The Red-Headed League

De zaak

Dr. Watson springt opnieuw nietsvermoedend binnen bij Sherlock Holmes. Deze is in gesprek met ene mijnheer Jabez Wilson. Deze ging in op een krantenadvertentie voor de Red-Headed League, een organisatie die roodharigen betaalt om  klerkwerk te verrichten. Deze advertentie werd aan Wilson getoond door diens assistent in zijn pandjeszaak, ene Vincent Spaulding. De League werd opgericht door Ezekiah Hopkins, een rijke Amerikaan en zelf een roodharige. Wanneer Wilson aankomt aan het contactadres ziet hij een lange rij roodharigen voor hem wachten. De aanwezige, Duncan Ross, is meteen enthousiast en neemt Wilson aan. Die moet elke dag tussen tien en veertien uur naar het adres komen om daar de Encyclopaedia Britannica over te schrijven. Na 8 weken botst hij echter op een gesloten deur en leest hij het volgende bericht:

THE RED-HEADED LEAGUE

IS

DISSOLVED.

October 9, 1890.

Wanneer hij de buren en de eigenaar van het pand vragen stelt over de League en de mysterieuze Duncan Ross, blijkt dat niemand ooit van hem of hen gehoord heeft. Holmes ondervraagt de man nog even over zijn pand en zijn assistent en geeft zichzelf twee à drie dagen om het mysterie van de unie voor roodharigen op te lossen.

De oplossing

Holmes neemt Watson vervolgens mee naar een klassiek concert. Eerst bezoeken ze samen de pandjeszaak van Jabez Wilson. Daar vraagt Holmes de weg aan Spaulding, de assistent van de roodharige eigenaar. Hij blijkt vooral geïnteresseerd in diens knieën. Vervolgens overloopt hij alle gebouwen op het plein, waarna ze tevreden richting het concertgebouw trekken. Holmes spreekt ’s avonds opnieuw af met Watson. Zij worden vergezeld door Peter Jones van Scotland Yard en ene Mr. Merryweather, de bankdirecteur.

Het gezelschap gaat naar de bank, waar Holmes hen vraagt te zitten en te zwijgen. De bankdirecteur legt uit dat ze in het bezit zijn van Frans goud (30.000 Napoleons van de Franse nationale bank). Na een tijdje komen John Clay, een misdaadgenie, en zijn handlangers de bank binnen via een tunnel die ze zorgvuldig hebben gegraven vanuit de pandjeszaak. Uiteindelijk worden zij opgepakt door de politieagenten.

The art of deduction

Holmes deduceert een hele hoop over zijn cliënt. Zijn vroegere manuele arbeid leidt hij af uit het feit dat Wilsons ene hand meer ontwikkeld is als zijn andere. Het lidmaatschap van de vrijmetselarij komt eenvoudigweg door een borstspeld met passer en winkelhaak. Zijn recente schrijfwerk ziet hij aan de hand van slijtage aan zijn manchet en de stof aan de elleboog en de link met China aan de hand van een bepaalde techniek die in dat land wordt gebruikt om tatoeages te zetten.

De link met de bankroof legt hij door de knieën van de assistent (die duidelijk lange tijd heeft geknield tijdens het graven van de tunnel), het feit dat hij de assistent herkent als John Clay en door met zijn stok op het wegdek te tikken ziet hij dat de tunnel langs de achterkant moet lopen.

Dear Watson

Dr. Watson is zijn eigen ietwat trage zelve. Terwijl Holmes na de uitleg van Wilson al redelijk zeker lijkt van hoe de vork in de steel zit, is Watson compleet in de war.

De “dader”

John Clay is een van de meest gezochte misdadigers in Londen. Hij is van goede komaf, studeerde in Eton en Oxford, maar is nu een murderer, thief, smasher, and forger. Zijn misdaden zijn dan wel gekend, hijzelf ontglipt steeds aan de greep van Scotland Yard. Clay is pompeus. Wanneer hij gevat wordt staat hij er sterk op dat de politie hem aanspreekt met Sir en met twee woorden spreekt. Holmes zegt dat Clay al op twee eerdere gelegenheden in zijn vizier was gekomen. Dit wordt echter niet gespecifieerd.

Trivia

Wanneer hij op het Saxe-Coburg plein staat overloopt hij de verschillende panden op het plein. Daaruit blijkt dat er daar in 1890 reeds een vegetarische restaurant was.

Andere vermelde zaken

Het “simpele probleem” van Miss Mary Sutherland
Sholto murder (A Study in Scarlet)
Agra treasure (The Sign of Four)

Holmes, Watson & Doyle

“Beyond the obvious facts that he has at some time done manual labour, that he takes snuff, that he is a Freemason, that he has been in China, and that he has done a considerable amount of writing lately, I can deduce nothing else.”

“As a rule,” said Holmes, “the more bizarre a thing is the less mysterious it proves to be. It is your commonplace, featureless crimes which are really puzzling, just as a commonplace face is the most difficult to identify. But I must be prompt over this matter.
“What are you going to do, then?” I asked.

“To smoke,” he answered. “It is quite a three pipe problem, and I beg that you won’t speak to me for fifty minutes.”

I trust that I am not more dense than my neighbours, but I was always oppressed with a sense of my own stupidity in my dealings with Sherlock Holmes. Here I had heard what he had heard, I had seen what he had seen, and yet from his words it was evident that he saw clearly not only what had happened but what was about to happen, while to me the whole business was still confused and grotesque.

You reasoned it out beautifully,” I exclaimed in unfeigned admiration. “It is so long a chain, and yet every link rings true.”

“It saved me from ennui,” he answered, yawning. “Alas! I already feel it closing in upon me. My life is spent in one long effort to escape from the commonplaces of existence. These little problems help me to do so.”
“And you are a benefactor of the race,” said I.
He shrugged his shoulders. “Well, perhaps, after all, it is of some little use,” he remarked. “ ‘L’homme c’est rien—l’oeuvre c’est tout,’ as Gustave Flaubert wrote to George Sand.”

Advertenties
Geplaatst in Sherlock Holmes | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

A scandal in Bohemia

Image result for A scandal in Bohemia

De zaak

Dr. John H. Watson springt nog eens binnen bij zijn goede vriend Sherlock Holmes, op het bekende adres 221b Baker Street. Deze heeft een brief ontvangen van een mysterieuze man uit Centraal-Europa. Het blijkt om de koning van Bohemen te gaan, die tijdens zijn bezoek eerst het pseudoniem graaf Von Kramm gebruikt. De koning vertelt over zijn ontmoeting met ene Irene Adler, een Amerikaanse operazangeres. Ze chanteert hem met enkele compromitterende brieven die hij naar haar heeft geschreven. Ze wil de foto naar zijn toekomstige verloofde, een ander gekroond hoofd uit een grote adellijke familie, sturen om zo het huwelijk te ondermijnen. Eerdere pogingen om het materiaal te stelen, mislukten.  Holmes heeft drie dagen, tot het huwelijk wordt afgekondigd en Irene de brieven en foto’s zal vrijgeven, om deze te stelen.

De oplossing

Holmes vermomt zich als paardenverzorger en volgt Irene Adler naar een kerk, waar hij als getuige voor haar huwelijk met een zekere Godfrey Norton wordt opgetrommeld. Later beslist hij haar een bezoek te brengen. Watson krijgt de opdracht om Holmes bij dit bezoek in de gaten te houden en op zijn commando een rookbom in het huis te gooien en “Fire” te roepen. Verkleed als geestelijke komt hij tussen in een gevecht dat uitbreekt (tussen acteurs die hij heeft ingehuurd). Hij geraakt zogezegd gewond en Irene neemt hem mee naar binnen. Door de rookontwikkeling van Watsons projectiel loopt Irene vanzelf naar de plek waar ze de foto verbergt.

Holmes is zelfzeker dat hij de foto nu eenvoudig kan stelen. Wanneer hij aan haar huis aankomt, ontmoeten ze echter een oude vrouw die hem (en Watson en de koning van Bohemen) vertelt dat Irene en haar echtgenoot die ochtend een trein naar het Europese vasteland hebben genomen. Wanneer hij zich een weg naar het huis baant, vindt hij een enveloppe die aan hem is gericht. Daar vertelt ze hoe ze na de brand doorhad dat Holmes haar in deze zaak schaduwde en dat ze niets met de foto’s gaat doen. Holmes is zo aangenaam verrast door het feit dat ze hem doorziet, dat hij haar foto bijhoudt als aandenken. Vanaf die dag is zij altijd The Woman.

The art of deduction

Holmes deduceert dat Watson naar het platteland is getrokken en dat hij een onhandige meid heeft, omwille van het feit dat zijn schoen zes krassen bevat, het bewijs dat Watsons schoenen vuil zijn geworden en zijn meid niet wist hoe deze deftig te poetsen.

Aan de hand van de textuur van het papier en de monogram van de auteur achterhaalt hij dat het geschreven is door iemand uit Egria, het Duitstalig gebied in Bohemen.

Holmes heeft al enkele keren de truc met de schijnbare brand toegepast, vanuit het idee dat hij iemand steeds naar het meest waardevolle zal rennen wanneer er een brand uitbreekt in zijn of haar woonst.

Dear Watson

Watson boert goed. Hij is getrouwd en heeft opnieuw een eigen praktijk als arts.

De “dader”

Irene “The woman” Adler. Een beeldschone operazangeres die het hoofd van menig man gek maakt. Ook Sherlock Holmes geraakt gefascineerd door haar. Watson beschrijft aan het begin van het verhaal dat er geen sprake is van verliefdheid, aangezien dat niet past in Holmes’ rationele bestaan, maar hij bewondert haar omwille van haar intellect, een zeldzame eer die slechts weinigen te beurt valt. Het feit dat zij hem op het einde doorziet, hem zelf vermomd opwacht en hem zo misleidt, zorgt ervoor dat hij haar op dezelfde hoogte als zichzelf zet. De slotwoorden van Watson spreken boekdelen:

And that was how a great scandal threatened to affect the kingdom of Bohemia, and how the best plans of Mr. Sherlock Holmes were beaten by a woman’s wit. He used to make merry over the cleverness of women, but I have not heard him do it of late. And when he speaks of Irene Adler, or when he refers to her photograph, it is always under the honourable title of “the woman”.

Trivia

Holmes’ huisbazin is in dit verhaal niet de gekende Mrs. Hudson, maar wel een Mrs. Turner.

In 1888, het jaar waar dit verhaal zich afspeelt, was Bohemen al lang geen apart koninkrijk meer. De koning van Bohemen was keizer Frans Jozef  van Habsburg.

Andere vermelde zaken

  • De Trepoff-moord in Odessa
  • De gebroeders Atkinson in Trincomalee
  • Missie voor de Nederlandse koninklijke familie
  • Darlington Substitution Scandal
  • Arnsworth Castle business

Holmes, Watson & Doyle

“You see, but you do not observe. The distinction is clear. For example, you have frequently seen the steps which lead up from the hall to this room.”
“Frequently.”
“How often?”
“Well, some hundreds of times.”
“Then how many are there?”
“How many? I don’t know.”
“Quite so! You have not observed. And yet you have seen. That is just my point.”

“Then I fail to follow your Majesty. If this young person should produce her letters for blackmailing or other purposes, how is she to prove their authenticity?”
“There is the writing.”
“Pooh, pooh! Forgery.”
“My private note-paper.”
“Stolen.”
“My own seal.”
“Imitated.”
“My photograph.”
“Bought.”
“We were both in the photograph.”
“Oh, dear! That is very bad! Your Majesty has indeed committed an indiscretion.”

“By the way, Doctor, I shall want your co-operation.”
“I shall be delighted.”
“You don’t mind breaking the law?”
“Not in the least.”
“Nor running a chance of arrest?”
“Not in a good cause.”
“Oh, the cause is excellent!”

The stage lost a fine actor, even as science lost an acute reasoner, when he became a specialist in crime.

Geplaatst in Sherlock Holmes | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Albums 2017: 5-1

  1. The Big Moon – Love in the 4th dimension

Het is België wat ontgaan, maar The Big Moon heeft in het Verenigd Koninkrijk met hun debuutplaat heel wat harten gewonnen (en een nominatie voor de prestigieuze Mercury Prize). Het viertal, een all female ensemble, maakt rock zonder al te veel franjes, melodieus en met refreinen die zich probleemloos in het gehoor nestelen. Nummers als Cupid of Silent Movie Susie bevatten flarden van Pixies en af en toe passeert ook de vroege Arctic Monkeys, maar het geheel heeft wel een eigen smoel. Het is vooral duidelijk dat het viertal heel veel plezier maakt, zowel tijdens het maken van dit album als tijdens hun optredens. Het is die spontaniteit die ervoor zorgt dat ze, zeker over het kanaal, de sympathy vote krijgen. De nummers zitten vooral goed in mekaar, dus laat ook België maar overstag gaan.

  1. Jarvis Cocker & Chilly Gonzales – Room 29

Image result for room 29 cocker

Pianist en songschrijver Chilly Gonzales trok met Jarvis Cocker a.k.a. The Jarv naar Chateau Marmont, een hotel in LA met een enorme geschiedenis. Het feit dat het gelinkt wordt aan zowel de glamour van Hollywood als de diepmenselijke tragedies van de verschillende gasten zorgt voor een ideale voedingsbodem voor Cocker om zich nog eens te laten gaan op tekstueel vlak. Dit culmineert vooral in Clara, over het tragische levensverhaal van Mark Twains dochter. Cocker en Gonzales vinden elkaar in deze moderne, intieme liedcyclus, dat soms slaat en dan weer zalft. Ik was al lang euforisch dat Cocker nog eens muzikaal van zich laat horen. Des te beter dat het met deze excentrieke en vooral excellente plaat is.

  1. Warhaus – Warhaus

Image result for warhaus

Met We fucked a flame into being maakte Maarten Devoldere vorig jaar een album dat in mijn top 10 pronkte. Een jaar later doet hij dat losjes over, en ditmaal enkele plaatsjes hoger. Zijn debuutalbum was sferisch en donker, maar niet alle nummers pasten binnen het geheel. Daar is hij met zijn tweede wel in geslaagd. De nummers vormen samen opnieuw een verleidelijk en melancholisch verhaal, terwijl Devoldere duidelijk ervaring heeft opgedaan door het maken van zijn eerste album. Als luisteraar word je van opener Mad World tot Fall in love with me in de sfeer gezogen. De referenties zijn nog steeds Cohen, Gainsbourg en Waits, maar Warhaus heeft vooral een eigen meeslepende sound gemaakt, in die mate dat we zelfs zouden durven zeggen dat deze selftitled het werk van Balthazar overstijgt.

  1. Alexandra Savior – Belladonna of Sadness

Image result for belladonna of sadness alexandra savior

Het is niet iedereen gegeven om op je debuutalbum te mogen werken met Alex Turner en James Ford. Terwijl die eerste vorig jaar met The Last Shadow Puppets een goed album zonder meer maakte, weet zijn protégé met Balladonna of Sadness eentje af te leveren waarbij de retrosound beter tot z’n recht komt. Dit komt vooral door Savior zelf, die soms hopeloos nostalgisch, zoals in de ballad Girlie, soms ontzettend letargisch, zoals zoals in het donkere Mystery Girl, klinkt. De hand van Turner mag dan wel duidelijk zijn, de zangeres is het magische ingrediënt dat het geheel de juiste sfeer meegeeft. Naar eigen zeggen is ze niet gemaakt voor de show die rond het hele professionele muzikale gebeuren hangt, maar laat ons hopen dat ze dit alles erbij neemt en dat het niet bij dit debuutalbum blijft.

  1. Foxygen – Hang

Image result for foxygen hang

Mijn last.fm statistieken liegen niet. Meest beluisterde band: Foxygen. Meest beluisterde album: Hang van Foxygen. Meest beluisterde nummer: America van Foxygen. Als ik daar ook nog beste concert: Foxygen in Botanique aan toevoeg dan mag het duidelijk zijn dat het duo uit Hollywood, California mij in 2017 zeer dierbaar is gebleken. Hang is de laatste cd in een driealbumplan dat Sam France en Jonathan Rado hadden opgesteld. Na hippieplaat We are the 21st century ambassadors of Peace and Magic en de manische aliendubbelaar …And Star Power grijpt Hang terug naar het beste van de jaren 70. In mijn review beschreef ik het als volgt:  “Stel je voor dat David Bowie Hunky Dory had opgenomen met arrangementen van Electric Light Orchestra & Sparks, met de bedoeling er een Broadwaymusical van te maken met gastrollen voor onder andere Mick Jagger, Bruce Springsteen, Elton John, Lou Reed, Marc Bolan, Roxy Music, The Kinks, The Eagles en ja, zelfs Meat Loaf.” Dat het niet spek naar ieders bek is mag duidelijk zijn, maar mensen die houden van de combinatie van muzikaal vakmanschap en excentriciteit zullen met Hang zeker hun behoeften bevredigd zien.

Geplaatst in Album top 10 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | 3 reacties

In vrijheid samenleven

Image result for facepalm painting

Het is met B-politici een beetje zoals met B-acteurs. Hoezeer ze ook hun best doen, het publiek is minder vergevingsgezind als het op hun tekortkomingen aankomt. Dat is het lot van Hendrik Bogaert, ooit als staatssecretaris de man die een partijtje “Ik heb de grootste” afwerkte met Geert Bourgeois, weliswaar over het procent ambtenaren dat afgevloeid was binnen respectievelijk de federale en Vlaamse administratie. Nu hoopte hij zichzelf relevant te maken met zijn essay “In vrijheid samenleven.” (Verkrijgbaar in de boekenhandel Walry in Gent en vermoedelijk nog ergens anders ook, maar dat staat mogelijk in een andere spamtweet)

Het hot item waarmee Bogaert zich in de schijnwerper werkte was het verbieden van religieuze symbolen in de openbare ruimte. Nu ja, van opzichtige of aanstootgevende symbolen. Nu ja, van opzichtige of aanstootgevende symbolen van religieuze groepen die groter dan 5% zijn. Dat dit voorstel gebakken lucht o.b.v. gebakken lucht is nam hij er graag bij. Niemand die de exacte cijfers kent, dus die 5%-regel is tamelijk arbitrair. Hoewel, Bogaert is slinks. Dit is in principe gewoon een hoofddoekenverbod, want Sikhs, Joden en Pastafari’s hebben niets te vrezen. En ook christenen die een ketting met een kruis of polsbandje van Pater Pio zouden willen dragen, mogen godsvruchtig blijven paraderen.

Bogaert leverde eigenlijk ook geen bijdrage aan het debat. Zoals ook in b-films vaak het geval is, was het script, de positie van religieuze symbolen in de openbare ruimte, veelbelovend, maar de uitwerking liet te wensen over. Zo haalde hij alvast het onderdeel “Samenleven” in de titel van zijn essay onderuit en ook “vrijheid” werd op een bijzondere manier geïnterpreteerd. En eigenlijk kan je stellen dat die “In” ook niet helemaal past bij de inhoud. Er blijft dus niet al te veel meer over.

Natuurlijk is het makkelijk om hier weer volledig “De linkse poco-kerk is in tranen uitgebarsten omdat ze moslimknuffelaars zijn” te gaan. En dat mag. Intellectuele gemakzucht is wél een onderdeel van dat in vrijheid samenleven. Zo ook zinloos schelden en het gebruik van platitudes die niet veel bijdragen aan het debat, maar waarbij mensen wel het gevoel kunnen krijgen dat ze ideologische rebellen zijn, ook al verkondigen ze de herkauwde versie van herkauwde ideeën en uitspraken van andere herkauwers.

Wat, het is misschien politiek correct/incorrect/andersgeaard om het te zeggen, Hendrik Bogaert heeft bereikt is dat hij eventjes in de praatprogramma’s is kunnen komen alwaar hij ook geen al te beste beurt heeft gemaakt. Het draagt niets bij aan het debat over samenleven, niets bij aan het debat over de hoofddoek en niets bij over het debat over secularisme. En dat allemaal omdat hij, als christendemocraat dan nog, per sé zijn voorstel zodanig wou inkaderen dat er maar een bevolkingsgroep de dupe van werd. Rare visie op samenleven, die christendemocra(a)t(en).

Nu, de eerlijkheid gebiedt mij om te zeggen dat ik ook niet goed weet hoe dat in vrijheid samenleven nu juist moet. Enerzijds zou ik mensen in hun beslissingen zoveel mogelijk speelruimte geven, anderzijds realiseer ik mij dat mensen ook maar domme, egoïstische wezens zijn, die al snel meegaan in een escalatie van allerlei onwenselijkheden als het hun eigen positie goed uitkomt.

Dat is het probleem van “in vrijheid samenleven”. Het is op papier fantastisch, maar in de praktijk zit je met onbetrouwbare tweevoeters die vooral denken aan eigen portefeuille en gemakzucht, en helemaal niet houden van verandering, ook al menen ze dat zij steeds op de partij stemmen die voor echte, goede verandering zorgt. Mensen willen eigenlijk iemand die zegt dat het met alles waar ze bang voor zijn of wat ze wensen, wel goed komt, ook al ontbreekt het deze leiders/profeten/herauten/nincompoops aan elke vorm van realiteitszin, consequentie of eerlijkheid.

Ik heb medelijden met de dames en heren politici die het wel goed menen, over alle partijen heen. Mensen die zich inzetten omdat ze stap voor stap willen werken aan een betere samenleving, op lokaal en bovenlokaal niveau. Mensen die met respect communiceren en daarvoor uitgescholden worden. Mensen die de godganse dag oprechte bagger over zich krijgen van mensen die onoprecht gedrag wél belonden.

Zij worden steeds in een slecht daglicht geplaatst door politici met profileringsdrang en een kort lontje, ballonkunstenaars en handelsvertegenwoordigers in gebakken lucht. De roekeloosheid en ondraaglijke lichtheid straalt ook op hen af, net zoals het gegoochel met beloften, postjes en mandaten. Om (een paar) namen te noemen gaat het voor mij bijvoorbeeld over mensen als Imade Annouri, Philip De Coene,  Bart Somers of Valerie Van Peel, politici met een  constructieve visie en een elementaire beleefdheid die volgens mij, oubollig als ik ben, bij het nobele politieke ambt hoort.

Maar dat loont niet, want wie vandaag gematigd en respectvol zijn mening zegt is in het beste geval een Kumbaya-loser en in het slechtste geval iemand die collaboreert aan de totale vernietiging van Europe en/of het blanke ras. Heel wat mensen zijn niet gebrand op harmonie of in vrijheid samenleven, maar zien succesvol samenleven enkel zitten wanneer het geënt is op de eigen wensen, verzuchtingen en verwachtingen. Ondertussen worden er heel wat wetten gestemd, al dan niet als bezigheidstherapie, die de vrijheid beknotten en het samenleven bemoeilijken. Maar in een tijd waarin je electoraal gezien best een onbehouwen brulaap bent die zichzelf vijf keer per dag moet corrigeren, zonder gevolg weliswaar, is dat nu ook weer niet zo verrassend.

Het realisme wordt door verschillende politieke en maatschappelijke strekkingen geclaimd, maar misschien ligt het echte realisme wel bij de misantroop, die weet dat hij van zijn gemiddelde medemens niet te veel moet verwachten en van zichzelf dat hij ook maar een gebrekkig en onwetend wezen is. Dat lijkt misschien een betere basis om samen te leven, zonder dat men elkaar de kop slaat, omdat men elkaar niet kan uitstaan of een of andere fictiewerk uit de zoveelste eeuw voor of na onze eeuwtelling dat al dan niet zegt. Maar mensen die dat doorhebben zoeken misschien niet in alle sérieux de media op. Of boekhandel Walry.

Protip voor mijzelf: In 2018 minder tijd en moeite steken in idioten en vooral in idioten zonder zelfkritiek en -relativering.

 

Geplaatst in Of mice and men, Politiek | Tags: , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Albums 2017: 10-6

  1. School is cool – Good News

school20is20cool20-20good20news

School is cool werd vanuit Humo’s Rock Rally gelanceerd als het Vlaamse equivalent van Arcade Fire. Op hun debuutplaat hadden ze een pattent op sturm und drang gecombineerd met het betere percussiewerk en wat oh-wo-woo’s. Op hun tweede album verlieten ze de schooljongensindie voor een door synthesizers gedreven geluid. Die jaren ’80 vibe is op hun derde worp Good News nog steeds aanwezig, maar de nummers hebben minder weerhaken. School is cool heeft een sterk popalbum gemaakt dat doet denken aan Team Williams Drama. De teksten van Johannes Genard zijn ondertussen waarschijnlijk minder groots, maar daarom misschien net oprechter. Meer dan goed nieuws voor de fans van de betere belpop.

  1. Johnny Jewel – Windswept

windswept

2017 was een mooi jaar voor de fans van Twin Peaks. De show kreeg na 27 jaar een vervolg. Ook de beide albums die in het zog werden uitgegeven waren leuk, maar toch kies ik voor Johnny Jewels Windswept als TP-gerelateerde muziekervaring. Enkele nummers, met name Saturday en Windswept zelf, kwamen namelijk ook in de reeks voor. Dat laatste, melancholische nummer fungeerde zelfs als informele theme-song voor Dougie Jones. Met deze plaat etaleert de Amerikaan zijn veelzijdigheid, die de sound van Badalementi in een modern jasje heeft gestoken, of het nu onder eigen naam is of met een van zijn vele bands (zoals Chromatics, Desire of Heaven). Jewel maakt altijd muziek voor zelfverzonnen films. Fans van moderne noir zullen deze plaat dan ook weten te appreciëren en kunnen er meteen hun eigen film bij bedenken. Win-win!

 

  1. British Sea Power – Let the dancers inherit the party

Het gevoel leeft dat de wereld in brand staat. Dan kan je als muzikant twee dingen doen. Een plaat maken om je woede uit te schreeuwen of eentje waarmee je het pessimisme wat kunt wegrelativeren en -musiceren. British Sea Power koos voor het tweede. In tijden van Trump en Brexit verschuift de focus van het zestal uit Brighton van het verleden en de wonderen van de natuur naar het hier en het nu, en hoewel de turbulentie wel af en toe de revue passeert, is er ook veel ruimte voor verwondering en blijdschap. De grootse gitaren en meanderende songs zijn niet helemaal weg, maar op hun zesde album heeft BSP wel hun meest consistent  album tot nog toe afgeleverd.

 7. Queens of the Stone Age – Villains

De albumtitel gaat over het feit dat er een villain in elk van ons schuilt, iets wat Homme, demonstreerde toen hij gefrustreerd door een mak festivalpubliek en waarschijnlijk ook onder invloed van bepaalde substanties zich van zijn slechtste kant toonde. De dualiteit tussen licht en donker zit ook in de plaat vervat. Ondanks de productie van Mark Ronson is het geen feestalbum geworden. Met Feet don’t fail me, Domesticated animals en The evil has landed heeft QotSA er enkele toppers voor tijdens de liveset bij, maar toch kan men zich niet van de indruk ontdoen dat de productie van Ronson soms de nummers wat minder doet glanzen. Toch is Villains weer een excellente plaat, al is het te hopen dat Homme de zijne in de toekomst opnieuw wat kan temmen.

6. Tim Darcy – Saturday Night

73fef4d74e2729a813ef6083f07b0938-1000x1000x1

Tim Darcy, de Canadees die met Ought al eens graag rammelt, toont op zijn eerste soloalbum zijn veelzijdigheid. Van punkige opener Tall glass of water gaat het naar Orbison-ballad Still waking up om te eindigen in Velvet Undergroundesque instrumentals. Saturday Night is ondanks de naam geen feestalbum, maar is eerder geschikt om in een halfverlichte kamer met een goed glas wijn te mijmeren over de liefde en het leven. In 2018 komt er een nieuwe Ought, maar Darcy heeft met deze plaat een boeiend geheel gemaakt dat toont dat hij ook alleen interessante muziek kan maken. Soms is het bloedmooi, soms is het herrie, een beetje zoals het leven dus. Schol!

Geplaatst in Album top 10 | Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Talige muziek

Het debat over meertaligheid in het onderwijs en de verhouding met het Nederlands is volledig losgebarsten. Omdat het niet altijd serieus moet zijn, volgen hier vijf toepasselijke nummers die de perfecte soundtrack vormen bij het debat.

Led Zeppelin – Communication breakdown

Deze is opgedragen aan zowel de kindjes, die elkaar moeilijker en moeilijker verstaan, als de partijen, die elkaar ook moeilijker en moeilijker verstaan. Akkoord, in de jaren 70 zong men niet over de taalproblematiek in Vlaanderen (of toch Led Zeppelin niet), maar van het huidige debat kan men even goed insane worden door een nervous breakdown.

Talking Heads – I Zimbra

Anders dan in het onderwijs, is duidelijke taal geen vereiste om goede muziek te maken. Dat demonstreerden Talking Heads op de opener van Fear of Music. De lyrics komen van de Duitse dadaïstische dichter Hugo Ball en diens gedicht Gadji beri bimba. Het heeft ook allemaal geen betekenis, maar geef toe, maakt dat veel uit?

Adriano Celentano -Prisencolinensinainciusol

Wie moeilijke communicatie zegt, die zegt Prisencolinensinainciusol (of misschien zegt die eerder “Dat een jazzy nummer met die onuitspreekbare titel van die Italiaan wiens naam ik niet kan onthouden). Er zijn wel lyrics maar deze zijn zo nonsensicaal en gezongen in gebrekkig Engels dat iedereen er kan in horen wat hij of zij wilt. Beste bewijs dat meertaligheid en meerlagigheid hand in hand kunnen gaan.

Daan – Promis Q

Voorstanders van meertaligheid zullen ook even moeten slikken bij het aanhoren van Daans Promis Q. The Player was sowieso een album waarop de grens van kitsch geregeld werd opgezocht, maar op eurovisionknaller Promis Q, waarin in het Frans, Duits en Engels wordt gezongen spant ongetwijfeld de kroon.

Kraftwerk – The Robots

Maar goed, uiteindelijk is de hele discussie toch een futiele oefening. Zoals dat met alles gaat, worden ook communicatie & muziek binnen de kortste keren overgenomen door de robots. Het Duitse Kraftwerk bleef niet bij de pakken zitten, en bereidde zich hier al in 1978 op voor. Wie weet zijn er dus binnenkort Star Trekachtige simultaanvertalingsprogramma’s. Maar dan vinden we wel iets anders om over te discussiëren.

Wim De Craene – Rozane

Maar goed. Alle gekheid op een stokje, en om onze culturele flaminganten niet uit het oog te verliezen, het mag gezegd zijn: Het Nederlands kan ook gewoon een hele mooie en muzikale taal zijn. Het beste bewijs daarvan is dit geweldig mooi nummer van Wim De Craene.

Geplaatst in muziek | Tags: , , , , , , , , , , , , , | 1 reactie

Twin Peaks: The Roadhouse presents

The Roadhouse of Bang Bang Bar was prominente aanwezig in Twin Peaks: The Return. In de meeste afleveringen fungeerde de band of artiest als afsluiter, waarna de aftiteling al snel verscheen. In het kader van het herbekijken (en omdat ik nu eenmaal ook een melomaan ben) lijst ik hier de nummers op van minder naar perfect.

4. The Cactus Blossoms – Mississippi (Part 3)

Geen elektronische klanken, maar net gezapige country met The Cactus Blossoms. Deel 3 is bevreemdender dan de vorige twee delen. In dat opzicht contrasteert dit een beetje met de sfeer van de rest. Het nummer op zich is leuk, en doet wat denken aan The Beatles anno 1964, maar dan in het geval dat ze in het zuiden van de Verenigde Staten waren geboren. Mississippi is op zich best te pruimen, maar scoort door de context en de setting minder hoog in The Roadhouse ranking.

3. Au Revoir Simone – Lark (Part 4)

In de categorie: Synths en licht betoverende muzikanten. Au Revoir Simone past in het thema van de eerste optredens in The Roadhouse. Hip volk, licht melancholisch. Opnieuw enkel gewoon een optreden, dat na een redelijk heftige tweede helft voor de nodige dosis zachtheid moet zorgen. Lark is een mooi nummer en het geheel wordt mooi vormgegeven, met een warme, paarse gloed.

2. Chromatics – Shadow (Part 2)

In deel 1 is er, los van de American Woman-remix, geen prominente muziek aanwezig. Het eerste optreden in de Bang Bang Bar vindt plaats aan het einde van deel 2. Chromatics is de hippe band van Johnny Jewel, de man die met zijn album Windswept een bijdrage leverde aan de soundtrack van de serie. Het is meteen ook een van de sterkste optredens. De esthetiek en de sound past volledig bij de moderne update van Twin Peaks. De dromerige elektronica en ijle Julee Cruise-achtige vocals geven het geheel een mix van mysterie en melancholie. Het nummer wordt ook goed gebruikt in de scène, met de eerste terugkeer van Shelly en James, die beiden verlangend kijken, de ene naar de mysterieuze Red, de andere naar Renee. Hoge Lynch-factor, hoge Twin Peaks-factor en een zeer goed nummer!

1. Trouble – Snake eyes (Part 5)

Mensen die mij kennen weten dat ik op muzikaal vlak van een paar dingen houd. Vettige gitaren zijn welkom, een streepje jazz ook, een klein beetje repetiviteit kan ook geen kwaad, in de mate dat het bijdraagt tot een hypnotiserend geheel. Snake Eyes heeft dit alles. Een joekel van een Lynchiaanse bluesstomper. Toeval is het niet. Trouble is de gelegenheidsgroep van onder andere Riley Lynch, zoon van, en Dean Hurley, de sound & music supervisor van Twin Peaks, die eerder ook al samenwerkte op de twee studioalbums van David Lynch. Snake Eyes is al fantastisch genoeg als aparte track, maar in de aflevering zelf krijgt het nog die extra dreiging wanneer het wordt gespeeld tijdens de introductie van psycho jr. Richard. Hopelijk blijft het niet bij dit eenmalig optreden in The Roadhouse en gaat de band ook de wereld buiten het Twin Peaks-universum verkennen.

 

Geplaatst in Twin Peaks | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen