Een ander soort verkiezingen

Op wie heb jij tegengestemd?

Een zeer geapprecieerde Twitteraar, gezegend met de naam @Deluipaard, lanceerde een gedachte-experiment naar aanleiding van de verkiezingen. Wat als je niet enkel voor een partij moet stemmen, maar dat je tegelijk ook de mogelijkheid om tegen te stemmen? Mijn eerste reactie was dat je dan vooral de CD&V aan een absolute meerderheid zult helpen, maar dat praktische “bezwaar” even opzij schuivend, is dit een werkbaar en vooral wenselijk alternatief?

Neem nu een lokaal landschap waar je Groen, sp.a, CD&V, Open VLD, N-VA en Vlaams Belang hebt. Je zou dan op Groen kunnen stemmen en tegen Vlaams Belang, of voor N-VA en tegen sp.a. Dat mechanisme is eenvoudig genoeg maar er zijn wel enkele bedenkingen bij te maken.

Gaat er veel diversificatie zijn? Gaan Vlaams Belang stemmers niet vooral Groen en sp.a viseren en Groen stemmers niet vooral N-VA en Vlaams Belang? Is het dan niet gewoon een nuloperatie? En is dit vooral niet een systeem waar het moedige midden baat bij heeft?

Is dit systeem legitiemer dan ons huidige systeem? Je kan in principe nu ook al partijen afstraffen, vooral zittende meerderheden. Dan kan het zijn dat de grootste partij alsnog buitenspel gezet wordt, maar een zittende meerderheid kan wel zodanig veel zetels verliezen dat ze uiteindelijk niet meer kunnen verder besturen. Heeft een tegenstem dan zoveel meerwaarde?

Op welke basis gaan mensen hun tegenstem kiezen? Vandaag de dag zijn er al heel wat kiezers (ik durf er geen percentage op kleven of te claimen dat het een meerderheid betreft, want dat zou buikgevoel zijn) die weinig moeite doen om zich te informeren i.f.v. hun positieve stem. Gaan ze dit dan wel doen als ze tegenstemmen? Of zijn ze dan even vatbaar voor de waan van de dag en politici die zich enten op de onderbuik, de slogan en de kleinzielige persoonlijke aanval? Ik vrees het tweede. Ik denk ook niet dat dit de campagnes ten goede zou komen. Als je weet dat een negatief nieuwsfeit x aantal keren meer blijft hangen dan een rechtzetting, kan je dat mechanisme volgens mij ook verwachten in een campagne waar er ook tegenstemmen te rapen zijn.

De gedachte achter dit systeem is vooral om het gedrag van politici te veranderen. Als ze weten dat ze ook expliciet kunnen worden afgestraft, gaan ze zich constructiever opstellen. Ik denk dat dit, gelet op bovenstaande, een mooie illusie is. Het huidige systeem leent zich ook tot constructieve politici, zie maar naar Bart Somers. En die toont ook dat je daarvoor beloond kan worden. Het is ook al te makkelijk om het allemaal af te schuiven op de politici zelf.

Politieke spelletjes en kleinzielig gebikkel zijn geen direct en exclusief resultaat van een politiek systeem, maar wel van individuele politici, daarbij geholpen door een pers die er baat bij heeft om vuurtjes op te poken en burgers/kiezers die het eigenlijk wel entertainend vinden of compleet lethargisch zijn geworden. In de huidige politieke cultuur en met de moeite die mensen willen steken in het volgen van de politiek en het zich informeren in de verschillende standpunten en programma’s voeg je volgens mij in dit systeem nog eens een kwak negativiteit toe.

Verschillende lijsten en/of louter voorkeurstemmen

Een ander voorstel dat recent passeerde (via @pibaert) is het stemmen op mensen van verschillende lijsten. Dankzij een andere twitteraar (@DokterHuis) kwam ik te weten dat dat systeem vroeger bestond. Het zogenaamde “panacheren” of bontstemmen hield verhoudingsgewijs rekening met het aantal uitgereikte stemmen en het aantal zetels. Stemde een panacherende kiezer niet voor evenveel kandidaten als er zetels toe te kennen waren, dan verwaterde zijn stem tot de verhouding tussen het aantal aangewezen kandidaten en het totaal aantal toe te kennen zetels. Het werd afgeschaft vanaf 1976, net op het moment dat er een grotere diversiteit aan lijsten was. Maar het werd maar gebruikt door 2,5% van de bevolking.

Het kan in diverse vormen en met verschillende berekeningswijzen. In een radicalere vorm kan je bijvoorbeeld de lijststemmen afschaffen en de zetels gewoon verdelen op basis van voorkeurstemmen, ook los van het panacheren. Het is in dat tweede systeem echter moeilijk om niet de waarde van de stem verhoudingsgewijs te verminderen. Indien je bijvoorbeeld op én Groen én CD&V én N-VA kunt stemmen, kan je geen drie stemmen aan die partij tellen, want dan ga je aan een percentage komen dat boven de 100% zit. En mensen verplichten om op 1 à 2 andere lijsten te stemmen is ook raar en heeft weinig meerwaarde. Je blijft dus zitten met het verminderen van de waarde van de stem.

Als je het totaal lostrekt van partijen en lijststemmen, en kijkt naar een verdeling o.b.v. voorkeurstemmen, zal je nog steeds coalities vormen o.b.v. een meerderheid, hetzij vanuit een andere dynamiek. Ik heb dit even voor Halle en Gent bekeken op basis van de laatste verkiezingen. Onderstaande toont dat er wel degelijk een verschil zit. Dit is natuurlijk niet echt representatief omdat dit enkel rekening houdt met de voorkeurstemmen binnen een lijst en er ook in eerste instantie wordt gestemd op partijen (enkelvoudig stemrecht, met daarin mogelijkheid om te diversifiëren) en niet op mensen (en al helemaal niet meervoudig of met verhoudingsgewijze stemmen), maar het zegt wel iets over het sturende gedrag van dit systeem. En waarschijnlijk ook iets over de kracht van partijen. En het is ook gewoon boeiend om te zien hoeveel mensen zo een zetel halen terwijl ze “minder populair” zijn en vice versa.

Zetels

Gent

Populariteit is natuurlijk in een democratie niet te versmaden, maar misschien is het ook daar niet wenselijk om het als enig of zwaarste criterium te gebruiken. Jonge mensen geraken misschien zo moeilijker gelanceerd, bekwame dossiervreters die de festiviteiten en pensenkermissen niet afschuimen om handjes de schudden zijn ook in het nadeel. Terwijl ze wel degelijk en meerwaarde bieden voor een serieus lokaal beleid. Politici zouden nog meer behagen met vorm in plaats van inhoud. Dat indachtig zou én het uitschakelen van de lijststem én het uitschakelen van partijen te veel van het goede zijn. Dit is overigens ook een van de argumenten van mensen die de lijststem wensen te behouden. Tegenstanders zullen dan weer zeggen dat je daarmee juist de jonge mensen en de niet-tafelspringers benadeelt.

Het zou ook misschien, net als in het andere gedachte-experiment de nadruk te veel op een negatieve campagne leggen. In dit geval niet zozeer omdat de anderen geviseerd zouden worden, maar wel omdat het nog individualistischer zou worden. Je hebt er als kandidaat vooral baat bij om je eigen succes te voorzien, wat dan met je programma en je interne cohesie? Met het bont stemmen kan je dan weer wel preferentiële coalities aanduiden. Alleen is de vraag of als het in ’76 al zo weinig werd gebruikt, of het anno 2018 zoveel meer succes zou hebbeb.

In sommige landen, zoals Ierland, heb je ook een alternatief systeem, waarbij je kandidaten moet sorteren op wenselijkheid, de zogenaamde enkelvoudige overdraagbare stem. Je geeft aan wie je eerste keuze is, je tweede, je derde, etc. Iedere kandidaat die de kiesdrempel heeft gehaald wordt verkozen. Het surplus van deze kandidaat wordt dan verdeeld over diegenen die de kiesdrempel niet haalden maar als “volgende in rang” werd aangeduid onder diens kiezers. Als op deze manier niemand het quota haalt, valt de persoon met de minste stemmen af. Diens stemmen worden dan opnieuw verdeeld volgens de rangorde. Dit gaat verder tot alle zetels verdeeld zijn. Dit is een interessant systeem, omdat dit rekening houdt met coalities. Maar het kan enkel wanneer je op kandidaten moet stemmen en niet op lijsten. Ook is het daardoor minder tot niet geschikt in een lokale context.

In Duitsland hanteren ze dan weer een systeem met twee stemmen voor de Bondsdagverkiezingen (dit is ook bijvoorbeeld het geval in Nieuw-Zeeland). Met de Erststimme stem je op een kandidaat. Wie uit die lijst het hoogst aantal stemmen haalt heeft de zetel. Met de Zweitstimme stem je op partijlijsten. Op basis van de Zweitstimmen wordt gekeken wie 5% haalt of ten minste drie zetels heeft op basis van de Erststimme. Er wordt dan gekeken op basis van de lijststemmen gekeken op hoeveel zetels een partij in een regio recht heeft en gekeken hoeveel deze er al hebben via de directe stemmen. Heeft partij A recht op 20 zetels en ze hebben er via de stemmen op de kandidaten al 15, dan krijgen ze er nog 5 bij en wordt gekeken wie op de lijst nog geen zetel heeft. Hebben ze er recht op 15 en hebben ze er 20 veroverd, dan behouden ze deze. Dit is het fenomeen van de zogenaamde Überhangmandate. En ook dat is niet wenselijk, want dan kan je eindigen met meer zetels dan je eigenlijk recht op hebt. Je kan dit wel (al dan niet proportioneel aanpassen). Maar het is ook nog eens vrij complex en ook dit is geen systeem dat je op het lokale niveau kan toepassen.

Werken aan het huidig systeem?

In mijn naïviteit geloof ik dat de sleutel wel in handen ligt van de lokale democratie en de lokale politici. Ik schreef in een andere blogpost dat politici sociale media (en dus directe communicatie) niet gebruikt om het publiek meer politiek te maken, maar dat daardoor de politiek vooral populistisch is geworden. Een systeem van inspraak en participatie vereist politici met goede intenties en burgers die zich willen en kunnen informeren over bepaalde zaken in het beleid. Dat vertrekt op dit moment waarschijnlijk van eenzelfde utopisch denken als een systeem met voor- en tegenstemmen, maar lijkt mij werkbaarder om als lokale beleidsploeg uit te proberen én is ook een positiever alternatief.

Het vergt een directer engagement van zowel de politici als van de burgers, maar als democratie, inspraak en samenwerking op lokaal vlak een verloren zaak zijn, dan is pessimisme meer dan terecht voor de hogere niveaus. En als veel mensen afhaken dan is het complexer make van het kiessysteem misschien ook niet meteen de beste oplossing. Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen schreef ik al een stukje over hoe lokale verkiezingen op vele plekken nog de schoonheid van de politiek en het politieke engagement toont, zelfs los van de mechanismen van coalitievormingen.

Lokale politici kunnen zich meer permitteren om over de partijgrenzen heen samen te werken voor het algemeen belang en vanuit de oprechte bekommernis om een stad of gemeente beter en aangenamer maken. Moesten alle mensen die die bekommernis delen maar door wat er zich op Vlaams en federaal niveau afspeelt politiek moe en cynisch voelen, die drang dat het anders kan en moet vertalen in een lokaal engagement, binnen en buiten de partijen, dan zouden we misschien niet moeten nadenken over een alternatief voor het huidige verkiezingssysteem, want dan is het ook maar een systeem dat de lijnen uitzet en waarop zes jaar lang door verkozenen en burgers aan wordt gewerkt. Je krijgt dan misschien een ander soort engagement en andere mensen die zich engageren op lijsten. En omdat het van onderuit democratischer wordt, gaan ook de politici aan de top op een andere manier benaderd worden en zich anders gedragen. Utopisch? Misschien. Maar dan heb ik er liever eentje die vertrekt vanuit het positieve.

Advertenties
Geplaatst in Hersenspinsels, Politiek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Leve de lokale verkiezingen!

De lokale verkiezingen in 2012 gingen aan mij voorbij. Ik woonde nog maar net in Halle en moest dus nog in het exotische Zemst stem, waar ik niet meer woonde. Ik kon wegen op het beleid van de gemeente waar ik niet meer zou zijn, en moest nog even wachten om mij democratisch te mengen in mijn nieuwe thuis, die toen allesbehalve als een thuis aanvoelde. De coalitie Pieters de zoveelste, een samenwerking tussen CD&V, Open VLD en sp.a die ondanks het feit dat N-VA de grootste was op de avond van de verkiezingen werd beklonken, valt dus bijna volledig samen met mijn tijd hier in Halle.

Ik heb inmiddels Halle omarmd en de stad zien verbeteren en verslechteren, soms vloekend over zaken die nu eenmaal niet veranderd kunnen worden, vaak foeterend op zaken die wel anders zouden kunnen zijn. Dat volledig steken op de politieke partijen is al te makkelijk. De Hallenaar is een speciaal type mens, en hij (en zij) heeft nogal vaak een hechte band met de auto. Soms zeg ik als boetade dat een Hallenaar zijn auto neemt om naar de buren te gaan. Misschien trek ik het op flessen, maar ergens klopt het wel.

Zes jaar na mijn aankomst als arbeidsmigrant heb ik de stad zien evolueren en dankzij de verkiezingen, die morgen worden beslecht, heb ik mij nog eens gerealiseerd hoe passief je eigenlijk kan omgaan met zaken die je leven beïnvloeden. De campagne zelf vond ik eerder zwak. Ik ben waarschijnlijk abnormaal geïnteresseerd in programma’s en dergelijke, maar de meeste partijen staken niet al te veel werk in hun programma en pakten liever uit met diverse flyers waarin kandidaten kort of met een slogan werden voorgesteld. Je moet de lokale kiezer natuurlijk niet overladen met te technische standpunten en inzichten, maar een blanco cheque geef je ook niet meteen graag.

Ik heb mij ook gestort op de lokale debatten, drie in totaal. Het eerste ging over mobilitiet en vertrok vanuit de Fietsersbond, voor mij en voor vele Hallenaren ongetwijfeld het belangrijkste thema. Het tweede werd georganiseerd door de scholieren van het Heilig Hart College en het derde ging gisteren door, een initiatief van Radio Victoria, met alle lijsttrekkers (behalve Union Francophone) met een moderator die duidelijk geïnformeerd was en prangende vragen stelde. Drie verschillende soorten debatten, maar drie heel mooie initiatieven.

Uit de drie debatten bleek dat de dossierkennis van de lijsttrekkers van de meerderheid veel sterker is dan deze van de oppositie en zeker van de goedbedoelende burgerinitiateven. Dat is niet verbazingwekkend, maar het toont wel aan dat het  buikgevoel dat de meerderheid maar wat doet ook niet altijd klopt. Achter elke verzuchting zit wel een argument, en deze zijn niet altijd zo makkelijk te weerleggen. Het water tussen meerderheid en een stuk van de oppositie is ook niet zo diep. Groen doet het op enthousiasme en met humor en het wegvallen van Demesmaeker kan voor N-VA misschien wel een zegen zijn. OCMW-raadslid Jeroen Hofmans gaf steeds een degelijke en constructieve indruk. Maar het is duidelijk dat CD&V, sp.a en Open VLD graag gewoon verder zouden doen. En het zou niemand verbazen moest Dirk Pieters halfweg de fakkel doorgeven aan de jonge, daadkrachtige en dynamische Dieuwertje Poté.

Er doen ook twee burgerpartijen mee. Ik heb altijd sympathie voor burgerinitiatieven maar het ene is waarschijnlijk te weinig gestructureerd en het andere te veel. Burgers voor burgers is een initiatief dat vooral vanuit het buikgevoel spreekt, terwijl Halle 2019 alles wil laten vertrekken vanuit het laten heropleven van de traditionele winkelkern, daarmee vergetend dat tussen droom en daad werkelijkheid staat. Het bewijst ook dat wie gemeentepolitiek serieus neemt zich echt moet verdiepen in complexe dossiers. Het is niet omdat het lokaal is dat het eenvoudiger zou zijn. Integendeel.

Halle is op zes jaar gegroeid. Je kan je dan afvragen wat eerst kwam. De kip of het ei, de bevolkingstoename of de toename (of wildgroei) aan bouwprojecten en appartementen. Het uitputten van de mogelijkheden is een terechte visie, maar dan moeten plaatsen in de kinderopvang en het onderwijs meestijgen, waar er nu tekorten zijn. Dan moet de infrastructuur zich aanpassen, wat nu ook niet het geval is. En dan moet de betaalbaarheid nog meer afgedwongen worden. Want de nieuwe appartementen en woningen zijn zeer kostelijk of worden tegen een hoge huurprijs verhuurd. Daarmee hou je niet de jeugd in je stad.

Onveiligheid is, zoals op zovele plekken ook een thema, waarbij terecht wordt gewezen op het feit dat het feitelijk veiliger is geworden. De vraag is dan hoe ver je meegaat in het verhaal van het subjectieve gevoel van onveiligheid, dat vaak, laat ons eerlijk zijn, voortkomt uit groepjes jongeren die samen lawaai maken. Als Halle een kindvriendelijke stad wil zijn, dan moet het ook aanvaarden dat jongeren luid en wild zijn en niet meegaan in het idee dat bepaalde jongeren wel mogen samenscholen en anderen het veiligheidsgevoel aantasten. Het siert Groen dat zij niet de heil zoeken in camera’s, de spreekwoordelijke kanonnen die dienen om op muggen te schieten. Privacy is dan wel iets dat op bovenlokaal niveau en masse wordt geschonden door allerlei nieuwe maatregelen, maar het lokale kan er wel al dan niet een schepje bovenop doen. Als meerderheid zou ik eerder mijn moeite steken in het verbeteren van de sociale cohesie en het gemeenschapsgevoel, een misschien wollige maar wel doeltreffende manier om je stad leefbaarder en aangenamer te maken en ook het subjectieve onveiligheidsgevoel aan te pakken.

Maar los van deze specifieke thema’s kan ik afsluiten met een algemene beschouwing over lokale democratie, waar vaak nogal lacherig over wordt gedaan, ook soms door mij. Neen, het is allemaal niet zo professioneel. Ja, het is vaak houterig. Neen, de dossierkennis is niet altijd even perfect. Maar er wordt wel meer gerealiseerd, zonder medewerkers en kabinetten, zonder grote budgetten, zonder grote verklaringen en zonder ideologische starheid. En het deed mij ook realiseren dat elke kandidaat die zich engageert, of het nu is om burgemeester te worden of om in de luwte steun te bieden aan een project respect verdient, van Groen tot Vlaams Belang.

Uiteindelijk willen deze mensen dat de stad vooruitgaat, en ook al zijn er fundamentele verschillen, er is ook meer bereidheid tot samen te werken en meer bereidheid om toe te geven dat de meerderheid ook goede zaken realiseert. Op het lokale kunnen meerderheid en oppositie samenwerken, flexibel en zonder dat dit aanzien wordt als kazakkendraaierij. De lokale politicus is meestal geen beroepspoliticus en dat moeten we volop toejuichen. Want het apolitieke dat ook veel gemeenteraadsverkiezingen zullen doorspekken is het gevolg van de spelletjes op regionaal en federaal niveau, het gemediatiseerde circus van de oneliners en het moddergooien. Natuurlijk, hoe hoger je gaat, hoe meer ideologie een rol zal en moet spelen. Maar die beroepspolitici kunnen wel veel leren van hun collega’s op lokaal niveau, en dan vooral die wens om de steden en gemeenten gewoon beter te maken, weg van marketing en communicatie, schone schijn en carrières. Leve de lokale democratie!

 

Geplaatst in Politiek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Angst als metgezel

Voor ik aan de eigenlijke blog begin een kleine disclaimer. Ik heb altijd de functie van persoonlijke en openhartige blogs begrepen, maar heb zelf nooit de noodzaak gevoeld er (eentje) te schrijven, waarschijnlijk omdat ik niet echt iets had dat op dat vlak waardevol kon zijn en de gemiddelde dagboekpassage zou overstijgen. Het is pas door te ervaren wat ik de voorbije maanden intensief heb ervaren, dat ik doorheb hoezeer het niet alleen waardevol kan zijn als “therapie” maar vooral dat het ook hele steun kan zijn voor mensen die zich erin herkennen.

Niet zozeer om hen ertoe aan te zetten zich ook te “outen”, maar gewoon als troost. Of om voor een moment van kalmte te zorgen. Ikzelf heb de voorbije vier maanden vaak persoonlijke getuigenissen gelezen en zelfs gespecialiseerde fora afgeschuimd ( ja, die bestaan), niet alleen voor tips, maar ook gewoon omdat de herkenbaarheid mij kalmte en troost bracht op momenten dat ik daar nood aan had. Het is zeker niet de bedoeling om sympathie op te wekken of aandacht te zoeken, integendeel. Het is wat het is en het is niet iets om trots op te zijn of schaamte over te voelen. Ik hoop wel van harte dat het anderen wat rust, hoop, inzicht of motivatie kan schenken. Tot daar de kleine disclaimer.

De ontploffing

De aanleiding, en de reden waarom deze blogpost er uiteindelijk gekomen is, vond plaats in de nacht van 22 op 23 mei. Ik werd wakker met een stekende pijn in mijn long. Ik was die avond met een vriendin naar Shame in Botanique geweest, een concert waar de bassen en drums redelijk luid en hard bonkten. Omwille van erfelijke belasting in de familie was mijn eerste idee dat ik een klaplong had. Die nacht sliep ik nog amper tot niet, zoals ik eigenlijk ook de weken daarvoor had gedaan (of niet gedaan). Om een klein beetje (mentale) rust te vinden, ben ik de volgende ochtend naar de dokter gegaan, die mij geruststelde dat er niets aan de hand was. Helaas was dat nog maar het begin.

De weken daarna volgde de ene hypochondrische gedachte na de andere. De gekste dingen passeerden de revue, naast enkele vaste klanten die mij om de zoveel tijd tergden. Hersentumor (een klassieker), darmkanker (nog een andere klassieker), maar even goed een liesbreuk, een gescheurd netvlies, een evenwichtsstoornis en een zeldzame oorziekte. Ervaring heeft mij gelukkig al geleerd om dan niet naar dokter Google te gaan, maar op zo’n momenten heb ik de slechtste en meest gruwelijke dokter ter wereld niet nodig om ervan overtuigd te zijn dat mijn irrationele gedachten correct zijn en mijn symptomen sowieso wijzen op de ergste ziekte, met paniekaanvallen en nog meer rust- en slapeloze nachten tot gevolg. Dat culmineerde in de moeder der aanvallen op 5 juni, waarbij ik voor de volle 100% overtuigd was dat ik  een hartinfarct kreeg en ik ging sterven.

Deze gedachten, met bijhorende paniek, waren niet nieuw. Ze kwamen en gingen al sinds jaren en jaren, maar werden meestal genegeerd, in het beste geval, en in het slechtste geval gedragen als een kruis. De gedachten zijn niet altijd medisch van aard. Vaak gaat het over worst case scenario’s, situaties die in se zelfs niet bedreigend moeten zijn, maar die wel een mogelijke uitkomst in zich dragen die mijn leven op zijn kop zou zetten. En eens ze in je hoofd nestelen, zijn ze nog maar moeilijk weg te werken. Een autorit naar de Ardennen resulteert in een “Ik ga 100% zeker verongelukken”, een wandelvakantie in een “Ik ga 100% zeker van een berg vallen en te pletter storten” of een concert in een “Ja, er gaat hier een aanslag gepleegd worden want British Sea Power/Interpol/Franz Ferdinand zijn bandnamen die terroristen kunnen triggeren.” Maar even goed minder definitieve zaken als “Ze gaan mijn vuilniszakken niet meenemen”, “iemand gaat in de fitness met mijn kledij gaan lopen” of “Ik ga geen parkeerplaats vinden en rond moeten rijden en dan ga ik een paniekaanval krijgen en ergens tegen botsen.” En omdat je zelf aanvoelt dat het geen rationele gedachten zijn, houd je ze 9/10 voor jezelf. Waardoor je alles vanbinnen opkropt en je hersenen vrij spel krijgen om de angstgevoelens en masse af te blijven vuren.

Ik bleef ondanks dit alles werken, maar moest ongeveer drie weken later de handdoek (even) werpen, na een paniekaanval tijdens een vergadering, alwaar ik vanbinnen op springen stond maar aan de buitenzijde niets kon of wou tonen. Het was ook na deze eerste (en zwaarste) crash dat ik aan mijn vriendin, familie en diensthoofd vertelde wat er echt gaande was, wat meer was dan gewoon het gepieker en de stress van alle dag. Dat was meteen de eerste, goede stap om het aan te pakken, maar daardoor leek ook alles waar ik al veel langer mee worstelde op mij af te komen, alsof de dam gebroken was. Na mijn week rust, werkte ik opnieuw nog enkele weken, continu angstig of bang om angstig te worden, continu in een strijd met mijn gedachten. Daarna was het, alle goede intenties, echt op.

De schone schijn ophouden is vermoeiend. Zeker als je op het werk sterk en beheerst moet (of denkt te moeten) zijn. Als je dan plotseling een paniekaanval krijgt middenin een vergadering of presentatie, vergt het ontzettend veel energie om niet gewoon in mekaar te krimpen. Maar het kan je even goed overvallen op straat, in de supermarkt, in een restaurant, in je auto… Niets tonen haalt je energiepeil compleet naar beneden, maar je continue gedachten houden je ondanks de vermoeidheid wakker. En dus werd mijn nog wat rust voorgeschreven, met daar aansluitend mijn verlof, zodat ik voldoende tijd had om te recupereren.

Het wat

Iedereen ervaart een angststoornis anders. Voor een uitgebreide en algemene wat, met alle verschillende uitingsvormen en categorieën, verwijs ik graag naar de blogpost van mijn zus, die dat beter uitlegt dan ik. Het is wel belangrijk om te zeggen dat 1 op 8 mensen op een jaar te maken krijgt met een angststoornis, in verschillende vormen en intensiteiten. In de VS gaat het over maar liefst 40 miljoen mensen (+- 18%). Ondanks dit alles blijft het moeilijk om er over te praten of voor uit te komen. Niet iedereen zoekt hulp. Het mentale welzijn blijft in de taboesfeer zitten, vaak omdat er nog met onbegrip of zelfs hoon wordt over gepraat, alsof het louter een kwestie is van aandacht zoeken of wat meer je best doen, of wat meer te glimlachen en te genieten. Er zijn veel mensen die in stilte lijden en/of aan zelfmedicatie (alcohol, pillen,…) doen. In ieder geval is elke stoornis anders. Ik kan enkel zeggen hoe het zich bij mij manifesteert.

Mentaal gaat het vooral over de hierboven beschreven worst case scenario-gedachten. In het Engels hebben ze hiervoor de term catastrophising bedacht. Het kan best omschreven worden als piekeren². Je ziet alle mogelijke uitkomsten, focust op de slechtste, wordt er 100% van overtuigd dat het gaat gebeuren, ziet de gevolgen van die situaties en begint te panikeren. Je brein maakt geen onderscheid tussen gebeurtenissen die echt en nu gebeuren en gebeurtenissen die misschien en later kunnen gebeuren. Je brein houdt ook geen rekening met probabiliteit. Het is niet omdat iets heel onwaarschijnlijk is, dat het niet kan gebeuren. Op dat moment denk je aan de man die twee keer een atoombom heeft overleefd of die andere man die al 27 keer door de bliksem werd getroffen.

Naast de medische aanleiding en de worst case scenario’s zijn er (bij mij) nog een derde en vierde mogelijkheid. Soms duiken de paniekaanvallen of de angstgevoelens op voor (schijnbaar) geen enkele reden. Je wandelt op straat en plots voel je het aankomen. Van het ene moment lijken je organen om te keren, begint je hart te bonken, word je draaiierig, slap en begin je te zweten. Dit kan door verschillende triggers komen zoals vermoeidheid en/of drukte.

De vierde verschijningsvorm is de metapaniekaanval. Je vreest dat je op een belangrijk moment (een vergadering, op het vliegtuig, terwijl je aan het speechen bent,…) een paniekaanval gaat krijgen en dus krijg je een paniekaanval omdat je panikeert over de mogelijke paniekaanval. Het is op zo’n momenten dat het gevoel opduikt dat je in een spiraal zit waar je maar niet uitgeraakt. Heel wat mensen met paniek- of angststoornis vrezen dan ook dat ze gek zijn of gek gaan worden.

Bij een gegeneraliseerde angststoornis kan de angst latent aanwezig zijn, en gaat het soms met pieken en dalen, of je je er bewust van bent, probeert aan te werken of niet. Ik had er bepaalde maanden weinig tot geen last van, behalve enkele rare kronkels die sommige vrienden liefkozend mijn autitrekjes noemen, vaak vanuit een controledrang. Sommige worst case scenario’s komen zo frequent voor dat ik er zelfs geen paniekaanval meer door kreeg. Andere momenten brak het zo hard uit dat het overheersend was en ik niet anders kon dan continu paniek te voelen, dat meestal enkel delend met mijn vriendin.

Maar dat wil nog niet zeggen dat je voor jezelf toegeeft dat het fundamenteler is dan een losstaand “slecht moment” of “een lastige week”. Het probleem is dat het vaak nogal snel wordt weggewoven of misbegrepen, ook door jezelf, als stress of vermoeidheid of een slechte dag of week of zelfs aanstellerij. Ik probeer er nu wat open over te zijn, wat niet altijd makkelijk is, en je merkt ook bij mensen dat een angststoornis nog steeds als iets vreemder en minder behapbaar wordt gezien dan pakweg een depressie of een burn out. Minder druk maken, loslaten, etc. Allemaal gouden tips, maar je brein is nu eenmaal op een bepaalde manier geconfigureerd. Al begrijp ik dat mensen het iets geks vinden.

Het is voor buitenstaanders vaag als je zegt dat je zwaar aan het panikeren bent en niet goed weet waarom, of als je je hersenkronkels openbaart, waarvan je zelf wel weet dat ze irrationeel zijn, maar waarvan je je brein niet kunt overtuigen. Voor mij is de extra moeilijkheid, en dit is voor heel wat mensen zo, dat wat mijn brein zo sterk maakt in het dagelijkse en professionele leven, ook datgene is wat mijn angst zo versterkt. Ik weet altijd de argumenten te sussen die mij kunnen geruststellen en tegenargumenten te geven om mijn doemscenario’s te stofferen. Ik vergelijk het soms wel eens met schaken met je eigen hersenen.

De remedie

Het slechte nieuws. Er is niet een remedie. Het goede nieuws. Er zijn verschillende remedies. Iemand die last heeft van een angststoornis zal dus de tijd (en rust) moeten nemen om te ondervinden hoe enerzijds de gedachten en anderzijds de symptomen te verhelpen of te verzachten. Opnieuw, ik kan enkel meegeven wat voor mij helpt. Ik had het gevoel dat zelfs tijdens deze zware episodes ik nog de draagkracht had om het zonder medicatie te tackelen, of toch een poging te wagen, zodat ik eraan kon werken terwijl ik de angstgevoelens en bijhorende sensaties ervaarde. Dat is niet voor iedereen de beste oplossing. Soms is medicatie echt nodig. De samenspraak met de mensen die je begeleiden is hierin cruciaal, ook wat betreft de dosis en zeker wat betreft het afbouwen.

In mijn geval ga ik sinds enkele maanden naar een psychologe voor cognitieve gedragstherapie. Dat is soms een lastige maar uiterst boeiende reis en het is ook fijn om met een “neutraal” iemand over je problemen te praten, want soms krijg je al eens het gevoel dat je het je omgeving lastig maakt door te delen en te ventileren (wat doorgaans niet zo is, maar je hebt wel de schuldgevoelens). Samen met haar zoek ik naar patronen, triggers, handvaten en structuur. Structuur is ook iets heel belangrijk, omdat een groot deel van de stress en vermoeidheid komt door mijn dubieuze omgang met controle, of vooral het gebrek eraan. Dat is bijvoorbeeld ook de reden waarom ik nooit paniekaanvallen heb gehad tijdens de studententijd/examenperiodes, iets wat bij veel mensen net een gevaarijke periode is. Ik kende de leerstof voldoende om het gevoel te hebben de situatie onder controle te hebben. Hoe meer factoren van onzekerheid of gebrek aan structuur, hoe groter de kans dat het misloopt, zeker in combinatie met een lat die door mezelf (te) hoog wordt gelegd.

Daarnaast ben ik vooral op zoek gegaan naar zaken die én mijn triggers (stress, vermoeidheid en vele (onverwachte) prikkels) kunnen kanaliseren én de symptomen en mijn gedachten kunnen counteren. Ik ben uitgekomen bij beweging. De rust van het wandelen kende ik al, maar sinds kort ben ik ook begonnen met fitnessen. De afwisseling en fysieke inspanning maakt dat ik negatieve gevoelens kan verbannen en geeft mij ook het gevoel dat ik zowel fysiek als mentaal sterker sta. Het is ook goed om mijn ademhaling te leren controleren, wat helpt tegen hyperventiliatieaanvallen. Het is ook geen wondermiddel, maar kan wel structureel bijdragen aan een beter gevoel.

’s Avonds probeer ik schermen (zeker smartphones en laptops) te beperken, wat niet altijd makkelijk is. Lezen is een betere bezigheid. Als ik te moe ben om te lezen, teken ik. Ook kleuren heeft een louterend effect. Sinds kort ben ik ook opnieuw beginnen te schrijven.  Ik had al van in het begin een schriftje waar ik naar kan teruggrijpen als het minder goed gaat, om zaken te herkennen of successen te erkennen. Maar ook “recreatief” schrijven kan je helpen te focussen op iets anders. Mindfulness of meditatie kunnen ook helpen, maar voor mij is dit minder evident om op die momenten te gebruiken. Oh, en ik drink minder tot geen koffie meer, want caffeïne kan je missen als de pest wanneer je gedachten en je hart beginnen te razen.

Omdat ik de triggers wat meer onder controle heb en zicht heb op welke deze vooral zijn, kan ik ook de gedachten beter counteren of wanneer de symptomen opduiken deze beter een plaats geven. Het feit dat ik nu meer in het reine ben met die kant, het zelf beter begrijp en dat anderen het ook weten, maakt ook dat ik er rustiger onder blijf. Het niet moeten verbergen, is bevrijdend, wat niet onlogisch is. En dat is dan ook het absolute advies. Blijf er niet mee zitten. Praat erover met je partner, je vrienden, familie, huisarts en/of zet de stap naar professionele hulp. Dat is geen evidentie, maar de wereld ervaren vanuit je verkrampte brein is nog erger.

Zeker als de zwaarste paniek af en toe opduikt en je met de latente angst leert leven, is de verleiding groot om het gewoon met je mee te dragen. Maar vanbinnen blijft er iets opbouwen, dat op een gegeven moment zo groot kan worden, dat het niet meer te dragen is. Het is dus beter om er geen jaren mee te blijven lopen, maar het, zoals het modewoord wilt, te benoemen en er mee aan de slag te gaan. Niet te ontkennen, maar te aanvaarden (ha, toch een beetje mindfulness dan).

Zorg voor jezelf, wees niet te hard, schaam je niet en probeer te aanvaarden dat dat een deel van jezelf is, waar je ook positieve dingen uit kunt halen, hoe moeilijk het ook soms is om dat in te zien op het moment dat je er middenin zit. Laat het je ook niet definiëren. Forceer je niet om zaken te doen die je echt niet wilt, maar probeer wel om niet te veel te laten schieten. Je gedachten zijn gedachten en geen werkelijkheid, je angststoornis is een deel van jezelf dat je best niet aan het stuur laat draaien. Het leven is niet altijd rooskleurig en perfectie bestaat niet.

Maar los van alle tips en handvaten is er maar een die echt telt: blijf er vooral niet alleen mee zitten.

 

 

 

 

 

Geplaatst in Hersenspinsels, Of mice and men | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

John Minton: Kloppend hart van Soho, melancholische ziel

Image result for John Minton

Soms heeft iemand maar een blik nodig om geïntrigeerd te geraken door iets of iemand en soms kan die persoon dat dan zo overbrengen, dat het spontane enthousiasme wordt overgezet op iemand anders. Dat is min of meer het verhaal van Mark Gatiss, acteur en scenarioschrijver, die als jonge man een zelfportet van John Minton zag in de National Portrait Gallery en op slag verkocht was. Hij maakte zoveel jaren later een documentaire voor BBC Four, omdat Minton vergeten dreigt te worden tussen de andere grote namen van het Britse kunstenaarslandschap na ’45. Toegegeven, ik kende hem ook niet. Maar ik herkende wel de melancholie in de ogen die Gatiss zo had aangetrokken. Nochtans was Minton in zijn tijd het kloppende hart en de bruisende glimlach van het naoorlogse Soho. Achter de façade schuilde echter een getroebleerde ziel.

Related image

Zelfportret

Minton is niet vast te pinnen op een stijl of thematiek, maar zijn zoektocht naar nieuwe impulsen liep langs verscheidene paden en paletten. Tijdens en vlak na de tweede wereldoorlog schilderde hij donkere impressies van het verwoeste Londen, maar hij maakte eveneens portretten (vaak van jonge mannen, acteurs en studenten) en kleurrijke impressies van dorpen in de Middelandse Zee en later ook in de Caraïben. Soms werkte hij met vage impressies en wispelturige lijnen, soms met donkere, strakke contouren. De veelzijdigheid van de kunstenaar lag in het verlengde van zijn eigen duale persoonlijkheid.

Related image

The desolate stage

Image result for John Minton

Portret van Neville Wallis

Die dualiteit wordt nog eens versterkt door het feit dat hij zowel een gerespecteerd kunstenaar was, als dat hij heel wat werk als illustrator deed. Dit onder andere voor het receptenboek van Elizabeth David A Book of Mediterranean Food, een boek dat heel populair was toen het gepubliceerd werd in 1950 en de Britse keuken mee transformeerde, onder andere door het mainstream maken van onder andere spaghetti.  Hij illustreerde even goed voor reisboeken en romans. Zeker in die tijd was dat geen evidentie om je als academische kunstenaar op het commerciële pad te wagen.

book jacket with bright coloured exterior scene of Mediterranean seafront

Minton als illustrator

Related image

Corsica in Time was away van Alan Ross

Minton was, zoals reeds gezegd de spilfiguur in de kunstkringen van het naoorlogse Soho, met onder andere ook Lucian Freud en Francis Bacon als aanwezigen. Zij genieten vandaag echter een grotere status, terwijl Minton eerder in de vergetelheid geraakte. Hij was continu op zoek naar nieuwe uitingsvormen, maar zag geen soelaas in de richting waarin de kunst vanaf de jaren 50 evolueerde, naar het abstracte en het experimentele, zoals de action painting van Jackson Pollock. Minton verzette zich en greep terug naar klassiekere thema’s, en probeerde zo om om connectie te vinden met de meer terughoudende academische kunstkringen. Als lesgever bij de Royal College of Art moest hij ook nog eens constateren hoe zijn studenten zich meer en meer van zijn visie afkeerden, aangetrokken door de nieuwe, moderne Amerikaanse kunst en hem conservatisme verweten.

Maar de immer vrolijke Minton was depressief en hoewel hij open was over zijn geaardheid, leefde hij in een Engeland waar dit nog strafbaar was. Dit hield hem niet tegen om in 1950 te antwoorden op een gepubliceerde lezersbrief van Marie Stopes, een voorstander van eugenetica die kwaad was dat The Listener, een magazine van de BBC, positief had geschreven over Alfred Douglas en diens invloed op zijn geliefde, Oscar Wilde. Minton verzette zich openlijk tegen de homofobische ideeën van Stopes.

Sir, In her letter concerning Wilde and Douglas it is indeed distressing that someone of Dr. Marie Stopes’ eminence should refer to Wilde’s homosexuality with such bigoted moral fervour. The enormous contribution made throughout history, particularly in the arts-to society by homosexuals should surely make for a more tolerant and sympathetic understanding than to refer with such scorn to Wilde’s ‘abnormal and filthy practices’. In this country where the same vicious law which imprisoned Wilde still operates one looks to those with pretensions to a scientific approach not to be victims of prejudice and intolerance but to give a lead for at least a saner and more comprehensive attitude towards the homosexual in society.
– Yours, etc. John Minton. London, N.W.8
 ‡

Naarmate de jaren 50 vorderden nam de depressie en alcoholversalving het meer en meer over, tot hij op 20 januari 1957 een overdosis slaappillen nam. Tegen zijn vrienden had hij gezegd dat hij het een vreselijk idee vond om 40 te worden. Een kennis had hij de avond ervoor een schilderij gegeven, waarin hij zichzelf afbeeldde met de dood die achter hem stond, profetisch en doelbewust, zo zou blijken. De oorzaak zal verscheiden en complex zijn, maar het gevoel dat zijn kunst plots werd weggezet als conservatief en oninteressant, zal zeker mee hebben gespeeld in de beslissing. John Minton is sowieso een interessant figuur, een schoolvoorbeeld van de getroebleerde kunstenaar die zijn demonen maar tot op een zekere hoogte kwijt kan in zijn kunst. Door zijn verscheidenheid kan hij echter bij bijna iedereen wel een snaar raken. En daarom is het inderdaad de moeite waard om hem van onder het stof te halen. Waarvoor dank, Mark Gatiss.

 

 

 

Geplaatst in Geschiedenis, Over cultuur en maatschappij | Tags: , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

De eenzame fietser

Fons Duchateau leert zijn dochter dat wie op de fiets kruipt een individuele verantwoordelijkheid heeft om niet omver gereden te worden. Dat klopt natuurlijk. Wie zonder licht in het donker rijdt of plots de andere kant uitzwenkt zonder zijn arm uit te steken brengt zichzelf in gevaar en kan naast zijn eigen leven ook dat  van een automobilist, hoe aandachtig die ook kijkt, om zeep helpen. De aanwezigheid van een bus of vrachtwagen moet automatisch een intern knipperlicht activeren. Alleen is er een klein voorzichtigheid dat aan zo’n uitspraak, toch als je behoort tot de politieke klasse, zou moeten voorafgaan, namelijk een kleine reflectie over het fietsbeleid met een degelijke en veilige fietsinfrastructuur.

Voor deze blogpost maak ik mij even schuldig aan anekdotiek, maar ervaring en conversaties met anderen leren mij dat ik niet een uitzonderlijk onfortuinlijk individu ben en dit wel degelijk een beeld is dat je van Antwerpen tot Zaventem en van Oostende tot Maaseik kunt transponeren, in mindere of meerdere mate natuurlijk. Maar in Halle is het vrij reëel.

Ik moet maar 5 km naar het werk fietsen, waarvan ongeveer 2 km via een aangenaam padje langs de spoorweg, waar geen auto te bespeuren valt. Dat wordt gecompenseerd in de drie andere kilometers. Als ik pech heb sta ik ’s morgens in mijn eigen straat (!) met mijn fiets (!!) mee in de file tussen de auto’s. Ik kan niet uitwijken, want er staat een verlichtingspaal op het voetpad, dus ik kan er niet door met mijn fiets, net zoals pakweg rolstoelgebruikers of mensen met een kinderwagen.

Eens ik mijn straat uit ben, kom ik in een chaos van auto’s, bussen, fietsers, voetgangers en de ocassionele vrachtwagen die, vertrouwend op zijn GPS, zichzelf in nesten werkt. Wanneer ouders hun kinderen afzetten aan de school, doen ze dat door te stoppen op de weg (in het beste geval) of door hun auto op het voetpad te parkeren (in het slechtste geval). Uit de andere richting komen er ook auto’s en bussen, die vaak de geparkeerde en stilstaande auto’s op enkele centimeters missen. Als fietser heb je op dat moment de keuze. Je blijft mee in file, je gaat op het voetpad of je steekt de auto’s langs links voorbij, met het gevaar dat je moeilijk terug kunt uitwijken als er een auto of bus aankomt.

Daarna steek ik de steenweg over (waar gelukkig wel lichten zijn) en sla ik af naar links, alwaar er drie paaltjes staan die continu worden omvergereden door automobilisten die hun bocht slecht inschatten. Fun fact, achter die paaltjes rijden de fietsers die uit de andere richting komen. ’s Avonds, als ik aan die kant moet rijden, knijp ik de billen dus automatisch toe, omdat ik weet hoeveel auto’s uit die bocht komen gevlogen. En met een beetje chance heeft zich ook nog iemand op het voetpad en suggestiestrook gepasseerd, waardoor je nog eens aan de verkeerde kant de bocht moet pakken. Je hebt geen pretpark nodig om je dagelijkse dosis adrenaline te krijgen.

Even later kom je terug de baan op en rij je op een fietspad van dertig centimeter, waardoor de automobilisten zelfs de halve meter die ze verplicht afstand moeten houden niet kunnen halen, zelfs al was het hun vurigste wens. Daarna is het via een rond punt op een brug, met afzonderlijk fietspad en zo naar het wegje naast het spoor, waar de enige kritiek is dat het te smal is voor twee fietsers of een fietser en een voetganger, maar soit. Op de schaal der dingen is dat detailkritiek. De laatste anderhalve kilometer is opnieuw op een baan zonder fietspad, waarbij je een drukke weg best via het zebrapad oversteekt, nog even tussen de auto’s van de mensen die hun kinderen naar school brengen moet manoeuvreren (opletten voor deuren die plots open gaan!) en daarna zijn de doodsangsten gedaan.

Dat is dan nog het luikje infrastructuur, want dat zou nog te doen zijn, moest je inderdaad niet ook de individuele verantwoordelijkheid en het gedrag van een significant deel van de autobestuurders hebben. Het grootste gevaar is het inhalen zonder voldoende afstand te laten, meestal omdat de chauffeur in kwestie te ongeduldig is en je toch nog wilt voorbijsteken, ook al komt er langs de andere kant een andere auto af. Andere klassiekers zijn het niet verlenen van de voorrang (want fietsers zijn geen auto’s), het niet afstaan van de voorrang wanneer ze achter een obstakel staan (vooral leuk als het regent. Je auto zou zo maar even 2 seconden langer nat worden niet waar) en doorrijden aan een oversteekplaats wanneer iemand anders zo vriendelijk is om te stoppen. Oh, en het consequent gebruiken van fiets- en voetpaden als parkeerplaats is ook niet fijn, zowel door particulieren als door leveranciers, bouwfirma’s en zelfs hulpverleners.

Zes jaar fietspendelaar zijn heeft ook een effect op mijn brein. Ik merk dat mijn linkerbeen met de jaren een automatisme heeft gekweekt waarbij het spontaan zijwaarts intrekt wanneer er een auto (snel) passeert. Dat zijn toch enkele centimeters gewonnen. Vanaf het donker wordt, draag ik een fluohesje, ik heb ook een fietshelm en mijn lichten werken steeds. Ik rem meestal af daar waar ik normaal gezien niet zou moeten remmen. Qua individuele verantwoordelijkheid nemen kan dat tellen. Maar als de infrastructuur en de mentaliteit van mensen die achter het stuur van een impliciet moordmachine zitten niet meewilt, dan kan je nog zo defensief rijden, elke dag kan je prijs hebben. Dat te snel rijden en dronken achter het stuur kruipen dan ook nog eens in het DNA van de Vlaming lijkt te zitten (ha), maakt het er niet beter/fijner/veiliger op.

De fietsdoden mogen dan gedaald zijn tussen 2006 en 2016, het aantal fietsletsels steeg met meer dan 25%. Er is dus, zeker in Halle maar ook in het grootste deel van Vlaanderen, nood aan een echt fietsbeleid, waarbij je als fietser zo vaak zo gescheiden mogelijk van het ander verkeer kunt fietsen, niet enkel tussen steden, op de zogenaamde fietsostrades, maar ook in de (kleine) steden en drukken wegen in dorpen. Dat met de elektronische fiets, en het groeiend aantal senioren dat hier gebruik van maakt, een extra uitdaging is ontstaan op vlak van fietsveiligheid, maakt de nood enkel groter.

Geen probleem dus met individuele verantwoordelijkheid, als de politieke verantwoordelijkheid ook wordt genomen. En om af te sluiten: Vaak hoor je dat mensen de fiets niet willen nemen, omdat het niet veilig is. Moest een meerderheid van die mensen voor een groot deel van de verplaatsingen dat wel doen, in plaats van te blijven vertrouwen op de veiligheid van hun auto, dan zouden we al een stapje dichter richting fietsparadijs zijn.

 

 

Geplaatst in Duurzaamheid en milieu, Over cultuur en maatschappij | Tags: , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Albumaanraders Q2

Cut Worms – Hollow Ground

Image result for Cut Worms Hollow ground

“Originaliteit is een negentiende eeuws concept” moet Max Clarke, de echte naam van Cut Worms, gedacht hebben toen hij Hollow Ground schreef. Het album, badend in de zonnige vrolijkheid van het beste wat de popmuziek van de jaren 60 te bieden heeft, is amper te onderscheiden van de vroege Beatles, The Hollies of The Byrds. Maar de ode/kopie is zo goed gedaan, dat het een laagdrempelige en leuke luistervaring wordt. Geen moeilijkheid of complexiteit, maar voer voor de nostalgici die niet genoeg kunnen krijgen van de Golden sixties.

Johnny Jewel – Themes from Television

Image result for Johnny Jewel themes for television

Johnny Jewel is een bezige bij. Vorig jaar bracht hij een solo-album en een half solo-album (met eigen nummers en bijdragen van zijn drie bands op) uit, dit jaar volgden al twee nieuwe albums en staat er nog eentje op het menu met zijn band Chromatics. Johnny Jewel vond een groter podium dankzij Twin Peaks: The Return, waar hij met Chromatics twee keer in The Roadhouse mocht optreden, en waar hij ook een deel van de soundtrack schreef. Een klein deeltje zo blijkt. Jewel schreef 20 uur muziek, waarvan hij ongeveer 5 uur aan David Lynch aanbood, die enkele minuten gebruikte, al werd Windswept wel gebruikt als het officieuze thema voor Dougie Jones. Nu heeft Jewel met Themes from Television een verzameling uitgebracht met muziek die de serie niet haalde. Fans van de nostalgische muziek, een moderne update van Badalamenti, en van Twin Peaks zullen zeker genieten van dit uurtje (pseudo)soundtrack.

Father John Misty – God’s Favorite Customer

Image result for god's favorite customer

Pure Comedy, Josh Tillmans vorige album, was iets tussen tragedie en farce. Father John Misty, het al dan niet uitvergrote narcistische en misantropische alter ego van Tillman, bekeek de wereld gedurende een uur en kwartier met scherpe blik. Het resultaat was een album met interessante ideeën maar een uitvoering zonder focus en wel heel zelfgericht. Dat laatste is niet veranderd op God’s Favorite Customer, maar ditmaal fileert Misty vooral zichzelf en, zo doen de teksten vermoeden, de diepe crisis waarin hij zich tijdens het schrijven van de plaat begon. De productie is kraakhelder, de melodieën zijn sterk en melancholisch en de teksten en stem van Tillman zijn ontegensprekelijk top. Dit keer heeft Tillman minder dan 40 minuten nodig om zijn verhaal te vertellen. Het komt de kwaliteit en de aandachtspanne enkel ten goede.

Gaz Coombes – World’s Strongest Man

Image result for world's strongest man gaz coombes

Gaz Coombes is de voormalige frontman van Supergrass, die met Matador al eerder een gesmaakt soloalbum uitbracht. World’s Strongest Man is nog net iets gebalanceerder en interessanter dan zijn eerste worp. De basis wordt steeds gelegd in sterke nummers die perfect in mekaar zitten, met refreinen die blijven hangen, maar waar toch voldoende ruimte is voor aanvullende of onverwachte muzikale elementen. Soms is het bluesy, zoals op de titeltrack, het snijdende In Waves of Walk the walk, soms is het ingetogen zoals in Shit (I’ve done it again) of The Oaks en Weird Dreams, waarbij je zelfs even het gevoel krijgt alsof je naar Kid A zit te luisteren. Het zegt iets over de veelzijdigheid van Coombes, die misschien niet de World’s Strongest Man is, maar wel een zeer sterk album kan presenteren.

Ray LaMontagne – Part of the light

Image result for Ray Lamontagne part

Op zijn vorige album Ouroboros flirtte Ray LaMontagne haast met Pink Floydiaanse progrock, maar de folkelementen bleven duidelijk aanwezig. Op Part of the Light nemen deze opnieuw de centrale plek in. Ray LaMontagnes geweldige stem nemen je meteen mee naar de periode waarbij folksongs dartelden en getuigden van ambitie. De echos van Ouroboros drijven wel nog af en toe opnieuw naar boven, zoals op Paper Man en As Black as Blood is Blue. Maar het is toch in de zweverige folk dat LaMontagne de luisteraar weet mee te nemen in een eigen verhaal en ervaring, zoals op afsluiter Goodbye Blue Sky, misschien toevallig genoemd naar een nummer op The Wall. In ieder geval blijft de singer-songwriter uit New Hampshire zorgen voor mooie, evenwichtige en interessante albums, waar je voldoende tijd moet nemen om ze te ontdekken en te appreciëren.

 

 

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Hansworst

What a time to be alive. Greenpeace start een campagne tegen marketing van ongezonde producten gericht op kinderen, met in de hoofdrol Maya de Bij, en plots zijn we nog maar even verwijderd van de #jesuissamsonworst. Liberale politici en andere telgen van het vrijheidsdenken struikelen over elkaar om duidelijk te maken dat het moet gedaan zijn met de betutteling. “Mag ik nog zelf kiezen wat ik in mijn mond steek?!” Tuurlijk, Gwendolyn. En de reactie van Studio 100 is ook begrijpelijk. Maar de herauten van het vrije woord zijn toch wel heel erg snel op de tenen getrapt.

Dat de campagne van Greenpeace vormelijk erover was, daar is nog wel iets voor te zeggen. Maar inhoudelijk is er wel een punt. Net zoals het massaal gebruik van auto’s problemen veroorzaakt, roken ongezond is, kachels vervuilend zijn, etc. etc. Wil dat zeggen dat er een klopjacht moet georganiseerd worden om automobilisten die roken met een kachel bij mekaar te vegen en op te sluiten? Natuurlijk niet. Maar vinden dat een sensibiliseringscampagne, waarbij gewezen wordt op de onwenselijke effecten van voeding of gedrag, de vrije mening en de vrijheid aantast, is ook van een triest niveau. (Maar iedereen is vrij om te overreageren, natuurlijk). Je kan nog altijd samsonworst kopen en zelfs eten zonder dat de Stasi aan je deur staat, hoor.

Los van het feit dat je het inhoudelijk niet eens kan zijn, is het op zich ook vreemd dat er zoveel spel wordt gemaakt over dit soort campagnes, onderzoeken en acties. Is het niet net de functie van een politiek en maatschappelijk debat om tot een consensus te komen over wat wenselijk en onwenselijk is? Zijn belastingen er niet net om zaken die we willen afraden onaantrekkelijker te maken? Zeker als daar ook nog eens gezondheidsvoordelen aan vasthangen. Want een partij die een afweging zou maken over welke senior nog een kunstheup verdient, vindt het blijkbaar betutteling als je op preventieve gezondheidszorg inzet. Het is een beter alternatief dan pakweg verzekeringen en sociale zekerheidsuitkeringen te gaan koppelen aan het gedrag van mensen, wat ettelijke keren onwenselijker, ingrijpender en minder vrijblijvend is.

Maar de samsonworstrel (“worst-rel”, niet “wortel”) legt vooral bloot hoezeer mensen zich graag geviseerd voelen. Bij de minste scheet hoor je wel dat onze vrijheid onder druk staat, vanuit een (politieke) hoek waar men graag uw energieverbruik meet, uw DNA zou hebben, uw sociale media screent om te zien of je als werkloze niet zit te lanterfanten en u in de gaten zou willen houden met camera’s met gezichtsherkenning. Uw vrijheid stopt waar psuedo-veiligheid begint. Het zijn vaak mensen die onder het mom van “Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen” dit soort zinloze en buitensporige maatregelen aanmoedigt, maar moord en brand schreeuwt als er eens gezegd wordt dat je beter wat kan opletten met chips en taartjes (aldus een chipsverslaafde).

Onze vrijheid staat wel degelijk onder druk, maar niet omdat een NGO een agenda wil doordrukken om ons het leven zuur te maken. Er bestaat zoiets als voortschrijdend inzicht. Als dingen ongezond zijn, dan mag dat gezegd worden. Als dingen ongezond zijn, dan mag een overheid ingrijpen om dat af te raden. Als dingen niet gevaarlijk zijn voor de algehele volksgezondheid, dan zal dat afgeraden worden maar niet verboden. Het valt dus wel mee met die beperking van vrijheid. Zeker als je geen werkloze of OCMW-cliënt bent. Maar iedereen is vrij om er het zijne van te denken.

Vrijheid is een relatief begrip, en voor wie zich aangevallen en onder druk gezet voelt, zijn dit soort fait divers (op de schaal der dingen) welgekomen om zich in een slachtofferrol te wentelen. Je kan dit koppelen aan een links complot waarbij men iedereen naar sovjetachtige eenheidsworst wil duwen, maar wie al eens naar de supermarkt gaat en gemiddeld 5 minuten in de haren krabt omdat er opnieuw een lekkere chipsvariant is toegevoegd aan de duizend bestaande soorten, weet dat we nog steeds naar hartenlust mogen ongezond zijn. Maar als er een vrijheid bestaat om als mens of organisatie te zeggen wat je onwenselijk vindt voor een kind of maatschappij, dan bestaat er ook een vrijheid om dat al te makkelijk weg te wuiven als een “moreel vingertje”. Zoals Sartre al wist: “Het morele vingertje, dat komt altijd van de ander.”

 

Geplaatst in Duurzaamheid en milieu, Over cultuur en maatschappij, Politiek | Tags: , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen