelijk bleef voor zijn daden. Jacques Roulet was er in 1598 wel in geslaagd om in de uitspraak over zijn moorden als “weerwolf” het oordeel ontoerekeningsvatbaar te krijgen.

Lycantropie en “Lycomania”

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/6/6a/Hendrik_Goltzius_-_Lycaon.jpg

Hendrik Goltzius – Lycaon verandert in een wolf (1589)

Maar er is meer aan de hand. In de Oudheid was lycantropie reeds gekend als het vermogen van een mens om zich in een dier te transformeren. Maar in de 16de eeuw werd voor het eerst de hedendaagse klinische lycantropie omschreven, waarbij mensen denken dat ze in een dier veranderen. Ze kunnen hierdoor zich ook daadwerkelijk zo gedragen, met psychose en agressie als symptomen. Combineer dit met afzondering, een voorkeur om ’s nachts actief te zijn en overmatige beharing, en contemporaine getuigenissen kunnen al beter geplaatst worden. De Engelse geleerde Reginald Scott beschreef lycantropie in 1584 reeds als ziekte in plaats van een daadwerkelijke transformatie. In 1628 nam Robert Burton dit ziektebeeld op in zijn Anatomy of Melancholy.

Het is niet duidelijk of bovenstaande seriemoordenaars vandaag de diagnose van klinische lycantropie zouden krijgen. Het is een aandoening die beperkt voorkomt en ook in de 20ste eeuw waren er heel wat moordenaars die dezelfde razernij en perverse handelingen tentoonspreidden zonder dat iemand dacht dat dit kwam omdat ze in de waan waren dat ze in een dier transformeerden. Heel wat van hen waren net kalm, gecontroleerd en georganiseerd. In ieder geval is de weerwolf-moordenaar een interessant fenomeen, met linken naar meer recente seriemoordenaars. En wie weet was er ook in de Gévaudan meer aan de hand dan een losgelopen beest.

Hier vind je nog meer historisch verantwoorde pret
Geplaatst in Gekke geschiedenis, Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Geheimzinnige bouwwerken

Hoewel we kunnen stellen dat de Belg, met zijn baksteen in de maag, niet altijd kiest voor de meest functionele architectuur, is een opeenstapeling van een te grote inkomhal, een illegaal gebouwd tuinhuis, drie toiletten en twee badkamers per verdiep het gekste wat er in het gemiddelde standaardverkavelingsgedrocht te vinden is. In de loop van de geschiedenis zijn er uiteraard talrijke voorbeelden van excentriekere architecturale keuzes te vinden. Soms is de reden hiervan gekend, soms tasten we in het duister.

Geheime kamers in Firenze

In een vorige bijdrage had ik het al even over het prachtige Firenze. Maar achter de adembenemende schoonheid van de kunst en architectuur, schuilt een geschiedenis van politieke intrige en koelbloedige afrekeningen. Sleutelfiguren in dit boeiende relaas zijn de Medici, een geslacht dat zichzelf een weg naar de absolute macht kocht, geholpen door hun activiteiten als bankiers. De machtstrijd in de stadstaat ging gepaard met heel wat conflicten, met de nodige bedreigingen en achterdocht. De stad was dan ook voorzien op de noodzaak om af en toe te kunnen verdwijnen of schuilen.

Image result for palazzo vecchio studiolo

De studiolo van Francesco I in het Palazzo Vecchio

De administratieve hoofdzetel van Firenze, het Palazzo Vecchio, heeft dan ook enkele verborgen ruimtes. Soms waren deze semi-geheim. Het was niet ongebruikelijk dat heersers zich terugtrokken in studioli en tesoretti, kleine kamers waar ze konden ontsnappen aan de hectische politieke verplichtingen en de achterdochtige blikken. Zo had Francesco I de Medici een rijkelijk versierde studiolo, waar hij zich kon toeleggen op zijn echte liefde, wetenschap en natuur. De ruimte is rijkelijk gedecoreerd, met onder andere schilderijen van Giorgio Vasari. In de kasten schuilde een enorme collectie artefacten, gesorteerd volgens de vier elementen. Ook Cosimo I had zijn eigen private ruimte. Er was ook een trap verwerkt in de muren, gebouwd door Gautier VI, graaf van Brienne en hertog van Athene, waardoor hij, en vele heersers na hem, uit het paleis konden ontsnappen indien nodig.

Diezelfde Vasari ontwierp ook een gang die de Medici konden gebruiken om van het Palazzo Pitti, genoemd naar de bankier die het in 1458 liet bouwen, naar de kantoren van de Medici, de zogenaamde uffizi. Deze gang is ongeveer een kilometer lang en vertrekt in de gallerij van het Palazzo Uffizi, vandaag een van ’s werelds bekendste musea, en dat ook al in de tijd van Francesco I diende om de kunstcollectie van de  Medici te etaleren. Van daaruit wandelde de heerser van Firenze boven de winkels van de Ponte Vecchio. Vleeswinkels werden verbannen van de brug, omdat Francesco I niet tegen de geur kon, en vervangen door goudsmeden en juwelieren, die vandaag nog steeds aanwezig zijn op de brug. Eens de Arno over gaat de brug door de Santa Felicita, langsheen de tuinen van de Guicciardini, een ander invloedrijk geslacht, om zo aan de Boboli-tuinen, en het Palazzo Pitti te arriveren. Langs de andere kant liep er ook een gang van de Uffizi naar het Palazzo Vecchio. Zo was het stadhuis van Firenze rechtstreeks doch discreet verbonden met de hoofdzetel van haar machtigste familie.

Image result for corridor Vasariano

De Corridoio Vasariano die van het Palazzo Vecchio naar Palazzo Pitti leidt

De vele verborgen passages in Firenze redden ook het leven van een van ’s werelds belangrijkste kunstenaars, Michelangelo. De Medici waren mecenassen voor het Italiaanse genie en hij had ook onder andere de Medici kapel in de Basilica di San Lorenzo voor hen versierd. Ondanks deze materiële steun koos hij in 1529 de kant van de Florentijnen die zich tegen het strakke en strenge bestuur keerden. De Medici werden echter gesteund door paus Clemens VII. Michelangelo vond zich plots in het vizier van én de paus én de machtigste familie van Firenze en besloot te schuilen in een ondergrondse ruimte onder de kapel. Deze schuilplaats werd pas ontdekt in 1976 en samen met de kamers ook een reeks muurtekeningen van de grootmeester. Drie maanden na zijn ‘verdwijning’ kreeg hij een pardon van de paus en zijn beschermheren en hij ging opnieuw voor hen werken.

Image result for michelangelo hidden passage firenze

Tekeningen in de schuilkelder van Michelangelo

Bouwwoede uit angst voor de dood

Wie denkt aan het Wilde Westen, denkt ook aan het geweld en de duels die met vuurwapens werden uitgevochten, al was het maar vanuit de vele westerns die de filmindustrie ons schonk. Naast de Colt was de Winchester rifle een ander gekend en veel gebruikt geweer. In 1865 nam Oliver Winchester een bedrijf over dat wapens ontwikkelde. Vooral diens Model 1873 werd een iconisch vuurwapen in de tweede helft van de 19de eeuw en werd omgedoopt tot the gun that won the West. Het is dan ook duidelijk dat Winchester (on)bewust heel wat doden op zijn geweten had.

Het bedrijf kwam in 1880, na de dood van Oliver, in de handen van diens zoon, William Wirt Winchester. Hij zou na 4 maanden echter zelf overlijden aan tuberculose, waardoor 50% van de firma in handen kwam van Sarah Winchester, zijn echtgenote. Sarah, die op dat moment nog  in Conneticut woonde, moest niet alleen het verlies van haar man, maar ook van haar dochter verwerken, die enkele jaren daarvoor was gestorven. Het verhaal wil dat ze, zoekend naar steun en toeverlaat, naar een medium ging die haar vertelde dat de doden, geveld door de vuurwapens van de Winchester arms, haar zouden blijven tergen, tenzij ze naar het westen trok en daar blijvend aan een huis zou bouwen.

Related image

Winchester House

Wat er ook van aan is, in 1884 kocht ze een huis in San Jose, California, met acht kamers. Al snel begon ze met uitbreidingswerken die pas zouden stoppen in 1922, bij haar dood. Volgens sommige bronnen werd er continu aan het huis gewerkt, anderen zeggen dan weer dat de grillige Sarah soms de bouwvakkers de opdracht gaf ergens anders te beginnen, terwijl ze de huidige kamer nog niet hadden afgewerkt. Was Sarah een beetje gek? Of was ze echt overtuigd dat ze achtervolgd werd door geesten? Winchester House, tegenwoordig gekend als het Winchester Mystery House, tart in ieder geval elke logica.

Het huis telt meer dan 150 kamers, waarvan bijna een derde slaapkamers. Sarah bracht de nacht telkens door in een andere. Er zijn ook 6 keukens, verschillende badkamers en zelfs twee ballrooms, met orgel, en daarnaast ook 10.000 ramen, 2000 deuren en 47 open haarden. Het was zeven verdiepingen hoog, tot een aardbeving in 1906 het herleidde tot vier. Sarah Winchester voorzag wel in alle moderne luxe die op dat moment voorhanden was. Toch zijn het vooral de excentrieke keuzes die het huis vandaag zo populair maken. Er zijn trappen en deuren die nergens naar toe leiden. Er is een deur op de eerste verdieping die meteen uitkomt op de buitengevel en waar men dus naar beneden kan vallen. Er zijn ramen met zicht op muren of van waaruit men enkel andere kamers kan zien. Sommige schoorstenen reiken niet tot aan het plafond en konden dus niet gebruikt worden. In sommige kamers zijn de dure glasramen op wel heel vreemde hoogten geplaatst. De treden van de trappen zijn ongelijk en dus nodeloos moeilijk begaanbaar.

Sarah Winchester zou, ondanks de bouwwoede, overlijden in 1922. Toen ze haar kluis, die verstopt zat achter 4 deuren, openden, vonden ze geen juwelen of stapels geld, maar enkel de doodsprentjes van haar man en haar dochter, samen met een lok van die laatste. Vandaag is het een druk bezochte plek voor ghost hunters. Ook in haar tijd werd er druk gespeculeerd over de aanwezigheid van geesten. Zelfs in die mate dat de bekende goochelaar en scepticus Harry Houdini vlak na haar dood naar de mansion afzakte om in de séancekamer (ja, de séancekamer) een séance te doen om te bewijzen dat er niets speciaals aan de hand was in het huis. Het is niet geweten wat het resultaat was, maar Houdini was volgens bronnen minder zelfzeker over zijn sceptische claims dan gebruikelijk. Misschien was Sarah Winchester gewoon een creatieve vrouw, die nu een onterechte reputatie heeft. In ieder geval is haar huis een mooi voorbeeld van gekke architectuur.

Een bizarre luchthaven

Maar ook nu nog worden er speciale architecturale keuzes gemaakt, zelfs los van de esthetische kwaliteiten van moderne architectuur. Een veel besproken curiosum is de luchthaven van Denver, in Colorado, die in 1995 officieel werd geopend. Om te beginnen is het een gigantische luchthaven, twee keer zo groot als de tweede grootste luchthaven van de VS, terwijl er al eentje was in Denver, die op zich niet tot de drukste van het land behoorde. De bouw kende heel wat vertraging en ging 2 miljard euro over het vooropgestelde budget. Dat is op zich niet uitzonderlijk, hoewel de grootorde wel spectaculair is. Maar sinds de opening is de luchthaven in het vizier gekomen van liefhebbers van samenzweringstheorieën.

Image result for denver international airport blucifer

Blucifer, totaal niet creepy voor een luchthaven

Zo staat op de inhuldingssteen het teken van de vrijmetselarij en is de luchthaven ook mee gefinancierd door de New World Airport Commission, een commissie waar voor de rest niet al te veel over geweten is, hoewel het gewoon de naam zou zijn die lokale  zakenmensen gaven aan hun financieringsproject. De luchthaven, goed voor een kostprijs van 4,8 miljard dollar, werd volledig privaat gefinancierd, op 9 km van de reeds bestaande luchthaven in Denver. De aanwezigheid van én vrijmetselaars én een groepering die refereert naar de New World Order, een favoriete trope binnen het samenzweringsdenken, geeft al voer voor allerhande theorieën.

Maar ook de keuze van de decoratie en ornamenten zijn curieus. Zo zijn er verschillende bizarre muurschilderingen, waaronder eentje met een soldaat die doet denken aan een nazi-soldaat met gasmasker, met hierin een brief geschreven door een kind dat omkwam in Auschwitz verwerkt en eentje met natuurrampen en dode dieren. Niet meteen iets wat je nodig hebt als je al niet goed omkumt met de stress van het vliegen. Daarnaast zijn er ook waterspuwers in het gebouw. En er is ook Blue Mustang, een 9 meter hoog standbeeld van een blauw paard dat ’s nachts rode ogen krijgt en daarom de bijnaam Blucifer kreeg. De kunstenaar, Luis Jiménez, kwam om het leven toen het hoofd van het paard op zijn been belandde en een slagader raakte.  Er is ook een ondergronds tunnelcomplex, waaronder een geautomatiseerd bagagesysteem dat bergen geld kostte maar al even niet meer in werking is en een ondergronds treinnetwerk.

Image result for denver international airport murals

Net wat je nodig hebt als je wat gestresseerd bent om te vliegen

Dit alles, samen met een vage theorie dat de landingsbanen verdacht veel op een swastika lijken, maakt dat fans van samenzweringsdenken denken dat het een uitvalsbasis is voor de nieuwe wereldorde, de Illuminati of aliens die samenspannen met de overheid. Volgens hen zouden er ondergrondse kamers zijn bij een nakende ramp door de elite zullen gebruikt worden als schuilkelders, waarbij die elite al dan niet zelf verantwoordelijk is voor de ramp. De luchthaven kan er zelf mee lachen en plaatste een interactieve waterspuwer die, naast small talk, ook af en toe een vreemde zinsnede uit, zoals “Welcome to the Illumanti headquarters”. Samenzweringstheorieën zijn wat ze zijn, maar je kan in ieder geval moeilijk zeggen dat Denver International Airport geen vreemde luchthaven is.

Hier vind je nog meer historisch verantwoorde pret

Geplaatst in Gekke geschiedenis, Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De dwaasheid van oorlog

De mens heeft doorheen de geschiedenis heel wat onaangename en schadelijke bezigheden ontwikkeld. Het voeren van oorlog maakt al sinds de vroegste perioden deel uit van de menselijke interactie en de menselijke aard. De gruwel blijft ook in de 21ste eeuw vaak de verbeelding tarten, maar is onvoldoende om machthebbers en mogendheden op andere gedachten te brengen. Elk conflict is op een bepaalde manier vaak irrationeel of zelfs banaal, maar er zijn toch enkele historische voorbeelden die tot de verbeelding spreken.

Ongelijke kansen

Image result for zulu war

De 91ste Highland divisie tijdens de oorlog met het Zoeloe-rijk

De ontdekkingsreizen en latere koloniale veroveringen draaiden al sowieso rond scheefgetrokken machtsverhoudingen, die maximaal werden uitgebuit. Europese mogendheden vielen gebieden binnen waar de plaatselijke bevolking letterlijk niet met gelijke wapens kon strijden. Toch zijn er voorbeelden waar deze onevenwichtige balans extreme proporties aannam. Vooral het Britse Rijk was hierin sterk.

In de oorlog met het Zoeloe-koninkrijk was er weliswaar geen sprake van een numeriek overwicht, maar het technologische zorgde er wel voor dat de Britten zich doorgaans weinig tot geen zorgen hoefden te maken. De eerste oorlog eindigde echter met een overwinning van de Zoeloes, die tijdens de slag bij Isandlwana hun numeriek overwicht konden verzilveren. 727 Britten sneuvelden en het Britse Rijk trok zich (tijdelijk) terug.

Maar meestal liep het anders. Tijdens de slag bij Kambula vielen 20.000 Zoeloe krijgers een Brits leger van 2.000 man aan. 28 Britten sneuvelden, nog eens 55 raakten gewond. De Zoeloes trokken zich echter terug met 2.000 gesneuvelden. In de slag bij Rorke’s Drift wonnen 140 Britse soldaten van 4000 Afrikaanse krijgers, met respectievelijk 17 en 350 doden aan beide zijden. Uiteindelijk zouden er in de twee Anglo-Zoeloe-oorlogen 1900 Britten sterven, tegenover 6930 Zulu’s.

De kortste oorlog ooit

AngloZanzibarWar.jpg

Zanzibar ligt in puin

Maar de machtsverhoudingen kunnen nog extremer. Door het verdrag van Heligoland-Zanzibar kwam Zanzibar, een klein eiland nabij het hedendaagse Tanzania, in de Britse invloedsfeer. Nadat in 1896 Khalid bin Barghash zijn neef opvolgt als sultan van Zanzibar, waarbij vermoed werd dat hij de Britsgezinde Hamad bin Thuwaini had vermoord, stuurden de Britten een ultimatum. Khalid verzamelde echter zijn leger, bestaande uit ongeveer 3000 soldaten, dat ook nog relatief goed was uitgerust, onder andere dankzij kannonen die als diplomatieke gift waren geschonken aan de vorige sultan.

De onderhandeling tussen de nieuwe sultan en de Britse diplomaat Basil Cave ging gepaard met het aanmeren van enkele Britse oorlogschepen, namelijk de HMS Philomel, HMS Rush, HMS Racoon en HMS St George. Op 26 augustus 1896 kreeg Khalid het finale ultimatum van de Britten, die ondertussen groen licht hadden gekregen van Her Majesty’s Government om de nodige maatregelen te treffen. De sultan geloofde niet dat de Britten het vuur zouden openen, wat om 9 uur ’s morgens toch gebeurde. 38 minuten later gaf de sultan zich over, waardoor het de kortste oorlog ooit werd. 1 Britse soldaat geraakte gewond, tegenover 500 doden en gewonden aan de kant van Zanzibar. Aangezien de schepen het vuur hadden geopend om het paleis te vernielen, waren er ook veel burgerslachtoffers.

Helaas konden de Britten niet enkel gebruik maken van hun technologisch overzicht en hun ervaring met het winnen van veldslagen. Soms maakten de overtuigingen van de tegenstander de zaken nog erger. Dit ging dat niet enkel over hun geloof dat hun numerieke overwicht hen zou helpen, zoals bij de Zoeloes, of dat de Britten hun dreigementen niet hard zouden maken, zoals bij de sultan van Zanzibar. Er waren ook verhalen van Afrikaanse troepen die door hun plaatselijke wonderdokters werden voorgelogen dat de kogels van de vijand zouden veranderen in water, iets wat helaas voor hen niet gebeurde. Dit was onder andere geval tijdens de Bambatha-opstand in 1906 tegen de Britten en de Maji Maji opstand tegen de Duitsers tussen 1905 en 1907.

Oorlogsverklaring aan emoes

Related image

De moeizame oorlog tegen de emoes

De afslachting van inheemse legers was zonder meer tragisch. Maar er is een voorbeeld van een oorlogsverklaring waarbij de tegenstander op papier helemaal geen kans maakte. In de vroege jaren ’30 had Australië eveneens te kampen met de gevolgen van de mondiale Grote Depressie. Na wereldoorlog I hadden heel wat Australische veteranen grond gekregen in het Campion district in Western Australia om deze te bewerken. Er waren hen ook onder andere subsidies beloofd. Toen deze subsidies uitbleven, en de economische crisis gepaard gingen met mislukte oogsten en een gigantische daling in de prijzen, dreigden de boeren in opstand te komen. Een van hen stapte naar de minister van defensie, Sir George Pearce, om te klagen over de toestand. Een deel van de oorzaak van de mislukte oogsten was de emoepopulatie.

Pearce vond er niet beter op dan als teken van daadkracht het Australische leger naar Campion te sturen, volledig uitgerust met machinegeweren. De bedoeling was om de emoes uit te roeien, zodat de boeren daar ten minste niet meer over konden klagen. De militaire operatie, begonnen op 4 november 1932, was een fiasco. De dieren konden sneller weglopen dan gedacht, verspreidden zich snel en uiteindelijk konden ze op 6 dagen, ondanks het feit dat er heel wat mankracht en munitie werd ingezet, maar een paar vogels vellen. Na een hinderlaag, waarbij een groep van 1000 vogels in het vizier werd genomen, konden de soldaten slechts 12 dieren doodschieten. De Australische regering werd massaal bespot, onder andere door de ornitoloog Dominic Serventy.

The machine-gunners’ dreams of point blank fire into serried masses of Emus were soon dissipated. The Emu command had evidently ordered guerrilla tactics, and its unwieldy army soon split up into innumerable small units that made use of the military equipment uneconomic. A crestfallen field force therefore withdrew from the combat area after about a month.

Het leger zou nog een poging ondernemen. Ditmaal waren ze iets succesvoller, met ongeveer 3500 gesneuvelde vogels, maar de weerstand tegen de operatie groeide en de oorlog tegen de emoes werd stopgezet. Het zorgde voor heel wat animo. Toen een politicus van de Labourpartij vroeg of de soldaten die deelnamen aan de operatie een medaille verdienden, antwoordde een partijgenoot dat deze in feite naar de emoes zouden moeten gaan, omdat zij elke slag hadden gewonnen. Voor elke dode emoe moesten er 10 kogels worden geschoten. Het leger trok zich terug, maar bewapende de boeren, die helaas doeltreffender waren in hun strijd met de vogels. Tussen 1945 en 1960 werden ongeveer 284,700 gedood. Vreemd genoeg staat de emoe op het wapenschild van Australië, wat de Australiërs niet tegenhield om de beesten massaal af te slachten. Vandaag blijft de populatie echter stabiel en is de vrede hersteld.

Oorlog over een houten emmer en een hond

Image result for modena wooden bucket

De boosdoener, vandaag nog te bewonderen in Modena

Oorlog is op zich al een absurd gegeven. Vaak is het het resultaat van een lang proces, waar de minste vonk een continent in vuur en vlam kan zetten. Denk maar aan de moord op Franz Ferdinand in 1914. Maar soms is de aanleiding wel heel banaal. In de late middeleeuwen vochten de Italiaanse stadstaten een machtstrijd uit. Naast economische belangen en prestige speelde ook een overkoepelend politiek-religieus conflict mee.

De Noord-Italiaanse steden waren verdeeld in twee kampen, de Welfen en de Ghibbelijnen. De oorspronkelijke aanleiding was de investituurstrijd tussen Hendrik IV, de keizer van het Heilig Roomse Rijk en paus Gregorius VII, die handelde om het recht om vertrouwelingen in kerkelijke ambten te benoemen. De Welfen waren aanhangers van de pauselijke fractie, de Ghibbelijnen steunden de keizer. Deze tweedeling bleef doorheen de eeuwen standhouden. In deze context bouwde de spanning tussen Bologna en Modena, beide gelegen in Emilia-Romagna, zich gestaag op. Een militaire clash was dan ook niet veraf.

Wanneer de keizersgezinde Passerino Bonacolsi verkozen wordt tot leider van Modena (naast Mantua, Parma en Reggio), komt hij in het vizier van Johannes XXII, die hem tot vijand van de Kerk doopt. De troepen van Bologna dagen de inwoners van Modena uit, onder andere door velden te vernietigen. Als tegenzet dringen enkele soldaten van Modena Bologna binnen en stelen een emmer met buit, die aan een waterput in het centrum van de stad hangt. De leiders van Bologna zijn furieus. Wanneer hun eis dat de emmer terug wordt gegeven niet wordt ingewilligd, verklaren ze de oorlog. Uiteindelijk vochten de twee stadstaten uit te Zappolino in Bologna. 32.000 soldaten van Bolagna moesten het echter afleggen tegen een goede 7000 van Modena, onder leiding van Bonacolsi.

Image result for bologna wooden bucket

Maar ook recenter kan het soms afhangen van gekke details of toevalligheden. In 1925 ontstond er een gewapend conflict tussen Griekenland en Bulgarije. De spanningen tussen de twee landen hadden te maken met twee gecontesteerde gebieden, Thracië en Macedonië. Hierdoor was de Grieks-Bulgaarse grens langs beide kanten bewapend. In een van de verhalen rond de clash in Petritsj wordt verteld dat op 18 oktober 1825 een Griekse soldaat achter zijn hond liep, over de grens met Bulgarije, en prompt werd doodgeschoten door Bulgaarse soldaten. Andere bronnen zeggen dan weer dat het een in feite een Bulgaarse soldaat was die twee Griekse soldaten neerschoot. In ieder geval viel Griekenland zijn buurland binnen. Het zou zich wel moeten terugtrekken na interventie door de Volkenbond. Er waren echter al een honderdtal soldaten gesneuveld.

Hier vind je nog meer historisch verantwoorde pret

 

Geplaatst in Gekke geschiedenis, Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Dansen tot je erbij neervalt

Dansen wordt vandaag nog steeds gezien als een uiting van plezier, vertier of in sommige gevallen als entertainment of kunst. Mensen trekken zelf naar clubs of festivals of kijken naar So you think you can dance of experimentele dansvoorstellingen, afhankelijk van smaak, conditie en de liefde voor boenk boenk muziek. Maar doorheen de geschiedenis, zijn er momenten geweest waar mensen haast gedwongen leken om te dansen.

Bernt Notke – Danse Macabre (late 15de eeuw)

De dansepidimie van Straatsburg

Een van de bekendste voorvallen is de dansepidemie van Straatsburg. Op een zonnige dag in juli 1518 begint een zekere mevrouw Troffea te dansen. Hoewel in die periode het dansen ook als vertier wordt gezien, blijkt al snel dat er meer aan de hand is. Het neemt vreemde, haast spastische proporties aan. Haar man vraagt haar te stoppen, maar ze is niet op andere gedachten te brengen. Tot ze flauwvalt en moet rusten. Maar dat houdt haar niet tegen om uitgerust opnieuw naar buiten te gaan en het dansen te hervatten. Frau Troffea krijgt het gezelschap van tientallen stadsgenoten, die blijven gaan, ook al bezorgt het hen duidelijk fysieke ongemakken. Ook nadat ze wordt weggehaald, dikt het volk aan.

In hun wijsheid beslist het stadsbestuur dat er een duidelijke remedie is: de mensen moeten blijven dansen. En dus wordt er logistieke ondersteuning geboden. Ze krijgen voldoende plaats om te dansen, er wordt muziek voorzien en er zijn professionele dansers die de massa enthousiast houden. Intussen dikt de krankzinnige flash mob aan tot een goede 400 mannen, vrouwen en kinderen. Vreemd genoeg blijkt dat dansen niet helpt. Verschillende mensen gaan er fysiek aan ten onder, soms zelfs met de dood tot gevolg. Het stadsbestuur keert zijn kar, stopt de logistieke ondersteuning en sommige mensen worden afgevoerd naar een schrijn van Sint-Vitus, patroonheilige van de dansers en de epileptici, waar er een ritueel wordt uitgevoerd met wijwater. Na ongeveer twee maanden neemt de manie wel af. Stilletje aan hebben de mensen genoeg gedanst.

Het is nog altijd niet duidelijk wat het spontane dansgezelschap bezielde. Het stadsbestuur dacht oorspronkelijk aan een oververhitting van het bloed. In religieuze kringen hield men het op het meer gebruikelijke antwoord, namelijk dat ze bezeten waren door de duivel of dat het een straf was van Sint-Vitus. Ook vandaag de dag is het moeilijk om een verklaring te vinden. Sommigen zien de oorzaak in een vergiftiging door het eten van rot of beschimmeld graan.  Bepaalde types schimmel kunnen inderdaad psychoses veroorzaken, maar de schaal is wel indrukwekkend.

Anderen zien er een sektarische of religieuze manie in, een soort van uit de hand gelopen offerdans aan de genoemde Sint-Vitus, gekoppeld aan massahysterie. Bij ons werd het de Sint-Jansziekte genoemd. Paracelsus, een geleerde uit de 16de eeuw dacht dat het een daad van rebellie was van mevrouw Troffea, om haar man te tarten en in verlegenheid te brengen, waarbij andere stedelingen ook het juk van de sociale conventies van zich af wilden werpen. Ten slotte wordt er ook een psychologische verklaring naar voren geschoven. De opeenvolging en continue dreiging van ziekten en hongersnood hadden een collectieve stressreactie opgeleverd, die zich uitte in een ontembare dansmanie.

Related image

Een 16de eeuwse gravure uit Duitsland

 

Een lange traditie

Het klinkt eerder als een legende dan een waargebeurd historisch feit. Maar vreemd genoeg is Straatsburg niet de enige plek waar een dansfestijn werd gedocumenteerd. In de ruime regio zijn er de eeuwen daarvoor al heel wat vreemde voorvallen geweest. In 1237 was er een dansepidemie in Erfurt waarbij een groep kinderen naar een naburige stad danste, waar ze ter plekke neervielen van de uitputting. In 1278 stortte in Utrecht een brug in doordat het het gewicht van 200 verbeten dansers niet meer kon dragen. In de 14de eeuw waren er, na de uitbraak van de pest of Zwarte Dood, ook verschillende gevallen van dansmanie.

In 1374 was er een nieuwe grote uitbraak, eerst in Aken en daarna in verschillende steden in de Nederlanden, waaronder Tongeren, Utrecht en Luik. Vanaf de 15de eeuw werd het fenomeen ook vastgesteld in Italië. Daar werd het tarantisme genoemd, omdat de Italianen geloofden dat het vreemde gedrag werd veroorzaakt door een spinnenbeet. In de 16de eeuw was er ook een voorval in Molenbeek, wat werd vereeuwigd door Brueghel in diens Sint-Jansdansers in Molenbeek

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/1/1c/Saint_John%E2%80%99s_Dancers_in_Molenbeeck%E2%80%99_%281592%29_by_Pieter_Brueghel_II.jpg

Pieter Brueghel de Jonge – Sint-Jansdansers in Molenbeek (1592)

Contemporaine bronnen stellen dat de verspreiding van de dansmanie in de hand werd gewerkt door vreemde sekten, die tijdens het dansen de namen van ongekende duivels en demonen aanriepen. De aanwezigheid van pelgrims was in ieder geval een constante. Ook vond het vaak plaats in juni en juli, wanneer er sowieso al religieuze festiviteiten, vaak met dansgelegenheid, werden voorzien, in het kader van de midzomernacht. Mensen ontkleedden zich en dansten naakt, vielen toeschouwers aan die weigerden te dansen en bleven zelfs met bebloede voeten en schuim op de lippen gaan. In Straatsburg alleen al stierven er minstens tientallen mensen.

De dansplaag kende in de 16de eeuw nog een opflakkering, met onder andere voorvallen in Basel, met opnieuw een kinderdansfestijn, en Anhalt, waar een eenzame man zichzelf de dood in danste.  Vanaf de 17de eeuw werden er echter steeds minder voorvallen neergeschreven. Was de afnemende invloed van het bijgeloof in de kracht van Sint Vitus een verklaring?

Gekke timmermannen en Japanse hysterie

Dat wil niet zeggen dat er geen gekke dingen bleven gebeuren. In het Amerikaanse Maine en het Canadese Quebec doken in de 18de eeuw de Jumping French Lumberjacks op. Dit waren hoofdzakelijk mannen die oncontroleerbare bewegingen maakten en vaak ook andere na-aapten (verbaal en fysiek) of klakkeloos instructies uitvoerden. Wat het nog vreemder maakt is dat het hoofdzakelijk Franse houthakkers waren. Soortgelijke fenomenen zijn echter ook neergeschreven in o.a. Louisiana, Maleisië (Latah) en Siberië (Myriachit). Gilles De La Tourette omschreef het als een neurologische aandoening, maar vandaag de dag wordt, net als bij de dansepidemies, eerder gedacht aan psychologische oorzaken.

Maar dit soort vreemd gedrag beperkt zich niet tot het verleden. Recent werd een soortgelijke manie waargenomen, het zogeheten Japanse Parijssyndroom. In 1986 stelde de Japanse psychiater Hiroaki Ota, werkzaam in Frankrijk, het syndroom voor het eerst vast. Japanse toeristen, vooral vrouwen, worden fysiek onwel wanneer ze naar Parijs trekken, vaak met hysterie, angst, hallucinaties en fysieke symptomen zoals draaierigheid en braken tot gevolg. Het is niet duidelijk wat de oorzaak is, maar naar alle waarschijnlijkheid speelt bij sommige toeristen de clash tussen het droombeeld van het romantische Parijs en de vaak ontnuchterende, chaotische en soms brutale realiteit mee.

Owen Wilson in Midnight in Paris (2011)

De romantisering van Parijs kan ernstige gevolgen hebben. Midnight in Paris (2011)

Het is geen massa-gegeven, maar het komt vaak genoeg voor dat de Japanse ambassade van Parijs een speciale telefoonlijn heeft en dat ze elk jaar een 20-tal toeristen onder hoogdringendheid terug naar Japan vliegen. Soortgelijke fenomenen zijn het Stendhal-syndroom, een fysieke reactie op extreme schoonheid, het eerst beschreven door Stendhal na zijn bezoek aan Firenze, en het Jeruzalem-syndroom, een gelijkaardige fysieke reactie, maar dan met religieuze hallucinaties en waanbeelden tot gevolg.

Hier vind je nog meer historisch verantwoorde pret

 

Geplaatst in Gekke geschiedenis, Geschiedenis | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Je-m’en-foutisme

Rond 17.30 uur was het al redelijk duidelijk. Dat was ook het moment waarop mijn kersverse echtgenote mij zachtjes doch vastberaden vroeg om de televisie af te zetten omdat ze de opeenvolging van de eerste uitslagen, Dries Van Langenhove en Theo Francken met moeite kon verteren. Mijn verbazing was vrij beperkt. Ik had vooraf mijn prognose uitgeschreven. N-VA, Groen en CD&V scoorden bij mij telkens hoger. Het Vlaams Belang zag ik op plaats drie stranden met een kleine 14%. Het werd uiteindelijk bijna 19%. Maar hun terugkeer was minder verrassend.

Voor mij was de Marrakesh-campagne het keer- en breekpunt. De N-VA had getoond dat het retorisch ver wou gaan om op dit thema te scoren. De politieke gevolgen kwamen eerder voort uit de discussie over de juridische consequenties van het pact dan over de manier waarop bepaalde sentimenten werden aangewakkerd. Terwijl dat politiek en maatschappelijk gezien geen klein detail was. Het Vlaams Belang was in zijn nopjes. De toon was gezet. Vanaf dan was elk voorval, hoe klein ook, dat ook maar iets te maken had met migratie of integratie gelinkt aan het Marrakesh-pact, zelfs al was dat in het gekste parallel universum onmogelijk.

Het was voor mij het moment waarop de N-VA de duidelijkste intentieverklaring had gegeven, maar waar de reactie van de bevolking, mijn medeburgers, ook tekenend was. Angst verkoopt, en hoe je het draait of keert, angst is moeilijk weg te krijgen, zeker wanneer iedereen steeds meer tijd spendeert in een virtuele omgeving waarin de angst continu wordt gevoed. Je hebt al een serieus positief verhaal nodig om het sentiment in de hoofden van de mensen om te keren.

Het was voor mij waarschijnlijk ook het moment waarop de politieke lethargie compleet is toegeslagen. Misschien heeft het ook te maken met het feit dat ik in de kerndagen van de campagne of (mentaal) in de voorbereiding zat van mijn trouw of aan het nagenieten was in binnen- en buitenland, maar ik heb deze campagne grotendeels aan mij laten voorbijgaan. Om mijzelf ergernis te besparen. Waarschijnlijk had en heb ik ook demografisch en socio-economisch de luxe om mij onder te dompelen in lethargie en escapisme.

Ik, die er altijd prat op ging om alle partijprogramma’s te lezen en mijn stem zo beredeneerd mogelijk te maken, of toch dat gevoel te creëren, heb er waarschijnlijk ook meer dan normaal met mijn klak naar gegooid. Ik heb weliswaar in de laatste dagen nog hard nagedacht, en mijn stem is waarschijnlijk uiteindelijk strategischer dan bij de gemiddelde medemens, maar ik kon ook niet ontsnappen aan een fundamenteel je-m’en-foutisme, een totaal ongeloof in de mogelijkheid dat partijen fundamentele en positieve verandering kunnen brengen.

Dat heeft waarschijnlijk enerzijds te maken met mijn visie op mens en politiek. Mijn oprecht geloof dat er zoveel afhangt van niet te controleren factoren, maakt dat ik altijd al wat voorzichtigheid in bouw. Ik plaats geloof in de politicus en de politiek op dezelfde hoogte als geloof in God. Mijn misantropische trekken fungeren in deze ongetwijfeld als defensiemechanisme. Maar anderzijds heeft het ook gewoon te maken met de hedendaagse politiek in de huidige praktijk. Wat kan je verwachten van partijen die bergen geld spenderen aan verwarrende en manipulatieve communicatie, over eigen programma en verwezenlijkingen of de fouten van een ander. Waar strategie en achterdocht de twee kernbegrippen zijn.

De politici waar ik naar opkijk, of beter gezegd waar ik nog in kan geloven, zijn diegene die ik ook moeilijk of niet zie functioneren binnen het huidig politiek bestel, toch op nationaal of regionaal vlak. Het is een cliché, maar tussen droom en daad staan particratie en verbale krachtmetingen. En waarschijnlijk ook ego’s. En oneliners. En congressen met politieke vernieuwingen allerhande die op zich niet veel inhouden. De toeschouwers slaan het schouwtoneel met een achterdochtig oog gade, terwijl het andere gericht is op de in- en uitgang, waar men allerhande bedreigingen ziet, al dan niet terecht. Terwijl het gekibbel op de bühne luider wordt, groeit het gevoel dat niemand de deur bewaakt.

We leven in een klimaat waar het je-m’en-foutisme vooral goed nieuws is voor partijen die altijd al aan de zijkant hebben gestaan en die naar eigen zeggen de gewone man vertegenwoordigen. Het is ook niet onlogisch. Het zijn de enigen die nog nooit hebben teleurgesteld, simpelweg omdat ze nooit de kans kregen. Als haalbare standpunten al sneuvelen op het offerblok van de samenwerkingscoalitie, wat zouden radicale recepten dan kunnen werken? Maar waarschijnlijk is dat het punt zelfs niet. Partijen, hierbij geholpen door journalisten, wakkerden fundamentele angsten aan en blijven deze voeden. Dit wordt ook nog eens in de molen van de sociale media gekneed en gebetonneerd.

Ik heb de discussie al vaak gehad en nooit echt een goed antwoord gekregen of zelf kunnen formuleren. Hoe ga je op het vlak van migratie en integratie tegemoetkomen aan de verzuchtingen van een redelijk grote groep mensen zonder de foute richting uit te zwengelen? Als je identiteit centraal wilt stellen, ga je die moeten definiëren. Als je die definieert ga je die afzetten tegen mensen die zich er niet naar schikken. Als je dat gaat doen, en je wilt tegemoetkomen aan de ontevredenheid, dan moet je iets doen met/tegen de mensen die er zich niet naar schikken. Geen idee hoe dat niet eindigt in een hellend vlak. Als de discussies over yoghurtpotjes, handjes schudden of de 5%-regel van Hendrik Bogaert indicaties zijn, dan kruip ik wel opnieuw in mijn grot.

Het is niet fijn wakker worden in dit land en dit Vlaanderen, maar het is geen verrassing en het is niets nieuws. Het is geen nieuwe situatie voor dit land en deze regio, maar ook niet voor de mensheid.  Het is geen nieuw gegeven dat heel wat mensen in eerste instantie welvaart en welzijn voor zichzelf en hun omgeving willen. Solidariteit is geen fundamenteel of logisch gegeven doorheen de geschiedenis van de mensheid. Het is een moeilijk gegeven waar actief aan moet gewerkt worden. Waarom zou dit in de 21ste eeuw plots anders worden?

De partijen, of ze nu in de linkse hoek of de rechtse te vinden zijn, hebben de twijfel aan solidariteit en het collectieve welzijn ook nog eens versterkt door er in hun retoriek voor te kiezen om de portemonnee en status van het individu als absoluut ijkpunt naar voren te schuiven. Het ging niet meer over wat we samen te winnen hebben, maar wat we apart, in concurrentie met elkaar, kunnen verliezen. Dan is deze reactie van een grote groep mensen die oprecht vinden dat ze socio-economisch en socio-cultureel (en dan preferabel in samenhang) bedreigd worden, niet verbazingwekkend.

Wat nu? Geen idee. Persoonlijk zie ik geen tweede partij naast N-VA die samenwerking met Vlaams Belang in overweging zou nemen. Maar men weet nooit. Vlaams Belang meent zelf dat N-VA de natuurlijke bondgenoot is. Op papier vreemd, want het socio-economisch beleid van die partij zou haaks moeten staan op wat Vlaams Belang in de campagne beloofde. Pensioenleeftijd naar omlaag en pensioenen naar omhoog! BTW op elektriciteit naar omlaag! Een minimumloon op Europees niveau! Gedaan met het uitpersen van de gewone man! Dat is retoriek die zich richt op het beleid van Michel I, met N-VA als grootste coalitiepartner. Maar de vraag is natuurlijk wat gemeend is (en of die linkse recepten door de kiezer wel in acht werden genomen) en wat louter glijmiddel is voor het stuk waar ze elkaar beter vinden. Migratie, justitie en veiligheid. En Vlaanderen.

Ik heb altijd de potsierlijke (?) voorspelling gedaan dat de verkiezingen van 2024 de laatsten in België zouden zijn, omdat de (politieke) verschillen tussen noord en zuid te groot zouden blijken om nog een federale regering te kunnen vormen. Misschien was dat ook een vorm van optimisme. Misschien ook niet, aangezien er altijd wel langs een van de twee kanten een minderheid kan depanneren, getuige Di Rupo I en Michel I. De komende dagen, weken en maanden zullen de toekomst van het land en van Vlaanderen verduidelijken. En ondertussen kan er getobd worden over hoe het nu met de samenleving verder moet, wanneer een groot deel van de bevolking voor een stuk aangeeft dat het samen leven niet de grootste prioriteit is. En kan ik zelf tobben over het doorbreken van mijn je-m’en-foutisme. Quand les dégoûtés seront partis, il ne restera plus que les dégoûtants.

Geplaatst in Politiek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Foals – Everything not saved will be lost part one

Image result for foals everything not saved will be lost

Foals staat op een cruciaal punt in hun carrière. Hun eerste twee albums waren, zo heet dat in genretermen, math rock, waarbij een wirwar van instrumenten toch een mooi geheel vormen. Op de twee laatste albums, Holy Fire (met megahitje My Number) en What Went Down werd het geluid wat gestroomlijnder en meer gericht op festivals en arena’s. Het kan dan, als je je een nieuw album maakt en je de afweging moet maken welke weg je wilt inslaan, misgaan. Denk maar aan Coldplay of Editors.

Foals probeert die lastige klip op twee manieren te omzeilen. Ten eerste door te kiezen voor een gespleten dubbelalbum. Everything not saved will be lost is namelijk het eerste van twee delen, met een gelijknamige part 2 in het najaar. In interviews werd duidelijk gemaakt dat de liefhebbers van de loeiende gitaren vooral in de herfst hun hart zullen kunnen ophalen. Part 1 is funkier en meer gestuwd door synths. Dat klopt alvast.

Maar, belangrijker, ten tweede, weten ze de toegankelijke sound te behouden terwijl ze de sterkten van hun hele oeuvre weten te gebruiken. Part 1 is zo herkenbaar terrein, maar er worden wel nieuwe paden ingewandeld. Dat was al te horen op de eerste single, Exits, een funky nummer waar verschillende instrumenten door elkaar tjingelen en het toch een geweldig geheel vormt.

Die blauwdruk wordt nog het meest succesvol toegepast op Syrups dat begint met een lijzige bas en door elkaar geweven gitaren en synths meandert tot het na minuut drie plots een versnelling hoger schakelt. Nog doeltreffender is de Calypsofunk van Cafe D’Athens, dat her en der wat (mogelijks overdreven) vergeleken wordt met het oeuvre van stadsgenoot Radiohead. Op In Degrees wordt dan weer de spirit van Talking Heads opgeroepen.

Het wil niet zeggen dat het niet knalt. White Onions en On the Luna razen beiden en vatten de energie die zo geassocieerd wordt met de optredens van Foals, met vooral de manische frontman Yannis Philippakis als hoofdrolspeler. The synths geven het geheel een spacey gevoel, een futuristische insteek waardoor het ook bij de meer ingetogen of zweverige nummers past. Want af en toe gaat het ook rustiger, vooral op de opener en de afsluiter. Dat laatste voelt inderdaad meer aan als een tijdelijk slotstuk, in afwachting van part 2, dan als een voorwaardige vaarwel, zeker na Sunday, dat ook al kabbelend begint om tegen het einde aan te evolueren naar een volwaardige dansplaat.

Tekstueel wordt de diepgang gezocht. Het gaat over een verwoeste planeet, over vervreemding en verval. Gelukkig weet Philippakis dat voldoende te verpakken in metaforen en niet al te directe zinnen. Anders loert het prekerige om de hoek. De zang van de kleine, bonkige Brit is wel overal top. Everything not lost will be saved part one is een gevarieerd album, waar heel oud, oud en nieuw samenkomen en een boeiend geheel vormen. Foals demonstreert de reikwijdte en de diepte van hun mogelijkheden. De moeilijke vijfde is dus al een succes. Over enkele maanden volgt worp nummer zes.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen